KANAAL BAARZEN
TEKST: REDACTIE > FOTOGRAFIE: SANDER BOER, RINALDO LOKERS, REIN RIJKE & PATRICK MARRABLE
Ons land telt zo’n zevenduizend kilometer bevaarbare waterwegen voor beroeps- en recreatievaart. Een flink deel daarvan betreft kanalen, zoals het Amsterdam-Rijnkanaal, Schelde-Rijnkanaal, Twentekanaal, Julianakanaal, Lateraalkanaal, Amertak, Maas-Waalkanaal. Deze kleine greep is al goed voor ruim vierhonderd kilometer bevisbare oever waar je zelden roofvissers tegenkomt die op baars mikken.
>> GRONDELSNACK
Invasieve grondels hebben zich inmiddels permanent gevestigd in veel Nederlandse wateren. Deze exoten voelen zich vooral thuis langs steenstortoevers en rondom mosselbanken. Grondels zijn daar het hele jaar massaal aanwezig en vormen door hun beperkte vluchtgedrag een gemakkelijke hap voor baars. Die heeft de grondel dus vast op het menu staan. Dat zie je op kanalen waar je veel grondels treft duidelijk terug in wat wel lijkt op een groeispurt bij baarzen. Dit biedt kansen voor sportvissers. Vis je met imitaties van grondels – qua vorm, kleur en zwemactie – dan sluit dit perfect aan op het dagmenu. Breng het kunstaas met korte hupjes in beweging en las lange pauzes in. Dat lijkt meer op het natuurlijke gedrag van grondels dan een uitbundige actie met teveel poespas.
met wat speurwerk kun je ook aan een saai kanaal interessante stekken vinden
>> METERS MAKEN
Met het voorgaande in het achterhoofd zal het geen verrassing zijn dat het baarsvissen op kanalen een kwestie is van meters maken. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk vanwege de vele kilometers bevisbare oevers die je daar treft. Dit kan je echter ook de moed in de schoenen doen zakken. Daarom is het verstandig dit type water samen met één of meerdere vismaten aan te pakken. Zo kun je sneller het terrein scannen, vlotter verkassen en meer stekken aandoen. Dit vergroot de kans dat je tegen de vis aanloopt. Gezamenlijk op pad gaan heeft als extra voordeel dat je elkaar scherp kunt houden en kunt aansporen om vol vertrouwen te blijven vissen; ook wanneer je niet vrij snel resultaat boekt.
ANDER SOORT KUNSTAAS
Baars kun je aan tal van soorten kunstaas vangen, maar op grote, brede en diepe scheepvaartkanalen is het geen gek idee om out of the (tackle) box te denken. Daar komen bepaalde typen kunstaas – die niet veel roofvissers gebruiken – bijzonder goed tot hun recht. Denk bijvoorbeeld aan werppilkers, tailspinners of blade baits. Die kun je heel ver en nauwkeurig werpen (ook bij harde wind), snel vissen en in verschillende waterlagen presenteren. Dit stelt je in staat om in korte tijd veel water te scannen en heel effectief op zoek te gaan naar de baars. Dankzij de compacte vorm en het relatief hoge gewicht kam je ook diep en stromend water vlot uit. Wissel korte hupjes over de bodem af met stevige tikken van de hengeltop. Dit laatste kan een zogenaamde reaction strike uitlokken en op dagen dat het moeilijk is soms echt het verschil maken.
>> WEINIG HENGELDRUK
Op grote scheepvaartkanalen heb je als roofvisser vaak het rijk alleen omdat veel sportvissers deze ‘klotsbakken’ links laten liggen. Dit is een groot contrast met de rivierplassen en andere bekende stekken waar roofvissers gericht achter grote baarzen aan gaan. Daar sta je vaak met meerdere sportvissers dicht op elkaar. Die hoge hengeldruk laat wel degelijk zijn sporen na. Op de rivierplassen worden grote baarzen steeds lastiger te vangen en is de visserij vaak bijzonder taai. Dat geeft stof tot nadenken: sluit je aan in de rij op een drukbeviste plas waar het behoorlijk lastig kan zijn om een vis te vangen? Of kies je ervoor om te gaan pionieren op een kanaal, waar de hengeldruk vrijwel ontbreekt? Dat laatste is zeker het overwegen waard. Temeer omdat veel kanalen in verbinding staan – direct of indirect – met rivieren en rivierplassen. De grote baarzen die je op de bekende wateren vindt, zwemmen dus ook rond op kanalen. Maar daar sta je vrijwel zonder ‘concurrentie’ aan de waterkant.
Het baarsvissen heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Hordes roofvissers mikken met tal van finesse technieken en allerlei soorten kunstaas op het vangen van een grote baars. Dat doen ze voornamelijk op de rivieren en – zeker in de herfst en winter – de aangrenzende rivierplassen. Daar kan het aan én op het water dan ook behoorlijk druk zijn en is de hengeldruk vaak heel erg hoog. Wie liever niet aansluit bij de meute en wel van een beetje pionieren houdt, kan daarentegen ook prima terecht aan een van de vele kanalen die ons land rijk is. Daar heb je volop de ruimte en maak je eveneens kans op een beste baars. Er gaat vanzelfsprekend wel wat tijd en energie in die zoektocht zitten, maar voor de meer avontuurlijk ingestelde baarsvisser biedt dit type water zeker interessante mogelijkheden. Neig je ernaar om het eens te gaan proberen, maar weet je eigenlijk niet goed hoe je dit project precies aanpakt? Lees dan zeker verder op de volgende pagina’s. Met de tips in dit artikel bieden we je enkele praktische handvatten om de handschoen op te pakken en een dikke kanaalbaars te vangen.
>> TYPE OEVER
Op de meeste kanalen zijn de oevers versteend om erosie door scheepvaart en golfslag tegen te gaan. Die versteende oevers vallen grofweg uiteen in twee hoofdtypen. De eerste bestaat uit steenstort: grote stenen en keien langs de oever. Hoe ver die steenstort onder water doorloopt, verschilt sterk per kanaal. Soms ligt de rand vier tot vijf meter uit de kant, in andere situaties loopt de steenstort zelfs twaalf tot dertien meter het water in. Het tweede type bestaat uit damwanden, meestal van staal. Onder sommige damwanden ligt nog steenstort, terwijl de bodem onder andere damwanden juist vrij schoon is. Wie weet hoe de oevers zijn opgebouwd, kan zijn kunstaas en presentatie daar optimaal op afstemmen. Ligt er veel steenstort? Dan is het riskant om jiggend over de bodem te vissen. In dat geval kun je de jigkop met shad beter iets boven de stenen binnenvissen of voor een ander type kunstaas kiezen dat wegblijft bij de stenen. Met finesse technieken kun je een soft plastic rustig over de bodem laten bewegen. Zo speel je optimaal in op de omstandigheden en voorkom je onnodig materiaalverlies.
>> WITVISWEDSTRIJDEN
Kanalen zijn regelmatig het toneel van witviswedstrijden. Daarbij komen steeds vaker grote baarzen boven water – waaronder ook exemplaren van rond de magische grens van 50 centimeter. Dit zijn soms bijvangsten (rovers die op de aanwezige witvis en grondels afkomen), maar op sommige kanalen mikken feedervissers ook gericht op grote baarzen. Op het Amsterdam-Rijnkanaal voeren ze onderaan het talud (op zo’n 20 meter uit de kant) met de korf stukjes worm en vissen ze met een dikke pier aan de haak. Doorgaans liggen de ‘wedstrijdnummers’ jaar in jaar uit op dezelfde plekken. Het is daarom zeker de moeite waard om deze zones daags na een witviswedstrijd af te vissen. Daar kom je behalve baars overigens ook andere rovers zoals snoek en snoekbaars tegen.
Op drukbevaren kanalen brengt het scheepvaartverkeer de boel onder water behoorlijk in beweging. In de regel activeert dit ook de roofvis.
op grote, brede en diepe kanalen is het geen gek idee om out of the (tackle) box te denken en te kiezen voor afwijkend kunstaas
>> MONOTOON KARAKTER
Kanalen zijn voor het oog niet direct heel aantrekkelijk. Deze lange, vaak (kaars)rechte waterlopen hebben een monotoon karakter en ogen ietwat saai. Ook onder water is er relatief weinig variatie te bespeuren: het is overal ongeveer even diep en de taluds zijn over de gehele lengte van het kanaal vrijwel identiek. Toch kun je met wat speurwerk interessante stekken vinden. Boven water zijn dat bijvoorbeeld bruggen, havens, splitsingen van waterwegen, uitlaten van gemalen, aanlegsteigers, versmallingen en verbredingen. Dit soort stekken springt echter dusdanig in het oog dat ook andere roofvissers hier hun geluk zullen beproeven. Onder water zijn de uitzonderingen op de regel minder goed zichtbaar, dus je zult wat meer moeite moeten doen om die op te sporen. Maar heb je een mosselbank, hoop stenen, kuil, bult, of een iets afwijkend talud gevonden? Dan zit je doorgaans geramd. Deze onderbrekingen in de bodemstructuur zijn hotspots voor roofvis – en dus ook baars. Kam die minutieus uit met bijvoorbeeld de dropshot, Carolina rig of Ned rig.
KANAAL BAARZEN
>> TYPE OEVER
Op de meeste kanalen zijn de oevers versteend om erosie door scheepvaart en golfslag tegen te gaan. Die versteende oevers vallen grofweg uiteen in twee hoofdtypen. De eerste bestaat uit steenstort: grote stenen en keien langs de oever. Hoe ver die steenstort onder water doorloopt, verschilt sterk per kanaal. Soms ligt de rand vier tot vijf meter uit de kant, in andere situaties loopt de steenstort zelfs twaalf tot dertien meter het water in. Het tweede type bestaat uit damwanden, meestal van staal. Onder sommige damwanden ligt nog steenstort, terwijl de bodem onder andere damwanden juist vrij schoon is. Wie weet hoe de oevers zijn opgebouwd, kan zijn kunstaas en presentatie daar optimaal op afstemmen. Ligt er veel steenstort? Dan is het riskant om jiggend over de bodem te vissen. In dat geval kun je de jigkop met shad beter iets boven de stenen binnenvissen of voor een ander type kunstaas kiezen dat wegblijft bij de stenen. Met finesse technieken kun je een soft plastic rustig over de bodem laten bewegen. Zo speel je optimaal in op de omstandigheden en voorkom je onnodig materiaalverlies.
ANDER SOORT KUNSTAAS
Baars kun je aan tal van soorten kunstaas vangen, maar op grote, brede en diepe scheepvaartkanalen is het geen gek idee om out of the (tackle) box te denken. Daar komen bepaalde typen kunstaas – die niet veel roofvissers gebruiken – bijzonder goed tot hun recht. Denk bijvoorbeeld aan werppilkers, tailspinners of blade baits. Die kun je heel ver en nauwkeurig werpen (ook bij harde wind), snel vissen en in verschillende waterlagen presenteren. Dit stelt je in staat om in korte tijd veel water te scannen en heel effectief op zoek te gaan naar de baars. Dankzij de compacte vorm en het relatief hoge gewicht kam je ook diep en stromend water vlot uit. Wissel korte hupjes over de bodem af met stevige tikken van de hengeltop. Dit laatste kan een zogenaamde reaction strike uitlokken en op dagen dat het moeilijk is soms echt het verschil maken.
>> WITVISWEDSTRIJDEN
Kanalen zijn regelmatig het toneel van witviswedstrijden. Daarbij komen steeds vaker grote baarzen boven water – waaronder ook exemplaren van rond de magische grens van 50 centimeter. Dit zijn soms bijvangsten (rovers die op de aanwezige witvis en grondels afkomen), maar op sommige kanalen mikken feedervissers ook gericht op grote baarzen. Op het Amsterdam-Rijnkanaal voeren ze onderaan het talud (op zo’n 20 meter uit de kant) met de korf stukjes worm en vissen ze met een dikke pier aan de haak. Doorgaans liggen de ‘wedstrijdnummers’ jaar in jaar uit op dezelfde plekken. Het is daarom zeker de moeite waard om deze zones daags na een witviswedstrijd af te vissen. Daar kom je behalve baars overigens ook andere rovers zoals snoek en snoekbaars tegen.
Op drukbevaren kanalen brengt het scheepvaartverkeer de boel onder water behoorlijk in beweging. In de regel activeert dit ook de roofvis.
op grote, brede en diepe kanalen is het geen gek idee om out of the (tackle) box te denken en te kiezen voor afwijkend kunstaas
met wat speurwerk kun je ook aan een saai kanaal interessante stekken vinden
>> METERS MAKEN
Met het voorgaande in het achterhoofd zal het geen verrassing zijn dat het baarsvissen op kanalen een kwestie is van meters maken. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk vanwege de vele kilometers bevisbare oevers die je daar treft. Dit kan je echter ook de moed in de schoenen doen zakken. Daarom is het verstandig dit type water samen met één of meerdere vismaten aan te pakken. Zo kun je sneller het terrein scannen, vlotter verkassen en meer stekken aandoen. Dit vergroot de kans dat je tegen de vis aanloopt. Gezamenlijk op pad gaan heeft als extra voordeel dat je elkaar scherp kunt houden en kunt aansporen om vol vertrouwen te blijven vissen; ook wanneer je niet vrij snel resultaat boekt.
>> WEINIG HENGELDRUK
Op grote scheepvaartkanalen heb je als roofvisser vaak het rijk alleen omdat veel sportvissers deze ‘klotsbakken’ links laten liggen. Dit is een groot contrast met de rivierplassen en andere bekende stekken waar roofvissers gericht achter grote baarzen aan gaan. Daar sta je vaak met meerdere sportvissers dicht op elkaar. Die hoge hengeldruk laat wel degelijk zijn sporen na. Op de rivierplassen worden grote baarzen steeds lastiger te vangen en is de visserij vaak bijzonder taai. Dat geeft stof tot nadenken: sluit je aan in de rij op een drukbeviste plas waar het behoorlijk lastig kan zijn om een vis te vangen? Of kies je ervoor om te gaan pionieren op een kanaal, waar de hengeldruk vrijwel ontbreekt? Dat laatste is zeker het overwegen waard. Temeer omdat veel kanalen in verbinding staan – direct of indirect – met rivieren en rivierplassen. De grote baarzen die je op de bekende wateren vindt, zwemmen dus ook rond op kanalen. Maar daar sta je vrijwel zonder ‘concurrentie’ aan de waterkant.
>> MONOTOON KARAKTER
Kanalen zijn voor het oog niet direct heel aantrekkelijk. Deze lange, vaak (kaars)rechte waterlopen hebben een monotoon karakter en ogen ietwat saai. Ook onder water is er relatief weinig variatie te bespeuren: het is overal ongeveer even diep en de taluds zijn over de gehele lengte van het kanaal vrijwel identiek. Toch kun je met wat speurwerk interessante stekken vinden. Boven water zijn dat bijvoorbeeld bruggen, havens, splitsingen van waterwegen, uitlaten van gemalen, aanlegsteigers, versmallingen en verbredingen. Dit soort stekken springt echter dusdanig in het oog dat ook andere roofvissers hier hun geluk zullen beproeven. Onder water zijn de uitzonderingen op de regel minder goed zichtbaar, dus je zult wat meer moeite moeten doen om die op te sporen. Maar heb je een mosselbank, hoop stenen, kuil, bult, of een iets afwijkend talud gevonden? Dan zit je doorgaans geramd. Deze onderbrekingen in de bodemstructuur zijn hotspots voor roofvis – en dus ook baars. Kam die minutieus uit met bijvoorbeeld de dropshot, Carolina rig of Ned rig.
Het baarsvissen heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Hordes roofvissers mikken met tal van finesse technieken en allerlei soorten kunstaas op het vangen van een grote baars. Dat doen ze voornamelijk op de rivieren en – zeker in de herfst en winter – de aangrenzende rivierplassen. Daar kan het aan én op het water dan ook behoorlijk druk zijn en is de hengeldruk vaak heel erg hoog. Wie liever niet aansluit bij de meute en wel van een beetje pionieren houdt, kan daarentegen ook prima terecht aan een van de vele kanalen die ons land rijk is. Daar heb je volop de ruimte en maak je eveneens kans op een beste baars. Er gaat vanzelfsprekend wel wat tijd en energie in die zoektocht zitten, maar voor de meer avontuurlijk ingestelde baarsvisser biedt dit type water zeker interessante mogelijkheden. Neig je ernaar om het eens te gaan proberen, maar weet je eigenlijk niet goed hoe je dit project precies aanpakt? Lees dan zeker verder op de volgende pagina’s. Met de tips in dit artikel bieden we je enkele praktische handvatten om de handschoen op te pakken en een dikke kanaalbaars te vangen.
>> GRONDELSNACK
Invasieve grondels hebben zich inmiddels permanent gevestigd in veel Nederlandse wateren. Deze exoten voelen zich vooral thuis langs steenstortoevers en rondom mosselbanken. Grondels zijn daar het hele jaar massaal aanwezig en vormen door hun beperkte vluchtgedrag een gemakkelijke hap voor baars. Die heeft de grondel dus vast op het menu staan. Dat zie je op kanalen waar je veel grondels treft duidelijk terug in wat wel lijkt op een groeispurt bij baarzen. Dit biedt kansen voor sportvissers. Vis je met imitaties van grondels – qua vorm, kleur en zwemactie – dan sluit dit perfect aan op het dagmenu. Breng het kunstaas met korte hupjes in beweging en las lange pauzes in. Dat lijkt meer op het natuurlijke gedrag van grondels dan een uitbundige actie met teveel poespas.