wist je dat?
HISTORISCH
ONDERZOEK
HOUTING
De Noordzeehouting doet het tegenwoordig weer goed in Nederland. De riviervisserij deed Coregonus oxyrinchus omstreeks 1940 de das om, maar watervervuiling stond de terugkeer van deze soort vanaf 1970 lang in de weg. Dit blijkt uit nieuw onderzoek in oude bronnen door ecologen.
TEKST: ARNO VAN ’T HOOG > BEELD: JELGER HERDER
De Noordzeehouting is een succesvoorbeeld van de terugkeer van een uitgestorven trekvis. Tot omstreeks 1940 bevolkte houting onze rivieren in flinke aantallen, om daarna vrijwel volledig te verdwijnen. Pas in de jaren ’90 keert het tij. Die comeback deed de vis deels op eigen kracht, deels met hulp. Zo bereikten houtingen uit Denemarken via de Waddenzee ons land en werden ouderdieren van deze restpopulatie gebruikt voor herintroductie in de Duitse Rijn (omstreeks twintig jaar geleden zijn zo’n twee miljoen jonge houtingen uitgezet). Dit heeft geresulteerd in een nieuwe populatie – ook in Nederland – die zich door natuurlijke voortplanting in stand houdt.
ONDERZOEK OORZAKEN
Bij het verdwijnen van trekvissen zoals de zalm, steur en houting worden altijd dezelfde oorzaken genoemd: overbevissing, watervervuiling en de aanleg van stuwen. Zo’n lijstje zegt weinig, want het is nog steeds niet duidelijk wat een vissoort het meest heeft dwarsgezeten. Bovendien is de houting wel terug, maar zijn de rivieren nog altijd onnatuurlijk recht, uitgebaggerd en verstuwd. Onderzoek van vijf Nederlandse ecologen werpt nieuw licht op welke zaken de houting deden verdwijnen en wat de terugkeer heeft geholpen. De onderzoekers verzamelden gegevens uit zeer uiteenlopende bronnen, waaronder oude visboeken, prenten, krantenartikelen en visserijstatistieken die in de afgelopen eeuwen werden gepubliceerd.
VOORHEEN BIJVANGST
Dit monnikenwerk leverde een berg aan gegevens op, waarbij opvalt dat houting een vrij algemene soort moet zijn geweest die lange tijd minder populair was. Op olieverfschilderijen van de Hollandse meesters en in oude kookboeken kom je zalm, snoek en kabeljauw wél tegen, maar houting niet. Het aantal vermeldingen in historische bronnen is beperkt, tot ongeveer 1850. Dan beginnen kranten te schrijven over de wekelijkse houtingvangsten, vooral in de herfst als deze vis vanuit zee de rivieren optrekt. Volgens de onderzoekers was dit aanvankelijk bijvangst, maar toen de zalmvisserij op zijn retour raakte werd houting gebruikt om dat verlies te compenseren. Zo was 1859 een topjaar met 97.420 aangelande exemplaren.
FLINKE POPULATIE
Die visserijdruk had consequenties: het onderzoek maakt duidelijk dat de houting al was verdwenen door overbevissing voordat de rivieren onleefbaar werden door industriële watervervuiling. Dit laatste hinderde wel het herstel van houting tussen 1970 en 1990. Internationale verdragen rond lozingen en rioolwaterzuivering hebben de rivieren opgeschoond en daar heeft de houting van geprofiteerd. Tegenwoordig leeft er een flinke populatie in het IJsselmeer, maar ook in de Waddenzee, de Voordelta en de Benedenrivieren wordt houting gevangen. Dat de houting zich weet te handhaven is eigenlijk wel verrassend: in tegenstelling tot andere trekvissen vertikt houting het simpelweg om vispassages te nemen – zelfs een laag stuwtje zullen ze niet overzwemmen.
HISTORISCH
ONDERZOEK
HOUTING
wist je dat?
De Noordzeehouting doet het tegenwoordig weer goed in Nederland. De riviervisserij deed Coregonus oxyrinchus omstreeks 1940 de das om, maar watervervuiling stond de terugkeer van deze soort vanaf 1970 lang in de weg. Dit blijkt uit nieuw onderzoek in oude bronnen door ecologen.
TEKST: ARNO VAN ’T HOOG > BEELD: JELGER HERDER
De Noordzeehouting is een succesvoorbeeld van de terugkeer van een uitgestorven trekvis. Tot omstreeks 1940 bevolkte houting onze rivieren in flinke aantallen, om daarna vrijwel volledig te verdwijnen. Pas in de jaren ’90 keert het tij. Die comeback deed de vis deels op eigen kracht, deels met hulp. Zo bereikten houtingen uit Denemarken via de Waddenzee ons land en werden ouderdieren van deze restpopulatie gebruikt voor herintroductie in de Duitse Rijn (omstreeks twintig jaar geleden zijn zo’n twee miljoen jonge houtingen uitgezet). Dit heeft geresulteerd in een nieuwe populatie – ook in Nederland – die zich door natuurlijke voortplanting in stand houdt.
ONDERZOEK OORZAKEN
Bij het verdwijnen van trekvissen zoals de zalm, steur en houting worden altijd dezelfde oorzaken genoemd: overbevissing, watervervuiling en de aanleg van stuwen. Zo’n lijstje zegt weinig, want het is nog steeds niet duidelijk wat een vissoort het meest heeft dwarsgezeten. Bovendien is de houting wel terug, maar zijn de rivieren nog altijd onnatuurlijk recht, uitgebaggerd en verstuwd. Onderzoek van vijf Nederlandse ecologen werpt nieuw licht op welke zaken de houting deden verdwijnen en wat de terugkeer heeft geholpen. De onderzoekers verzamelden gegevens uit zeer uiteenlopende bronnen, waaronder oude visboeken, prenten, krantenartikelen en visserijstatistieken die in de afgelopen eeuwen werden gepubliceerd.
VOORHEEN BIJVANGST
Dit monnikenwerk leverde een berg aan gegevens op, waarbij opvalt dat houting een vrij algemene soort moet zijn geweest die lange tijd minder populair was. Op olieverfschilderijen van de Hollandse meesters en in oude kookboeken kom je zalm, snoek en kabeljauw wél tegen, maar houting niet. Het aantal vermeldingen in historische bronnen is beperkt, tot ongeveer 1850. Dan beginnen kranten te schrijven over de wekelijkse houtingvangsten, vooral in de herfst als deze vis vanuit zee de rivieren optrekt. Volgens de onderzoekers was dit aanvankelijk bijvangst, maar toen de zalmvisserij op zijn retour raakte werd houting gebruikt om dat verlies te compenseren. Zo was 1859 een topjaar met 97.420 aangelande exemplaren.
FLINKE POPULATIE
Die visserijdruk had consequenties: het onderzoek maakt duidelijk dat de houting al was verdwenen door overbevissing voordat de rivieren onleefbaar werden door industriële watervervuiling. Dit laatste hinderde wel het herstel van houting tussen 1970 en 1990. Internationale verdragen rond lozingen en rioolwaterzuivering hebben de rivieren opgeschoond en daar heeft de houting van geprofiteerd. Tegenwoordig leeft er een flinke populatie in het IJsselmeer, maar ook in de Waddenzee, de Voordelta en de Benedenrivieren wordt houting gevangen. Dat de houting zich weet te handhaven is eigenlijk wel verrassend: in tegenstelling tot andere trekvissen vertikt houting het simpelweg om vispassages te nemen – zelfs een laag stuwtje zullen ze niet overzwemmen.