TEKST: JOHN LANGRIDGE > BEELD: shutterstock

Europese zoetwatervissen
lijken zich steeds minder druk te maken om soortgrenzen, zodat kruisingen tussen verschillende soorten talrijker worden. De oorzaken van hybridisatie zijn divers, maar het gevolg kan zijn dat inheemse soorten in de toekomst zullen verdwijnen.

BIJVANGST

In de Europese binnenwateren komt hybridisatie van vissoorten steeds vaker voor. Bij ons betreft dat bijvoorbeeld kruisingen tussen blankvoorn en brasem, winde en roofblei, en karper en giebel. Dit zorgt voor verschillende problemen. Allereerst vervaagt het genetische onderscheid tussen soorten. Bovendien zijn hybride nakomelingen robuuster, minder kieskeurig en beter aangepast aan een verstoorde omgeving dan hun puur genetische voorouders. Als dit proces doorzet, zullen hybriden dominant worden en inheemse soorten verdringen.

VERLIES LEEFGEBIED
De oorzaken van hybridisatie zijn heel divers, maar komen in veel gevallen neer op één centraal probleem: een ecosysteem dat uit balans is. Zo is habitatverlies een belangrijke oorzaak. Rivieren zijn rechtgetrokken, stuwen en waterkrachtcentrales beperken of verhinderen vrije vismigratie, en natuurlijke paaigebieden verdwijnen in een rap tempo. Veel vissoorten die voorheen ‘eigen’, specifieke plekken hadden om te paaien, delen de schaarse overgebleven paaiplaatsen nu noodgedwongen met diverse andere soorten.

KLIMAAT
Klimaatverandering speelt ook een grote rol. Het binnenwater wordt eerder in het jaar warmer en blijft dat ook langer. Daardoor raken veel vissoorten uit hun natuurlijke ritme. Zo paait de meerval in de Spaanse Ebro inmiddels tot wel vier keer per jaar, terwijl die dat in de Donau oorspronkelijk één keer per jaar deed. Het gevolg is een enorme concentratie van paaigrage vissen op dezelfde plekken, ongeacht hun soortgrenzen. Dan is het niet de vraag óf vissoorten zich onderling kruisen, maar in welke mate dit gebeurt.

NIEUWKOMERS
De introductie van uitheemse soorten is een ander probleem. De afgelopen 150 jaar zijn tientallen vissoorten van over de hele wereld naar Europa gehaald. Deels bewust voor visserij- en aquacultuurdoeleinden, deels onbewust door het verbinden van waterwegen of meeliften van vissen in het ballastwater van zeeschepen. Deze nieuwkomers mengen zich in de voortplanting van inheemse soorten. Het resultaat is vissen die genetisch ergens tussen beide soorten in zitten, met alle ecologische gevolgen van dien.

VERVUILING
Vervuiling speelt eveneens een rol. Micro- en nanoplastics zorgen voor extra druk op de voortplanting omdat deze de eicelkwaliteit aantasten, embryonale misvormingen veroorzaken en de hormoonbalans verstoren. Ook farmaceutische vervuiling (door antidepressiva, hormoonverstorende stoffen en resten van vruchtbaarheidsmedicatie) heeft invloed, want het schopt de hormoonhuishouding van vissen in de war. Dat kan niet alleen de vruchtbaarheid aantasten, maar ook indirect hybridisatie in de hand werken. Simpelweg omdat vissen minder kieskeurig worden bij de partnerkeuze.

SOORTVERVAGING
Doorgaans zijn de nakomelingen van twee verschillende soorten niet vruchtbaar – maar niet altijd. In sommige gevallen zijn vrouwtjes vruchtbaar zodat ze zich kunnen blijven voortplanten; zowel met hun hybride soortgenoten als met een van de ouderlijke soorten. Dit kan leiden tot een proces dat bekendstaat als introgressie. Daarbij worden genen van de ene soort geleidelijk opgenomen in het genoom van een andere soort. Zo kan een soort op den duur genetisch ‘verdwijnen’ zonder fysiek uit te sterven. 

In de Europese binnenwateren komt hybridisatie van vissoorten steeds vaker voor. Bij ons betreft dat bijvoorbeeld kruisingen tussen blankvoorn en brasem, winde en roofblei, en karper en giebel. Dit zorgt voor verschillende problemen. Allereerst vervaagt het genetische onderscheid tussen soorten. Bovendien zijn hybride nakomelingen robuuster, minder kieskeurig en beter aangepast aan een verstoorde omgeving dan hun puur genetische voorouders. Als dit proces doorzet, zullen hybriden dominant worden en inheemse soorten verdringen.

VERLIES LEEFGEBIED
De oorzaken van hybridisatie zijn heel divers, maar komen in veel gevallen neer op één centraal probleem: een ecosysteem dat uit balans is. Zo is habitatverlies een belangrijke oorzaak. Rivieren zijn rechtgetrokken, stuwen en waterkrachtcentrales beperken of verhinderen vrije vismigratie, en natuurlijke paaigebieden verdwijnen in een rap tempo. Veel vissoorten die voorheen ‘eigen’, specifieke plekken hadden om te paaien, delen de schaarse overgebleven paaiplaatsen nu noodgedwongen met diverse andere soorten.

KLIMAAT
Klimaatverandering speelt ook een grote rol. Het binnenwater wordt eerder in het jaar warmer en blijft dat ook langer. Daardoor raken veel vissoorten uit hun natuurlijke ritme. Zo paait de meerval in de Spaanse Ebro inmiddels tot wel vier keer per jaar, terwijl die dat in de Donau oorspronkelijk één keer per jaar deed. Het gevolg is een enorme concentratie van paaigrage vissen op dezelfde plekken, ongeacht hun soortgrenzen. Dan is het niet de vraag óf vissoorten zich onderling kruisen, maar in welke mate dit gebeurt.

NIEUWKOMERS
De introductie van uitheemse soorten is een ander probleem. De afgelopen 150 jaar zijn tientallen vissoorten van over de hele wereld naar Europa gehaald. Deels bewust voor visserij- en aquacultuurdoeleinden, deels onbewust door het verbinden van waterwegen of meeliften van vissen in het ballastwater van zeeschepen. Deze nieuwkomers mengen zich in de voortplanting van inheemse soorten. Het resultaat is vissen die genetisch ergens tussen beide soorten in zitten, met alle ecologische gevolgen van dien.

VERVUILING
Vervuiling speelt eveneens een rol. Micro- en nanoplastics zorgen voor extra druk op de voortplanting omdat deze de eicelkwaliteit aantasten, embryonale misvormingen veroorzaken en de hormoonbalans verstoren. Ook farmaceutische vervuiling (door antidepressiva, hormoonverstorende stoffen en resten van vruchtbaarheidsmedicatie) heeft invloed, want het schopt de hormoonhuishouding van vissen in de war. Dat kan niet alleen de vruchtbaarheid aantasten, maar ook indirect hybridisatie in de hand werken. Simpelweg omdat vissen minder kieskeurig worden bij de partnerkeuze.

SOORTVERVAGING
Doorgaans zijn de nakomelingen van twee verschillende soorten niet vruchtbaar – maar niet altijd. In sommige gevallen zijn vrouwtjes vruchtbaar zodat ze zich kunnen blijven voortplanten; zowel met hun hybride soortgenoten als met een van de ouderlijke soorten. Dit kan leiden tot een proces dat bekendstaat als introgressie. Daarbij worden genen van de ene soort geleidelijk opgenomen in het genoom van een andere soort. Zo kan een soort op den duur genetisch ‘verdwijnen’ zonder fysiek uit te sterven. 

Sportvisserij Nederland

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm