luchtig

METHODFEEDER

Licht

&

BLIJVEN VARIËREN
Ondertussen zijn we bijna anderhalf uur verder en hebben vrijwel alle aassoorten de revue gepasseerd, maar is een tweede aanbeet uitgebleven. Ook een andere stek levert niets op. “De vis is wispelturig en de aastijden kunnen kort zijn”, legt Marc uit. “Soms staar je een uur lang naar een bewegingsloze feedertop, om daarna binnen twintig minuten opeens drie aanbeten te krijgen. De vorige sessie was het ook precies rond lunchtijd lastig. Als ik die lijn doortrek, komt er zo weer een goede periode aan”, blikt hij hoopvol vooruit. Terug op de eerste stek blijven de broodschijfjes onaangeroerd, maar levert een trosje dode maden wel een aanbeet op. “Dit voelt beter aan, misschien is het een karper,” zegt hij terwijl de hengel doorbuigt. Zijn vermoeden blijkt juist als hij even later poseert met een pareltje van een spiegelkarper. Door daarna te blijven variëren vangt Marc nog twee mooie karpers. Met uiteindelijk vijf prachtige vissen in het logboek, gaat Marc tevreden naar huis.

Met de methodfeeder bied je het voer en haakaas compact aan

KOUD-WATER-AANBEET
Nadat de vis is teruggezet, werpt Marc zijn 20-grams method vlug weer in. Daarna blikt hij kort terug op de aanbeet van zojuist. “Zag je die drie tikken in evenveel seconden voordat de top krom ging? Dat was het kopschudden van de vis om de haak – die al had geprikt – proberen te lossen. Maar hij zwom niet direct weg van de stek. Pas toen ie het hazenpad koos ging de hengeltop krom”, analyseert hij de beet. Deze was volgens hem typerend voor koud water. “Momenteel gaat alles langzamer; ook het aasgedrag. Daarom doe ik enkele aanpassingen. Bijvoorbeeld door te kiezen voor aas dat makkelijk wordt opgezogen. Dat maakt nu duidelijk het verschil.”

VERANDERING VAN SPIJS
“Schotel de vis regelmatig ander haakaas voor”, adviseert Marc. “Want vaak zit er wel vis op of bij je voerplek, maar aast die niet of nauwelijks. Dan probeer ik ze met iets anders toch te triggeren.” Daarom maakt de 4 mm wafter na een kwartier zonder activiteit plaats voor ander aas. Met wafters in verschillende formaten, pop-up boilies in diverse kleuren en diameters, dode maden en plakken witbrood is er genoeg keuze om te variëren. “Deze aassoorten zweven net boven de bodem en zuigt de vis gemakkelijk naar binnen”, legt hij uit. “Dat is een groot contrast met zwaar aas, zoals korrels blikmaïs of vismeelpellets. Die liggen op de bodem en zakken daar makkelijk weg in het slib. De vis heeft er nu best wat moeite mee om dat weg te werken. Kleine aanpassingen in formaat of presentatie maken dan vaak het verschil”, zegt Marc terwijl hij een 8 mm pop-up monteert en opnieuw inwerpt.

KLEIN, KLEINER, KLEINST
Zeven minuten later – en nog steeds zonder tweede aanbeet – besluit Marc over te schakelen naar een gehalveerde pop-up als haakaas. “Die eerste vis pakte namelijk ook aas van een veel kleiner formaat”, zegt hij terwijl ie de nieuwe montage klaarzet. In de tussentijd heeft hij een reserve-onderlijn klaargemaakt: tien centimeter lang, 16/00 nylon en een haak maat 16. Dankzij de quick change bead wisselt hij in een handomdraai van onderlijn. “Haakaas van 4 mm prik ik altijd met een bait spike aan de hair”, legt hij uit. “Vanaf een diameter van 6 mm gebruik ik liever een baitband.” De switch blijkt meteen effectief. Nog geen minuut later trekt de hengeltop krom. Marc kan daarna opnieuw met een schitterende kruiskarper op de foto.

TIMING & STEKWISSEL
Marc heeft zijn plek langs de vijver tactisch gekozen. “Vanaf hier kan ik meerdere hotspots bevissen. Al ligt de focus in de koude periode eerst op één plek. In tegenstelling tot het traditionele feedervissen leg ik niet meerdere stekken aan”, zegt hij terwijl hij voer in de methodfeeder drukt. Zodra die in het water ligt drukt hij op zijn stopwatch en laat hij de montage zo’n zeven minuten liggen. “Zo weet ik precies wanneer de activiteit komt”, legt hij uit. “Blijft het stil, dan pas ik mijn timing aan. Levert langer wachten ook niets op, dan probeer ik een tweede stek.” Behalve de geijkte hotspots – zoals een inham bij een rietkraag of een rij palen bij de oever – bevist hij ook stekken in het midden van de vijver. “Als activiteit uitblijft is het zaak om actief te zoeken. Zowel qua haakaas als voor wat betreft de stekkeuze.”

Achter de autoruit voelt het ochtendzonnetje heerlijk aan, maar zodra het portier opengaat is direct duidelijk het de afgelopen nacht drie graden heeft gevroren. “Er ligt een laagje ijs op de vijver”, waarschuwt Marc wanneer ik hem aan de waterkant ontmoet.“ Het deel waar ik wil gaan zitten is gelukkig ijsvrij. En het moet ook wel lukken om een paar vissen te vangen”, stelt hij ons direct gerust. De kou en lage watertemperatuur hebben zeker effect op de mate van activiteit van de aanwezige (kruis)karpers, maar door wat zaken in zijn aaspresentatie aan te passen is Marc ervan overtuigd dat hij ook in het vroege voorjaar vis voor de lens van de fotocamera weet te krijgen.

SNELSTART
“Toch kan het best even duren voordat we het eerste teken van leven van vis zien”, waarschuwt Marc. Dit voorbehoud kan na vijf minuten al de prullenbak in. “Ik zag een tikje op mijn feedertop, dus er zit vis op de stek”, wijst Marc enigszins verbaasd naar de hengel. “De laatste keer dat ik hier zat te vissen duurde het zo’n veertig minuten voordat ik iets zag gebeuren.” Een minuut later volgt een echte aanbeet, waarna Marc de hengel rustig oppakt. De haak met een ferme haal zetten is met het zelfhaaksysteem niet nodig – dit werkt vaak juist contraproductief. Rustig drilt hij de vis richting het landingsnet. Een kruiskarper, prachtig chocoladebruin van kleur, is het resultaat. Dat schept verwachtingen voor de rest van de dag.

Ga op zoek naar de vis
en bestrijk behalve de oeverzone ook andere delen van het water

Met behulp van een stopwatch monitort Marc de activiteit

>> MATERIAAL

Hengel: feederstok van 3 meter lengte met 10-60 gram werpvermogen.

Molen: compacte, snelle molen met daarop een 22/00 nylon hoofdlijn.

Voerkorf: 20 tot 30 gram, een ‘open’ model voor wafters en pop-ups en een model met hogere randen voor ‘teerder’ aas zoals maden en broodschijfjes.

Onderlijn: kies voor een systeem waarbij je de korf snel kunt verwisselen zonder de schaar in de montage te hoeven zetten.

BROODSCHIJFJES

Brood is licht, zacht en opvallend wit, waardoor vissen dit snel opmerken. Zeker aan het einde van de winter en in het begin van het voorjaar als het water vaak helder is. Ook zakt het – anders dan deeg gemaakt van brood – niet weg in een laag modder. Leg wat sneetjes witbrood twee nachten in een afgesloten zak in de koelkast. Zo blijven deze aan de waterkant stevig en drogen ze minder snel uit. Druk met een bread punch van 8 of 10 mm drie keer in een snee brood, zodat er in de punch drie schijfjes blijven zitten. Duw vervolgens een quick stop in één keer door het midden van de drie plakjes om ze netjes op de hair te fixeren.

DODE MADEN

In de koude maanden hebben dode maden een grote vangkracht. Die zijn goed zichtbaar omdat ze op de bodem blijven liggen in plaats van in de sliblaag te kruipen. Pak twee of drie dode maden en plaats die samen in een microformaat baitband (het kleinste formaat). Dit elastiekje hangt aan de hair onder de haak en houdt de maden compact bij elkaar – zowel tijdens de worp als daarna. Met een speciale baitband-tool trek je het elastiekje eenvoudig open en duw je de maden erin.

Zorg voor variatie op het aasplateau en aan de haak of op de hair

POP-UP BOILIES

Een pop-up boilie geeft een wezenlijk andere presentatie dan een wafter of een stukje brood. De drijfkracht van dit aas is zo groot dat het aan een gestrekte onderlijn iets boven de bodem staat. Bij Marc torent het tien centimeter boven het compacte hapje voer van de methodfeeder uit. Hij varieert ook vaak in kleur en formaat. Bijvoorbeeld door een grote 8 mm pop-up te halveren.

luchtig

METHODFEEDER

Licht &

>> MATERIAAL

Hengel: feederstok van 3 meter lengte met 10-60 gram werpvermogen.

