onderzoek

sportvissers tellen vanuit de lucht

Hoe krijg je het snelst een volledig beeld van het aantal sportvissers en hun verspreiding in een gebied, plus meer informatie over de wijze waarop ze vissen? Door ze vanuit de lucht te lokaliseren en te tellen. Dat deden de Sportvisunie en Rijkswaterstaat vanaf begin 2024 een jaar lang boven de Maas, Maasplassen en het Julianakanaal.
TEKST: ANNIKA VAN DAM >  FOTOGRAFIE: LAURENS EGGEN

Schatting op basis van het aantal waargenomen sportvissers tijdens de tellingen.

Met naar schatting 1,7 miljoen actieve beoefenaars is de sportvisserij één van de grootste vormen van natuurrecreatie in Nederland. Beleidsmakers en natuurbeheerders willen dan ook graag weten hoeveel sportvissers in bepaalde gebieden actief zijn, waar ze met name vissen en hoe ze dat doen. Aangezien dit vanaf de grond vrij lastig te bepalen is en bovendien veel tijd kost (zeker op moeilijk bereikbare plekken), kozen de Sportvisunie en Rijkswaterstaat voor een zogeheten ‘roving survey’ waarbij vanuit de lucht wordt geteld. De vliegtuigtellingen concentreerden zich op de Maas, de naastgelegen Maasplassen, de Zandmaas tot aan de stuw van Lith, de Grensmaas en het Julianakanaal – dit laatste tot oktober 2024, toen het voor werkzaamheden werd drooggelegd. Deze wateren zijn al tijden sterk in trek bij sportvissers en verdienen daarom extra aandacht ten behoeve van een sportvisvriendelijk beheer.

DRUKSTE ‘SPORTVISUREN’
De tellingen werden gedaan vanuit een vierpersoons Cessna vliegtuigje. Daarmee vlogen de onderzoekers tussen februari 2024 en maart 2025 twee keer per maand (op zaterdag en zondag) een vooraf bepaalde route boven het onderzoeksgebied. Op zaterdag of zondag vertrok de Cessna om 09.00 uur van vliegveld Teuge, op zondag een uur later. Vervolgens werden in twee tot drie uur tijd – precies tijdens de drukste ‘sportvisuren’ – de tellingen verricht.

Zowel vanaf de kant als vanuit de boot is de Maas een populair viswater

De vliegtuigtellingen
zijn uitgevoerd boven
de Maas en het Julianakanaal (rood), en de Grensmaas en de Maasplassen (blauw)

Er werd geteld op 150
tot 300 meter hoogte met een snelheid van 150 km/uur; wat ideaal is voor het waarnemen van sportvissers

Vervolgens werden in twee tot drie uur tijd – precies tijdens de drukste ‘sportvisuren’ – de tellingen verricht. Tijdens het tellen vloog het vliegtuigje met een snelheid van 150 km/uur op 150 tot 300 meter hoogte; wat ideaal is voor het waarnemen van sportvissers. De onderzoekers noteerden het aantal sportvissers dat ze spotten op topografische kaarten. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen kantvissers (incl. wadende vissers) en bootvissers (incl. bellyboats en kajaks).

8.546 WAARNEMINGEN
Bij de 22 vluchten die werden uitgevoerd telden de onderzoekers in totaal 8.546 sportvissers. Bijna driekwart (73%) daarvan bestond uit kantvissers, de rest (27%) viste vanuit de boot. Op basis van de tellingen schatten de onderzoekers het jaarlijkse aantal kantvistrips in het gebied op 159.170 en komen ze op een geschat aantal van 62.592 bootvistrips per jaar. Daarmee komt het totale aantal vistrips naar de Maas, het Julianakanaal en de Maasplassen uit op bijna een kwart miljoen (221.762) per jaar. Voor het onderzoek is aangenomen dat het sportvisserijgebruik langs de Maas en Maasplassen overeenkomt met het landelijke beeld en dat sportvissers in de weekenden en gedurende de week vergelijkbaar visgedrag vertonen en nagenoeg even lang vissen.

POPULAIRE STEKKEN
Inzoomend op specifieke delen van de Maas kregen de onderzoekers ook een scherper beeld van de verspreiding van sportvissers op en langs de rivier. Kantvissers werden vooral gespot stroomopwaarts van stuw Samsbeek en bij de zogenoemde Lus van Linne; direct ten noorden van het gelijknamige Limburgse dorp. Langs grote delen van de rest van de Maas en de Maasplassen is de aantrefkans meer dan 50 procent. Ook de Mookerplas en de Oude Maas bij Heijen bleken zeer populaire kantstekken. 

ONDERSCHATTING & WEERSINVLOEDEN
Hoe effectief het tellen van sportvissers vanuit de lucht ook is, er kleven tevens nadelen aan deze methode. Zo ligt onderschatting van de aantallen op de loer als kantvissers vanuit de lucht niet of moeilijk zichtbaar zijn doordat ze onder bomen of viaducten staan. Ook weersomstandigheden die het zicht belemmeren – met name lage mist – kunnen ervoor zorgen dat sportvissers over het hoofd worden gezien. Goed of slecht weer kan ook sterk van invloed zijn op het werkelijke aantal actieve sportvissers. Op teldagen met mooi (vis)weer valt het aantal waarnemingen waarschijnlijk hoger uit dan gemiddeld, net zoals dit andersom geldt.

Met 35 procent van het geschatte jaartotaal aan sportvissers waren in 2025 vooral de Maasplassen populair. Wel tonen de cijfers soms verschillende trends per regio. Waar het sportvisgebruik langs de Grensmaas bijvoorbeeld nagenoeg stabiel bleef, werden aan het Julianakanaal iets minder kantvissers geteld – terwijl het aantal bootvissers daar juist toenam. Bij de Zandmaas bleek zowel de kant- als bootvisserij flink toegenomen in tien jaar tijd.

VELDWERK BLIJFT NODIG
Voortbordurend op de onderzoeken uit 2025 en 2015 willen de Sportvisunie en Rijkswaterstaat in 2029 opnieuw een vliegtuigtelling boven de Maas doen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een steeds langere tijdreeks van het sportvisserijgebruik in het gebied. Dat is een belangrijk instrument om de sportvisserijbelangen goed te kunnen blijven verdedigen. Daarbij geven de onderzoekers overigens wel expliciet aan dat vliegtuigtellingen niet zaligmakend zijn. Om het beeld compleet te maken en zo de bruikbaarheid van de input voor het maken van beleid te vergroten blijft aanvullend veldwerk in de vorm van enquêtes, vangstregistraties en herhaalde tellingen nodig. Dit zodat ook de ‘verborgen’ kantvissers en korte vistripjes goed in kaart worden gebracht.

Bootvissers werden vooral gespot op de verschillende Maasplassen, waarvan het meest bij de Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk en het grindgat Oost-Maarland bij Maastricht. Ook op de Maas wordt veel met de boot gevist, maar dit vindt meer verspreid plaats – met de hoogste dichtheid van bootvissers rond Roermond.

RELATIEF VEEL BOOTVISSERS
Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat ruim een kwart (27%) van alle waargenomen sportvissers bij de Maas vanuit een boot vist. Dit percentage ligt duidelijk hoger dan het landelijke gemiddelde van zes procent en ook boven het landelijk gemiddelde van twaalf procent voor vergelijkbare watertypen, zoals grote rivieren, zand-, grind- en kleiafgravingen en plassen dieper dan vier meter. Ter verklaring stellen de onderzoekers dat grote delen van de Maas vanaf de oever lastig te bereiken zijn, waardoor een boot zich beter leent om het water te verkennen. Ook stellen ze dat het uitgestrekte karakter, de wisselende visstand en sterke seizoensinvloeden aan de Maas misschien relatief meer fanatieke sportvissers met een visboot aantrekt.

REGIONALE VERSCHILLEN
De cijfers uit dit onderzoek zijn vergeleken met vliegtuigtellingen uit 2015. Daaruit blijkt dat de Maas en aangrenzende wateren steeds populairder zijn geworden onder sportvissers. In tien jaar tijd groeide zowel het aantal kant- als bootvissers in het onderzochte gebied namelijk fors.

sportvissers tellen vanuit de lucht

Hoe krijg je het snelst een volledig beeld van het aantal sportvissers en hun verspreiding in een gebied, plus meer informatie over de wijze waarop ze vissen? Door ze vanuit de lucht te lokaliseren en te tellen. Dat deden de Sportvisunie en Rijkswaterstaat vanaf begin 2024 een jaar lang boven de Maas, Maasplassen en het Julianakanaal.
TEKST: ANNIKA VAN DAM >  FOTOGRAFIE: LAURENS EGGEN

onderzoek

Met naar schatting 1,7 miljoen actieve beoefenaars is de sportvisserij één van de grootste vormen van natuurrecreatie in Nederland. Beleidsmakers en natuurbeheerders willen dan ook graag weten hoeveel sportvissers in bepaalde gebieden actief zijn, waar ze met name vissen en hoe ze dat doen. Aangezien dit vanaf de grond vrij lastig te bepalen is en bovendien veel tijd kost (zeker op moeilijk bereikbare plekken), kozen de Sportvisunie en Rijkswaterstaat voor een zogeheten ‘roving survey’ waarbij vanuit de lucht wordt geteld. De vliegtuigtellingen concentreerden zich op de Maas, de naastgelegen Maasplassen, de Zandmaas tot aan de stuw van Lith, de Grensmaas en het Julianakanaal – dit laatste tot oktober 2024, toen het voor werkzaamheden werd drooggelegd. Deze wateren zijn al tijden sterk in trek bij sportvissers en verdienen daarom extra aandacht ten behoeve van een sportvisvriendelijk beheer.

DRUKSTE ‘SPORTVISUREN’
De tellingen werden gedaan vanuit een vierpersoons Cessna vliegtuigje. Daarmee vlogen de onderzoekers tussen februari 2024 en maart 2025 twee keer per maand (op zaterdag en zondag) een vooraf bepaalde route boven het onderzoeksgebied. Op zaterdag of zondag vertrok de Cessna om 09.00 uur van vliegveld Teuge, op zondag een uur later. Vervolgens werden in twee tot drie uur tijd – precies tijdens de drukste ‘sportvisuren’ – de tellingen verricht.

Schatting op basis van het aantal waargenomen sportvissers tijdens de tellingen.

Zowel vanaf de kant als vanuit de boot is de Maas een populair viswater

Vervolgens werden in twee tot drie uur tijd – precies tijdens de drukste ‘sportvisuren’ – de tellingen verricht. Tijdens het tellen vloog het vliegtuigje met een snelheid van 150 km/uur op 150 tot 300 meter hoogte; wat ideaal is voor het waarnemen van sportvissers. De onderzoekers noteerden het aantal sportvissers dat ze spotten op topografische kaarten. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen kantvissers (incl. wadende vissers) en bootvissers (incl. bellyboats en kajaks).

8.546 WAARNEMINGEN
Bij de 22 vluchten die werden uitgevoerd telden de onderzoekers in totaal 8.546 sportvissers. Bijna driekwart (73%) daarvan bestond uit kantvissers, de rest (27%) viste vanuit de boot. Op basis van de tellingen schatten de onderzoekers het jaarlijkse aantal kantvistrips in het gebied op 159.170 en komen ze op een geschat aantal van 62.592 bootvistrips per jaar. Daarmee komt het totale aantal vistrips naar de Maas, het Julianakanaal en de Maasplassen uit op bijna een kwart miljoen (221.762) per jaar. Voor het onderzoek is aangenomen dat het sportvisserijgebruik langs de Maas en Maasplassen overeenkomt met het landelijke beeld en dat sportvissers in de weekenden en gedurende de week vergelijkbaar visgedrag vertonen en nagenoeg even lang vissen.

POPULAIRE STEKKEN
Inzoomend op specifieke delen van de Maas kregen de onderzoekers ook een scherper beeld van de verspreiding van sportvissers op en langs de rivier. Kantvissers werden vooral gespot stroomopwaarts van stuw Samsbeek en bij de zogenoemde Lus van Linne; direct ten noorden van het gelijknamige Limburgse dorp. Langs grote delen van de rest van de Maas en de Maasplassen is de aantrefkans meer dan 50 procent. Ook de Mookerplas en de Oude Maas bij Heijen bleken zeer populaire kantstekken. 

De vliegtuigtellingen
zijn uitgevoerd boven
de Maas en het Julianakanaal (rood), en de Grensmaas en de Maasplassen (blauw)

Er werd geteld op 150
tot 300 meter hoogte met een snelheid van 150 km/uur; wat ideaal is voor het waarnemen van sportvissers

Met 35 procent van het geschatte jaartotaal aan sportvissers waren in 2025 vooral de Maasplassen populair. Wel tonen de cijfers soms verschillende trends per regio. Waar het sportvisgebruik langs de Grensmaas bijvoorbeeld nagenoeg stabiel bleef, werden aan het Julianakanaal iets minder kantvissers geteld – terwijl het aantal bootvissers daar juist toenam. Bij de Zandmaas bleek zowel de kant- als bootvisserij flink toegenomen in tien jaar tijd.

VELDWERK BLIJFT NODIG
Voortbordurend op de onderzoeken uit 2025 en 2015 willen de Sportvisunie en Rijkswaterstaat in 2029 opnieuw een vliegtuigtelling boven de Maas doen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een steeds langere tijdreeks van het sportvisserijgebruik in het gebied. Dat is een belangrijk instrument om de sportvisserijbelangen goed te kunnen blijven verdedigen. Daarbij geven de onderzoekers overigens wel expliciet aan dat vliegtuigtellingen niet zaligmakend zijn. Om het beeld compleet te maken en zo de bruikbaarheid van de input voor het maken van beleid te vergroten blijft aanvullend veldwerk in de vorm van enquêtes, vangstregistraties en herhaalde tellingen nodig. Dit zodat ook de ‘verborgen’ kantvissers en korte vistripjes goed in kaart worden gebracht.

Bootvissers werden vooral gespot op de verschillende Maasplassen, waarvan het meest bij de Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk en het grindgat Oost-Maarland bij Maastricht. Ook op de Maas wordt veel met de boot gevist, maar dit vindt meer verspreid plaats – met de hoogste dichtheid van bootvissers rond Roermond.

RELATIEF VEEL BOOTVISSERS
Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat ruim een kwart (27%) van alle waargenomen sportvissers bij de Maas vanuit een boot vist. Dit percentage ligt duidelijk hoger dan het landelijke gemiddelde van zes procent en ook boven het landelijk gemiddelde van twaalf procent voor vergelijkbare watertypen, zoals grote rivieren, zand-, grind- en kleiafgravingen en plassen dieper dan vier meter. Ter verklaring stellen de onderzoekers dat grote delen van de Maas vanaf de oever lastig te bereiken zijn, waardoor een boot zich beter leent om het water te verkennen. Ook stellen ze dat het uitgestrekte karakter, de wisselende visstand en sterke seizoensinvloeden aan de Maas misschien relatief meer fanatieke sportvissers met een visboot aantrekt.

REGIONALE VERSCHILLEN
De cijfers uit dit onderzoek zijn vergeleken met vliegtuigtellingen uit 2015. Daaruit blijkt dat de Maas en aangrenzende wateren steeds populairder zijn geworden onder sportvissers. In tien jaar tijd groeide zowel het aantal kant- als bootvissers in het onderzochte gebied namelijk fors.

ONDERSCHATTING & WEERSINVLOEDEN
Hoe effectief het tellen van sportvissers vanuit de lucht ook is, er kleven tevens nadelen aan deze methode. Zo ligt onderschatting van de aantallen op de loer als kantvissers vanuit de lucht niet of moeilijk zichtbaar zijn doordat ze onder bomen of viaducten staan. Ook weersomstandigheden die het zicht belemmeren – met name lage mist – kunnen ervoor zorgen dat sportvissers over het hoofd worden gezien. Goed of slecht weer kan ook sterk van invloed zijn op het werkelijke aantal actieve sportvissers. Op teldagen met mooi (vis)weer valt het aantal waarnemingen waarschijnlijk hoger uit dan gemiddeld, net zoals dit andersom geldt.

Sportvisserij Nederland

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm