Matchvissen met licht materiaal is de voorkeurstechniek van oud-wedstrijdvisser Tom Biesot (72) en zijn vrouw Fousjia (70). “Het is actief, visueel en relatief technisch – dus uitdagend.” In een recreatiegebied pal naast Nootdorp schoven we aan bij het vissende koppel om te zien hoe ze te werk gaan.
TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE: SANDER BOER
LIGHT
Matchvissen
‘Matchvissen is een heerlijke visserij die heel erg effectief én toegankelijk is – ook op je oude dag’
Tom en Fousjia zijn een perfect op elkaar ingespeeld team
‘Als ik tien minuten geen beet krijg, is dat voor mij reden om op technisch of tactisch vlak zaken iets aan te passen’
DOBBERTIP
WARTELVERBINDING
Kenmerkend aan matchdobbers is het gaatje onderaan de pen, waar de hoofdlijn doorheen loopt tot aan het stuitje (of ‘stoppertje’). “Die opening is meestal aan de kleine kant, zodat de lijn er vaak niet goed doorheen loopt. Daar heb ik een oplossing voor bedacht in de vorm van een tonwartel met grotere oogjes die via een siliconenslangetje onderaan de dobber zit bevestigd. Het onderste oogje van de wartel vervangt zo als het ware het gaatje in de dobber.”
SNOEKBAARS- & FEEDERHENGEL
De twee hengels die even later uit de foedraal tevoorschijn komen, springen direct in het oog. Fousjia’s exemplaar van drie meter lang blijkt een omgebouwde, parabolische snoekbaarshengel. De 3.30 meter lange stok van Tom heeft voelbaar meer ‘ruggengraat’ en is voorzien van ragfijne geleideoogjes. “Officieel is het een lichte feederhengel, maar je kunt er ook echt geweldig mee matchvissen op klein tot middelgroot water”, verklaart Tom zijn hengelkeuze. De glimmende, zwarte molentjes bestempelt hij als vintage. “Ze doen het nog perfect, want ik heb mijn materiaal altijd keurig onderhouden.” De montage waarmee wordt gevist is simpel, maar verfijnd: op de 16/00 nylon hoofdlijn zit achtereenvolgens een stuitje, een kraaltje als extra stoppertje, de 1-grams dobber (bevestigd via een wartelverbinding, zie kader Dobbertip op pag. 37) en vier tot vijf knijpgewichtjes. Op zo’n 15 centimeter onder het laatste gewichtje zit een haak maatje 10.
ACTIEF VERSUS PASSIEF
Terwijl Fousjia met een getrainde, overhandse worp alvast haar aas inlegt, buigt Tom zich over het voer. Dat is een standaard witvismix met daar doorheen een handje minipellets en een vleugje karamel-geurvloeistof. Drie balletjes van het formaat golfbal (zie kader Voertip op pag. 39) belanden even later met plonsjes naast de dobbers. Tom vist met een ‘sleepje’ (waarbij het laatste gewichtje vlak boven de bodem hangt en het aas subtiel over de bodem sleept, red.), Fousjia met het onderste gewichtje óp de bodem. “Op één vaste plek vissen heeft mijn voorkeur, want dat is rustiger”, licht ze toe. “De dobber peil ik thuis altijd uit in een vaas, zodat ik aan het water direct kan starten met vissen.” Tom hoeft enkel nog de maden op de haak te prikken. “Daar heb ik een trauma aan overgehouden uit mijn jeugd in Suriname. Van die beestjes krioelde het altijd in dode dieren – een heel erg onaangenaam beeld.”
VAN KLEIN NAAR GROTER
“Ja, hangen”, meldt Tom kalmpjes als hij al na luttele minuten de eerste vis van de dag haakt. Maar net voordat we de vangst kunnen zien, schiet de vis los. Even later is het alsnog raak en tilt de oud-wedstrijdvisser glimlachend een kleine brasem voor de lens van de fotograaf. Vlot daarna volgen nog een jonge brasem en een blankvoorn, de volgende vis schiet weer los.
BEKENDE GEZICHTEN
Tom en Fousjia zijn al 45 jaar samen en vissen beiden al vrijwel hun hele leven. Bij GHV - Groene Hart werden ze onlangs geëerd voor hun 50-jarige lidmaatschap van deze hengelsportvereniging. Buiten het matchvissen zijn de twee ook bekende gezichten binnen het vliegvissen, hun andere grote passie. Zo reisde het duo met de vliegenlat onder meer naar Belize, Panama, Costa Rica, Cuba en de Canarische Eilanden. Ook in Suriname – Fousjia’s geboorteland – kwamen én visten ze veel. Tom: “Mijn halve hart ligt inmiddels in dat land. De natuur is er geweldig mooi en ik heb er inmiddels wel zo’n 45 verschillende vissoorten gevangen.”
VOERTIP:
REGELMATIG KLEINE BALLETJES
In plaats van het klassieke ‘voerbombardement’ waarmee wedstrijdvissers vaak hun sessie beginnen, kiest Tom liever voor een voeraanpak met balletjes van het formaat golfbal. “Door regelmatig kleine porties te voeren raakt de vis minder snel verzadigd, waardoor ze actiever blijven azen”, legt hij uit. “Bovendien ben je op deze manier minder gebonden aan één voerplek. Werp je bijvoorbeeld een stukje opzij, dan kun je met twee balletjes voer – en eventueel wat aas – de aanwezige vis snel naar die plek lokken.”
Fousjia heeft tot dan toe nog geen actie gehad, maar na een poosje begint het ook bij haar te lopen. Na aanvankelijk vooral kleinere vis te hebben gevangen, melden zich nu ook af en toe wat grotere brasems – en komt het landingsnet goed van pas. “Zeker aan dit slag vissen heb je met licht materiaal nog hele leuke sport”, zegt Tom terwijl Fousjia de vangst voor hem schept. “De vis aast ook gretiger, want de haak zit bij dit exemplaar wat dieper.” Met behulp van een onthaaktangetje is het klusje echter snel geklaard en gaat de vis vlot weer terug.
ZELFBOUW MATCHHENGEL
“Het forse gewicht en continue afsteken van lange vaste stokken vind ik maar niets”, zegt Tom gevraagd naar zijn voorliefde voor het ‘matchen’. “Destijds waren de vaste hengels ook veel zwaarder dan nu”, blikt hij terug op de tijd dat hij nog actief was als wedstrijdvisser. “Ik wilde juist aan licht materiaal de grotere vissen vangen die je met de vaste stok meestal verspeelde. Toen ik zestien was, bouwde ik daarom zelf een matchhengel. Daarvoor gebruikte ik de laatste delen van een vaste stok, met aan elk deel een geleideoogje. Die ‘oplossing’ beviel zo goed dat ik sindsdien geen vaste stok meer heb aangeraakt; ook niet bij het wedstrijdvissen.” In 1974 kocht Tom zijn eerste échte matchhengel en was hij vervolgens helemaal om. “Matchen is actief, visueel en relatief technisch: je moet steeds je best doen om een (grote) bocht in je lijn te voorkomen – bijvoorbeeld door je lijn direct na de inworp strak te draaien. Dat spel vind ik mooi en uitdagend.”
TOCH NOG EVEN DOOR
Geklungel met bochten blijft vandaag uit doordat de toch al geringe wind in de loop van de middag steeds meer is gaan liggen. Qua vangsten loopt het ondertussen lekker door. De fraai gekleurde brasem die Tom even later zelf schept, mag bij wijze van laatste vangst met hem op de foto. Hoewel, laatste vangst? Tom en Fousjia twijfelen: ze vissen eigenlijk graag nog even door, maar kijken ook enigszins argwanend naar de donkere wolken in de verte. “Dat moeten we niet hebben”, mompelt Tom ietwat vertwijfeld. Hij is al eens bijna door de bliksem geraakt en daarom extra op zijn hoede voor onweer. Als we even later afscheid nemen, is de buienlijn bijna weg en besluit het koppel te blijven. “Matchvissen is een heerlijke visserij die heel effectief én toegankelijk is – ook op je oude dag.”
Een spons aan een touwtje is praktisch om het voer te bevochtigen (en je handen nat te maken/schoon te spoelen).
“We doen het lekker rustig aan, want het is toch altijd weer een heel gesleep”, zegt Tom tegen Fousjia zodra de auto is uitgeladen. Naast het voertuig staan een grote, blauwe foedraal, rolkoffer, twee klapstoeltjes, plus een handvol tassen en emmers. Routineus wordt de lading onderling verdeeld en te voet gaat het stel verder naar de waterkant. Vlak voor een lange loopbrug zet Fousjia haar spullen in het gras; daarmee is de stek voor deze sessie gekozen. Tom blijft even staan om de situatie in zich op te nemen: “Dit lichte briesje dwars over het water kunnen we gelukkig prima hebben”, refereert hij aan de afspraak van vorige week die vanwege harde wind en onweer helaas moest worden afgezegd.
WELKOME RUST
“Ja, het is een mooi watertje”, zegt Tom terwijl hij op zijn klapstoel plaatsneemt. “Dit hele natuurgebied is relatief nieuw. Het water is zo’n acht jaar geleden gegraven, net geen meter diep en heeft een schone zandbodem. Er zwemt karper in allerlei formaten, grote voorn en brasem, kolblei, bliek en zelfs een steur van een centimeter of zestig – die is vorig jaar nog gevangen. Variatie genoeg dus, vandaar dat we hier graag en dus ook regelmatig komen.” Bovendien doen ook de natuur en rust hier hen goed. “En vissen met mijn vrouw is vooral gezellig. Met haar naast me kom ik meer tot rust dan wanneer ik met mijn vrienden ga vissen. Dan krijg ik automatisch competitiedrang, dat is nu eenmaal mijn natuur. Als ik tien minuten geen beet krijg, ga ik altijd technisch of tactisch wat veranderen.”
LIGHT
Matchvissen
Matchvissen met licht materiaal is de voorkeurstechniek van oud-wedstrijdvisser Tom Biesot (72) en zijn vrouw Fousjia (70). “Het is actief, visueel en relatief technisch – dus uitdagend.” In een recreatiegebied pal naast Nootdorp schoven we aan bij het vissende koppel om te zien hoe ze te werk gaan.
TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE: SANDER BOER
VOERTIP:
REGELMATIG KLEINE BALLETJES
In plaats van het klassieke ‘voerbombardement’ waarmee wedstrijdvissers vaak hun sessie beginnen, kiest Tom liever voor een voeraanpak met balletjes van het formaat golfbal. “Door regelmatig kleine porties te voeren raakt de vis minder snel verzadigd, waardoor ze actiever blijven azen”, legt hij uit. “Bovendien ben je op deze manier minder gebonden aan één voerplek. Werp je bijvoorbeeld een stukje opzij, dan kun je met twee balletjes voer – en eventueel wat aas – de aanwezige vis snel naar die plek lokken.”
‘Matchvissen is een heerlijke visserij die heel erg effectief én toegankelijk is – ook op je oude dag’
Tom en Fousjia zijn een perfect op elkaar ingespeeld team
Fousjia heeft tot dan toe nog geen actie gehad, maar na een poosje begint het ook bij haar te lopen. Na aanvankelijk vooral kleinere vis te hebben gevangen, melden zich nu ook af en toe wat grotere brasems – en komt het landingsnet goed van pas. “Zeker aan dit slag vissen heb je met licht materiaal nog hele leuke sport”, zegt Tom terwijl Fousjia de vangst voor hem schept. “De vis aast ook gretiger, want de haak zit bij dit exemplaar wat dieper.” Met behulp van een onthaaktangetje is het klusje echter snel geklaard en gaat de vis vlot weer terug.
ZELFBOUW MATCHHENGEL
“Het forse gewicht en continue afsteken van lange vaste stokken vind ik maar niets”, zegt Tom gevraagd naar zijn voorliefde voor het ‘matchen’. “Destijds waren de vaste hengels ook veel zwaarder dan nu”, blikt hij terug op de tijd dat hij nog actief was als wedstrijdvisser. “Ik wilde juist aan licht materiaal de grotere vissen vangen die je met de vaste stok meestal verspeelde. Toen ik zestien was, bouwde ik daarom zelf een matchhengel. Daarvoor gebruikte ik de laatste delen van een vaste stok, met aan elk deel een geleideoogje. Die ‘oplossing’ beviel zo goed dat ik sindsdien geen vaste stok meer heb aangeraakt; ook niet bij het wedstrijdvissen.” In 1974 kocht Tom zijn eerste échte matchhengel en was hij vervolgens helemaal om. “Matchen is actief, visueel en relatief technisch: je moet steeds je best doen om een (grote) bocht in je lijn te voorkomen – bijvoorbeeld door je lijn direct na de inworp strak te draaien. Dat spel vind ik mooi en uitdagend.”
TOCH NOG EVEN DOOR
Geklungel met bochten blijft vandaag uit doordat de toch al geringe wind in de loop van de middag steeds meer is gaan liggen. Qua vangsten loopt het ondertussen lekker door. De fraai gekleurde brasem die Tom even later zelf schept, mag bij wijze van laatste vangst met hem op de foto. Hoewel, laatste vangst? Tom en Fousjia twijfelen: ze vissen eigenlijk graag nog even door, maar kijken ook enigszins argwanend naar de donkere wolken in de verte. “Dat moeten we niet hebben”, mompelt Tom ietwat vertwijfeld. Hij is al eens bijna door de bliksem geraakt en daarom extra op zijn hoede voor onweer. Als we even later afscheid nemen, is de buienlijn bijna weg en besluit het koppel te blijven. “Matchvissen is een heerlijke visserij die heel effectief én toegankelijk is – ook op je oude dag.”
BEKENDE GEZICHTEN
Tom en Fousjia zijn al 45 jaar samen en vissen beiden al vrijwel hun hele leven. Bij GHV - Groene Hart werden ze onlangs geëerd voor hun 50-jarige lidmaatschap van deze hengelsportvereniging. Buiten het matchvissen zijn de twee ook bekende gezichten binnen het vliegvissen, hun andere grote passie. Zo reisde het duo met de vliegenlat onder meer naar Belize, Panama, Costa Rica, Cuba en de Canarische Eilanden. Ook in Suriname – Fousjia’s geboorteland – kwamen én visten ze veel. Tom: “Mijn halve hart ligt inmiddels in dat land. De natuur is er geweldig mooi en ik heb er inmiddels wel zo’n 45 verschillende vissoorten gevangen.”
‘Als ik tien minuten geen beet krijg, is dat voor mij reden om op technisch of tactisch vlak zaken iets aan te passen’
DOBBERTIP
WARTELVERBINDING
Kenmerkend aan matchdobbers is het gaatje onderaan de pen, waar de hoofdlijn doorheen loopt tot aan het stuitje (of ‘stoppertje’). “Die opening is meestal aan de kleine kant, zodat de lijn er vaak niet goed doorheen loopt. Daar heb ik een oplossing voor bedacht in de vorm van een tonwartel met grotere oogjes die via een siliconenslangetje onderaan de dobber zit bevestigd. Het onderste oogje van de wartel vervangt zo als het ware het gaatje in de dobber.”
SNOEKBAARS- & FEEDERHENGEL
De twee hengels die even later uit de foedraal tevoorschijn komen, springen direct in het oog. Fousjia’s exemplaar van drie meter lang blijkt een omgebouwde, parabolische snoekbaarshengel. De 3.30 meter lange stok van Tom heeft voelbaar meer ‘ruggengraat’ en is voorzien van ragfijne geleideoogjes. “Officieel is het een lichte feederhengel, maar je kunt er ook echt geweldig mee matchvissen op klein tot middelgroot water”, verklaart Tom zijn hengelkeuze. De glimmende, zwarte molentjes bestempelt hij als vintage. “Ze doen het nog perfect, want ik heb mijn materiaal altijd keurig onderhouden.” De montage waarmee wordt gevist is simpel, maar verfijnd: op de 16/00 nylon hoofdlijn zit achtereenvolgens een stuitje, een kraaltje als extra stoppertje, de 1-grams dobber (bevestigd via een wartelverbinding, zie kader Dobbertip op pag. 37) en vier tot vijf knijpgewichtjes. Op zo’n 15 centimeter onder het laatste gewichtje zit een haak maatje 10.
ACTIEF VERSUS PASSIEF
Terwijl Fousjia met een getrainde, overhandse worp alvast haar aas inlegt, buigt Tom zich over het voer. Dat is een standaard witvismix met daar doorheen een handje minipellets en een vleugje karamel-geurvloeistof. Drie balletjes van het formaat golfbal (zie kader Voertip op pag. 39) belanden even later met plonsjes naast de dobbers. Tom vist met een ‘sleepje’ (waarbij het laatste gewichtje vlak boven de bodem hangt en het aas subtiel over de bodem sleept, red.), Fousjia met het onderste gewichtje óp de bodem. “Op één vaste plek vissen heeft mijn voorkeur, want dat is rustiger”, licht ze toe. “De dobber peil ik thuis altijd uit in een vaas, zodat ik aan het water direct kan starten met vissen.” Tom hoeft enkel nog de maden op de haak te prikken. “Daar heb ik een trauma aan overgehouden uit mijn jeugd in Suriname. Van die beestjes krioelde het altijd in dode dieren – een heel erg onaangenaam beeld.”
VAN KLEIN NAAR GROTER
“Ja, hangen”, meldt Tom kalmpjes als hij al na luttele minuten de eerste vis van de dag haakt. Maar net voordat we de vangst kunnen zien, schiet de vis los. Even later is het alsnog raak en tilt de oud-wedstrijdvisser glimlachend een kleine brasem voor de lens van de fotograaf. Vlot daarna volgen nog een jonge brasem en een blankvoorn, de volgende vis schiet weer los.
Een spons aan een touwtje is praktisch om het voer te bevochtigen (en je handen nat te maken/schoon te spoelen).
“We doen het lekker rustig aan, want het is toch altijd weer een heel gesleep”, zegt Tom tegen Fousjia zodra de auto is uitgeladen. Naast het voertuig staan een grote, blauwe foedraal, rolkoffer, twee klapstoeltjes, plus een handvol tassen en emmers. Routineus wordt de lading onderling verdeeld en te voet gaat het stel verder naar de waterkant. Vlak voor een lange loopbrug zet Fousjia haar spullen in het gras; daarmee is de stek voor deze sessie gekozen. Tom blijft even staan om de situatie in zich op te nemen: “Dit lichte briesje dwars over het water kunnen we gelukkig prima hebben”, refereert hij aan de afspraak van vorige week die vanwege harde wind en onweer helaas moest worden afgezegd.
WELKOME RUST
“Ja, het is een mooi watertje”, zegt Tom terwijl hij op zijn klapstoel plaatsneemt. “Dit hele natuurgebied is relatief nieuw. Het water is zo’n acht jaar geleden gegraven, net geen meter diep en heeft een schone zandbodem. Er zwemt karper in allerlei formaten, grote voorn en brasem, kolblei, bliek en zelfs een steur van een centimeter of zestig – die is vorig jaar nog gevangen. Variatie genoeg dus, vandaar dat we hier graag en dus ook regelmatig komen.” Bovendien doen ook de natuur en rust hier hen goed. “En vissen met mijn vrouw is vooral gezellig. Met haar naast me kom ik meer tot rust dan wanneer ik met mijn vrienden ga vissen. Dan krijg ik automatisch competitiedrang, dat is nu eenmaal mijn natuur. Als ik tien minuten geen beet krijg, ga ik altijd technisch of tactisch wat veranderen.”