Molen: compacte, snelle molen met daarop een 22/00 nylon hoofdlijn.

Voerkorf: 20 tot 30 gram, een ‘open’ model voor wafters en pop-ups en een model met hogere randen voor ‘teerder’ aas zoals maden en broodschijfjes.

Onderlijn: kies voor een systeem waarbij je de korf snel kunt verwisselen zonder de schaar in de montage te hoeven zetten.

Met behulp van een stopwatch monitort Marc de activiteit

BLIJVEN VARIËREN
Ondertussen zijn we bijna anderhalf uur verder en hebben vrijwel alle aassoorten de revue gepasseerd, maar is een tweede aanbeet uitgebleven. Ook een andere stek levert niets op. “De vis is wispelturig en de aastijden kunnen kort zijn”, legt Marc uit. “Soms staar je een uur lang naar een bewegingsloze feedertop, om daarna binnen twintig minuten opeens drie aanbeten te krijgen. De vorige sessie was het ook precies rond lunchtijd lastig. Als ik die lijn doortrek, komt er zo weer een goede periode aan”, blikt hij hoopvol vooruit. Terug op de eerste stek blijven de broodschijfjes onaangeroerd, maar levert een trosje dode maden wel een aanbeet op. “Dit voelt beter aan, misschien is het een karper,” zegt hij terwijl de hengel doorbuigt. Zijn vermoeden blijkt juist als hij even later poseert met een pareltje van een spiegelkarper. Door daarna te blijven variëren vangt Marc nog twee mooie karpers. Met uiteindelijk vijf prachtige vissen in het logboek, gaat Marc tevreden naar huis.

BROODSCHIJFJES

Brood is licht, zacht en opvallend wit, waardoor vissen dit snel opmerken. Zeker aan het einde van de winter en in het begin van het voorjaar als het water vaak helder is. Ook zakt het – anders dan deeg gemaakt van brood – niet weg in een laag modder. Leg wat sneetjes witbrood twee nachten in een afgesloten zak in de koelkast. Zo blijven deze aan de waterkant stevig en drogen ze minder snel uit. Druk met een bread punch van 8 of 10 mm drie keer in een snee brood, zodat er in de punch drie schijfjes blijven zitten. Duw vervolgens een quick stop in één keer door het midden van de drie plakjes om ze netjes op de hair te fixeren.

Met de methodfeeder bied je het voer en haakaas compact aan

KOUD-WATER-AANBEET
Nadat de vis is teruggezet, werpt Marc zijn 20-grams method vlug weer in. Daarna blikt hij kort terug op de aanbeet van zojuist. “Zag je die drie tikken in evenveel seconden voordat de top krom ging? Dat was het kopschudden van de vis om de haak – die al had geprikt – proberen te lossen. Maar hij zwom niet direct weg van de stek. Pas toen ie het hazenpad koos ging de hengeltop krom”, analyseert hij de beet. Deze was volgens hem typerend voor koud water. “Momenteel gaat alles langzamer; ook het aasgedrag. Daarom doe ik enkele aanpassingen. Bijvoorbeeld door te kiezen voor aas dat makkelijk wordt opgezogen. Dat maakt nu duidelijk het verschil.”

VERANDERING VAN SPIJS
“Schotel de vis regelmatig ander haakaas voor”, adviseert Marc. “Want vaak zit er wel vis op of bij je voerplek, maar aast die niet of nauwelijks. Dan probeer ik ze met iets anders toch te triggeren.” Daarom maakt de 4 mm wafter na een kwartier zonder activiteit plaats voor ander aas. Met wafters in verschillende formaten, pop-up boilies in diverse kleuren en diameters, dode maden en plakken witbrood is er genoeg keuze om te variëren. “Deze aassoorten zweven net boven de bodem en zuigt de vis gemakkelijk naar binnen”, legt hij uit. “Dat is een groot contrast met zwaar aas, zoals korrels blikmaïs of vismeelpellets. Die liggen op de bodem en zakken daar makkelijk weg in het slib. De vis heeft er nu best wat moeite mee om dat weg te werken. Kleine aanpassingen in formaat of presentatie maken dan vaak het verschil”, zegt Marc terwijl hij een 8 mm pop-up monteert en opnieuw inwerpt.

KLEIN, KLEINER, KLEINST
Zeven minuten later – en nog steeds zonder tweede aanbeet – besluit Marc over te schakelen naar een gehalveerde pop-up als haakaas. “Die eerste vis pakte namelijk ook aas van een veel kleiner formaat”, zegt hij terwijl ie de nieuwe montage klaarzet. In de tussentijd heeft hij een reserve-onderlijn klaargemaakt: tien centimeter lang, 16/00 nylon en een haak maat 16. Dankzij de quick change bead wisselt hij in een handomdraai van onderlijn. “Haakaas van 4 mm prik ik altijd met een bait spike aan de hair”, legt hij uit. “Vanaf een diameter van 6 mm gebruik ik liever een baitband.” De switch blijkt meteen effectief. Nog geen minuut later trekt de hengeltop krom. Marc kan daarna opnieuw met een schitterende kruiskarper op de foto.

TIMING & STEKWISSEL
Marc heeft zijn plek langs de vijver tactisch gekozen. “Vanaf hier kan ik meerdere hotspots bevissen. Al ligt de focus in de koude periode eerst op één plek. In tegenstelling tot het traditionele feedervissen leg ik niet meerdere stekken aan”, zegt hij terwijl hij voer in de methodfeeder drukt. Zodra die in het water ligt drukt hij op zijn stopwatch en laat hij de montage zo’n zeven minuten liggen. “Zo weet ik precies wanneer de activiteit komt”, legt hij uit. “Blijft het stil, dan pas ik mijn timing aan. Levert langer wachten ook niets op, dan probeer ik een tweede stek.” Behalve de geijkte hotspots – zoals een inham bij een rietkraag of een rij palen bij de oever – bevist hij ook stekken in het midden van de vijver. “Als activiteit uitblijft is het zaak om actief te zoeken. Zowel qua haakaas als voor wat betreft de stekkeuze.”

Zorg voor variatie op het aasplateau en aan de haak of op de hair

POP-UP BOILIES

Een pop-up boilie geeft een wezenlijk andere presentatie dan een wafter of een stukje brood. De drijfkracht van dit aas is zo groot dat het aan een gestrekte onderlijn iets boven de bodem staat. Bij Marc torent het tien centimeter boven het compacte hapje voer van de methodfeeder uit. Hij varieert ook vaak in kleur en formaat. Bijvoorbeeld door een grote 8 mm pop-up te halveren.

DODE MADEN

In de koude maanden hebben dode maden een grote vangkracht. Die zijn goed zichtbaar omdat ze op de bodem blijven liggen in plaats van in de sliblaag te kruipen. Pak twee of drie dode maden en plaats die samen in een microformaat baitband (het kleinste formaat). Dit elastiekje hangt aan de hair onder de haak en houdt de maden compact bij elkaar – zowel tijdens de worp als daarna. Met een speciale baitband-tool trek je het elastiekje eenvoudig open en duw je de maden erin.

Achter de autoruit voelt het ochtendzonnetje heerlijk aan, maar zodra het portier opengaat is direct duidelijk het de afgelopen nacht drie graden heeft gevroren. “Er ligt een laagje ijs op de vijver”, waarschuwt Marc wanneer ik hem aan de waterkant ontmoet.“ Het deel waar ik wil gaan zitten is gelukkig ijsvrij. En het moet ook wel lukken om een paar vissen te vangen”, stelt hij ons direct gerust. De kou en lage watertemperatuur hebben zeker effect op de mate van activiteit van de aanwezige (kruis)karpers, maar door wat zaken in zijn aaspresentatie aan te passen is Marc ervan overtuigd dat hij ook in het vroege voorjaar vis voor de lens van de fotocamera weet te krijgen.

SNELSTART
“Toch kan het best even duren voordat we het eerste teken van leven van vis zien”, waarschuwt Marc. Dit voorbehoud kan na vijf minuten al de prullenbak in. “Ik zag een tikje op mijn feedertop, dus er zit vis op de stek”, wijst Marc enigszins verbaasd naar de hengel. “De laatste keer dat ik hier zat te vissen duurde het zo’n veertig minuten voordat ik iets zag gebeuren.” Een minuut later volgt een echte aanbeet, waarna Marc de hengel rustig oppakt. De haak met een ferme haal zetten is met het zelfhaaksysteem niet nodig – dit werkt vaak juist contraproductief. Rustig drilt hij de vis richting het landingsnet. Een kruiskarper, prachtig chocoladebruin van kleur, is het resultaat. Dat schept verwachtingen voor de rest van de dag.

Ga op zoek naar de vis
en bestrijk behalve de oeverzone ook andere delen van het water

Sportvisserij Nederland

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm