VErantwoord & zorgvuldig

TEKST: BARD BORGER / foto: Willem Kwinten

Een roofvis vangen is natuurlijk heel mooi, maar vervolgens is het verantwoord omgaan met je vangst minstens zo belangrijk. Waar moet je precies op letten en wat zijn per vissoort de do’s en don’ts? We vroegen diverse experts naar hun tips en trucs voor het zorgvuldig omgaan met snoek, baars, snoekbaars, meerval en roofblei.

Een onthaakmat is ook voor roofvissers vaak bijzonder praktisch.

REGELS 

VOOR 

ÉLKE 

ROOFVIS

1

Neem altijd een ruim landingsnet met een lange steel mee als je gaat vissen.

2

 Zorg dat je altijd een lange onthaaktang en stevige kniptang binnen handbereik hebt.

3

 Leg de vis nooit op een harde, droge ondergrond om deze te onthaken. Doe dit in het water, het landingsnet of gebruik een natte onthaakmat.

4

Ondersteun grote vissen altijd met twee handen en laat deze nooit lang in de kieuwgreep hangen.


5

 Zet de vis zo snel mogelijk terug in het water, laat hem daar rustig bijkomen en wacht tot ie uit zichzelf wegzwemt.

Roofblei tot
zo’n 60 cm kun je
prima achter de kop vastpakken, bij grotere exemplaren biedt de staartwortel stevig houvast.

De agressiviteit waarmee roofblei jaagt en vecht, vraagt volgens specialist Michel Dekker ook om aandacht bij het landen en hanteren van deze soort. “Zorg er om te beginnen voor dat je roofblei altijd goed uitdrilt. Neem ook altijd een landingsnet mee om de vis mee te scheppen en veilig in te kunnen onthaken. Het type net is ook van belang: kies uitsluitend voor een ruim, maar ondiep net dat volledig van rubber is gemaakt – bij voorkeur met grove mazen. Hierin kunnen de vinnen van de vis niet snel beschadigen en raakt het kunstaas zelden verstrikt.”

LOS IN HET WATER
Hoewel Michel zijn net altijd bij zich heeft, bekijkt hij telkens per situatie hoe de landing aan te pakken. “Als ik prima bij de vis kan – bijvoorbeeld vanuit de boot of als ik wadend vis – en het kunstaas keurig voor in de bek zit, tik ik de haak vaak in het water los met een tang. Dan heeft de vis meteen zijn vrijheid terug. Kleine roofbleien (tot zo’n zestig centimeter) kun je prima achter de kop vastpakken, bij grotere exemplaren werkt de staartlanding beter. Grijp de vis daarvoor vast bij de staartwortel, ondersteun hem met je andere hand onder de buik en til hem dan pas uit het water.”

NOOIT KIEUWGREEP
Roofblei ziet er misschien stoer uit, maar is volgens Michel in de praktijk toch een ietwat fragiele vis. “De kieuwen zijn bijvoorbeeld uitgesproken kwetsbaar en raken door het zachte vlees relatief snel beschadigd. Pak roofblei daarom absoluut nooit in de kieuwgreep en leg de vis alleen als het moet op een natte, zachte ondergrond – bij voorkeur een ruime onthaakmat. Houd je eventuele fotosessie kort, ondersteun de vis bij het terugzetten en wacht altijd tot hij uit zichzelf weer krachtig wegzwemt.”

>> roofblei

Een werkhandschoen is handig om de meerval in zijn bek vast te kunnen pakken

Wie het weleens met een meerval aan de stok heeft gehad, weet dat deze roofvis hard knokt en lang weerwerk biedt. Fanatiek meervalvisser Han Peper neemt daarom altijd ruim de tijd voor het drillen van zijn favoriete roofvis. “Of een meerval klaar is om te worden geland, kun je testen door hem een tikje op zijn kop te geven – of even met je flippers aan te raken als je vanuit de bellyboat vist. Reageert de vis daar niet meer op, dan kun je hem rustig vastpakken en onthaken met behulp van een stevige tang”, verzekert Han.

HANDSCHOEN NODIG
Hij pakt de meerval altijd vast bij de onderkaak. Daarvoor gebruikt Han een handschoen om zijn hand te beschermen – de werkhandschoenen die je in de bouwmarkt kunt kopen zijn hiervoor geschikt. “Een meerval heeft in zijn bek duizenden piepkleine, naar achteren gerichte tandjes die aanvoelen als een soort rasp”, legt hij uit. “Grijp je een meerval daar vast met je blote handen, dan heb je al snel de nodige wondjes of zelfs mogelijk een infectie te pakken.”

IN HET WATER ‘METEN’
Als verstokt bellyboatvisser onthaakt Han meerval vrijwel altijd in het water. “De vis meten doe ik zelden, want ik vis puur voor de beleving en de sport. Wil ik toch weten hoe lang de vis ongeveer is, dan vaar ik er iets mee naar achteren zodat hij gestrekt in het water komt te liggen. Vervolgens leg ik er mijn hengel – die precies twee meter lang is – als ‘meetstok’ naast.” Voor wat beeldmateriaal als herinnering aan een grote vis filmt Han soms de dril en landing met een cameraatje dat via een stang aan de bellyboat bevestigd zit. “Zo hoef ik geen losse foto’s te maken.”

DEKZEIL BOUWMARKT
Vis jij wél vanaf de kant op meerval? “Schuif de vis dan op een nat dekzeiltje van de bouwmarkt, en draai hem een kwartslag zodat hij half op zijn flank komt te liggen. Dan zul je zien dat ie een stuk rustiger wordt. Ga voor een foto in kleermakerszit bij de kop van de vis zitten en til hem daar iets op. Houd de fotosessie altijd zo kort mogelijk, zodat de vis snel weer terug kan. Ondersteun de vis en laat hem vervolgens langzaam weg zwemmen.”

>> meerval

Pak je een
snoekbaars vast bij
de staart of in de kieuwgreep, ondersteun de vis dan met je andere hand ter hoogte
van de buik

Met zijn ruwe schubben is snoekbaars over het algemeen goed te hanteren. Specialist Birger Domeyer pakt exemplaren tot een centimeter of zestig het liefst vast met de nekgreep. “Daarbij grijp je de vis van bovenaf met één hand in zijn nek en til je hem uit het water of het landingsnet. Snoekbaars spant dan vaak in een reflex zijn lichaam aan, waarbij de kieuwdeksels open gaan staan”, aldus Birger. “Zo kun je de vis eenvoudig overpakken in de kieuwgreep (zie uitleg bij kader snoek, red.). Snoekbaarzen groter dan pakweg zestig centimeter pak je het beste direct vast met de kieuwgreep. Daarbij is het belangrijk dat je de vis met je andere hand ter hoogte van de buik ondersteunt.”

LINKS- OF RECHTSHANDIG
Als het mogelijk is om een snoekbaars met de nekgreep vast te pakken, heeft dat wat Birger betreft de voorkeur boven de kieuwgreep. “Bij de nekgreep blijft je hand altijd uit de buurt van het kunstaas en de kieuwbogen van de vis – ook bij snoekbaars zijn die relatief scherp”, legt hij uit. Met welke hand je de nek- of kieuwgreep toepast, hangt er vooral vanaf of je links- or rechtshandig bent. “Als rechtshandige kun je de kieuw- en nekgreep het best met links aanleren, want dan blijft je sterkste en motorisch meest verfijnde hand vrij voor het onthaken van de vis. Voor linkshandigen geldt dit natuurlijk precies andersom.”
STAARTGREEP LASTIG
Het vastpakken van een snoekbaars met de staartgreep om de vis te onthaken raadt Birger door de bank genomen af. “Zalmvissers doen dit vaak wel, maar voor snoekbaars is het een relatief lastige techniek. Het geeft net te weinig grip en de vis ligt vaak ook niet helemaal recht. Als je deze greep toch toepast, bijvoorbeeld bij het terugzetten van de vis, ondersteun hem dan ook altijd ter hoogte van de buik. En wees altijd alert dat zelfs een uitgedrilde snoekbaars plotseling alsnog flink kan gaan bewegen en klapperen.”

>> SNOEKbaars

De kieuwgreep
kun je behalve voor
het onthaken ook prima gebruiken om te poseren voor een
snelle foto

Snoek is door zijn gladde, haast ‘slangachtige’ lijf en bek vol met scherpe tanden vaak lastig te hanteren als je er (nog) niet bekend mee bent. Fanatiek roofvisser Hendry Vis pakt kleinere exemplaren meestal vast met de nekgreep (zie kader snoekbaars), bij grotere vissen doet hij dit met de kieuwgreep. “Daarbij schuif je vier vingers voorzichtig langs de binnenkant van de kieuwdeksel – dus niet tussen de vlijmscherpe kieuwbogen! – richting de ‘kin’ van de snoek en maak je vervolgens een vuist. Zo opent de snoek automatisch zijn bek en kun je het kunstaas meteen mooi verwijderen. Til je de vis uit het water, bijvoorbeeld voor een snelle foto, houd hem dan dicht bij de grond (bijvoorbeeld door te hurken) en ondersteun het lichaam ook altijd goed met je andere hand.”

PRAKTIJKTIPS
Hendry benadrukt dat het toepassen van de kieuwgreep oefening en oplettendheid vereist. “Vind je het spannend om dit te doen? Laat dan iemand met ervaring meekijken. Check bij het landen altijd eerst goed waar de haken zitten en wacht tot de snoek in de juiste positie ligt. Grijp je de vis met rechts vast, dan moet zijn rechterflank naar jou toe wijzen – en vice versa. Zorg ook altijd dat je meteen je hand kunt wegzwaaien als de snoek gaat kopschudden.” Is een handlanding geen optie, bijvoorbeeld omdat de haken aan de buitenkant van de bek zitten? “Gebruik dan een groot, knooploos schepnet met kleine mazen en een rubber coating. Dit voorkomt schade aan de huid en slijmlaag van de vis. Onthaak de snoek bij voorkeur terwijl je hem in het water houdt en gebruik anders altijd een ruime, natgemaakte onthaakmat.”

MET BELEID TERUG
Vlot onthaken is altijd belangrijk, maar zeker in de zomer is dit essentieel. “In warm water raakt snoek relatief snel ‘buiten adem’. Tikt de watertemperatuur 22°C aan, dan vis ik ook even niet meer op snoek. Verder heb ik mijn onthaakgereedschap continu binnen handbereik zodat alles snel gaat en de vis vrijwel meteen weer kan zwemmen. Zit de haak diep? Dan verwijder ik die via de kieuwdeksel of knip ik hem los met een stevige tang om geen tijd te verspillen”, vertelt Hendry. “Bij het terugzetten pak ik de vis bij de staartwortel en voel ik of hij zichzelf stabiel en rechtop kan houden. Ondertussen beweeg ik hem rustig in de lengterichting heen en weer, zodat er vers water door de kieuwen stroomt. Pas zodra ik voel dat de vis op krachten is en weg wil zwemmen, laat ik de snoek gaan.”

Snoek is door zijn gladde, haast ‘slangachtige’ lijf en bek vol met scherpe tanden vaak lastig te hanteren als je er (nog) niet bekend mee bent. Fanatiek roofvisser Hendry Vis pakt kleinere exemplaren meestal vast met de nekgreep (zie kader snoekbaars), bij grotere vissen doet hij dit met de kieuwgreep. “Daarbij schuif je vier vingers voorzichtig langs de binnenkant van de kieuwdeksel – dus niet tussen de vlijmscherpe kieuwbogen! – richting de ‘kin’ van de snoek en maak je vervolgens een vuist. Zo opent de snoek automatisch zijn bek en kun je het kunstaas meteen mooi verwijderen. Til je de vis uit het water, bijvoorbeeld voor een snelle foto, houd hem dan dicht bij de grond (bijvoorbeeld door te hurken) en ondersteun het lichaam ook altijd goed met je andere hand.”

PRAKTIJKTIPS
Hendry benadrukt dat het toepassen van de kieuwgreep oefening en oplettendheid vereist. “Vind je het spannend om dit te doen? Laat dan iemand met ervaring meekijken. Check bij het landen altijd eerst goed waar de haken zitten en wacht tot de snoek in de juiste positie ligt. Grijp je de vis met rechts vast, dan moet zijn rechterflank naar jou toe wijzen – en vice versa. Zorg ook altijd dat je meteen je hand kunt wegzwaaien als de snoek gaat kopschudden.” Is een handlanding geen optie, bijvoorbeeld omdat de haken aan de buitenkant van de bek zitten? “Gebruik dan een groot, knooploos schepnet met kleine mazen en een rubber coating. Dit voorkomt schade aan de huid en slijmlaag van de vis. Onthaak de snoek bij voorkeur terwijl je hem in het water houdt en gebruik anders altijd een ruime, natgemaakte onthaakmat.”

MET BELEID TERUG
Vlot onthaken is altijd belangrijk, maar zeker in de zomer is dit essentieel. “In warm water raakt snoek relatief snel ‘buiten adem’. Tikt de watertemperatuur 22°C aan, dan vis ik ook even niet meer op snoek. Verder heb ik mijn onthaakgereedschap continu binnen handbereik zodat alles snel gaat en de vis vrijwel meteen weer kan zwemmen. Zit de haak diep? Dan verwijder ik die via de kieuwdeksel of knip ik hem los met een stevige tang om geen tijd te verspillen”, vertelt Hendry. “Bij het terugzetten pak ik de vis bij de staartwortel en voel ik of hij zichzelf stabiel en rechtop kan houden. Ondertussen beweeg ik hem rustig in de lengterichting heen en weer, zodat er vers water door de kieuwen stroomt. Pas zodra ik voel dat de vis op krachten is en weg wil zwemmen, laat ik de snoek gaan.”

>> SNOEK
>> BAARS

Door de vis in het water te onthaken kan deze daarna vlotter weer terug

Kleine baars is doorgaans gemakkelijk te hanteren, maar hoe ga je om met een groter exemplaar? Fanatiek baarsvisser Willem Romeijn gebruikt voor het landen van deze roofvis vrijwel altijd zijn landingsnet – zeker bij écht grote baarzen die hij niet wil verspelen. “Vis je vanaf hoge kades, dan is een landingsnet helemaal onmisbaar. Want het aan de lijn optillen van grote baarzen is uit den boze. Kies voor een net met rubberen mazen, want daar blijft baars minder snel achter haken met zijn stekels en kieuwdeksels. De enige uitzondering op het gebruik van een landingsnet is wanneer ik met kunstaas vis waar dreggen aan zitten. Dan land ik baars altijd met de hand om te voorkomen dat de dreggen verstrikt raken in het net.”

ALTIJD ONDERSTEUNEN
Als Willem een baars met de hand landt, pakt hij kleine tot middelgrote exemplaren in de bek vast bij de onderlip. “Daarbij duw je je duim iets in de bek en houd je je wijsvinger onder de onderkaak ter ondersteuning”, legt hij uit. “Vaak schudt de baars direct een paar keer met zijn kop als je dit doet. Laat hem even ‘uitrazen’ en til hem daarna pas uit het water – of onthaak hem meteen in het water. Betreft het een grote baars (vanaf ongeveer 35 centimeter), ondersteun die dan ook altijd bij de buik. Laat de vis nooit met zijn volle gewicht aan de bek hangen! Let er ook op dat de bek geen ‘knikje’ maakt.”

SNEL WEER TERUG
Voor het onthaken van grote baarzen vanuit de bellyboat of bij het wadend vissen houdt Willem de vis meestal vast bij de bek – zoals eerder beschreven – en laat hij het lijf in het water hangen zodat dit de vis ondersteunt. “Met een tangetje is het kunstaas dan vaak in een handomdraai verwijderd.” Op de kant of in de boot komt de vis steevast op een zachte en natte ondergrond te liggen; bij voorkeur een onthaakmat. Willem: “Zet baarzen altijd snel weer netjes terug en bewaar ze zeker niet in een schepnet. Dan kan de zwemblaas uitzetten en heeft de vis mogelijk veel moeite om weer op diepte te komen.”

VErantwoord & zorgvuldig

Een onthaakmat is ook voor roofvissers vaak bijzonder praktisch.

REGELS VOOR 

ÉLKE ROOFVIS

1

Neem altijd een ruim landingsnet met een lange steel mee als je gaat vissen.

2

 Zorg dat je altijd een lange onthaaktang en stevige kniptang binnen handbereik hebt.

3

 Leg de vis nooit op een harde, droge ondergrond om deze te onthaken. Doe dit in het water, het landingsnet of gebruik een natte onthaakmat.

4

Ondersteun grote vissen altijd met twee handen en laat deze nooit lang in de kieuwgreep hangen.

5

 Zet de vis zo snel mogelijk terug in het water, laat hem daar rustig bijkomen en wacht tot ie uit zichzelf wegzwemt.

Roofblei tot
zo’n 60 cm kun je
prima achter de kop vastpakken, bij grotere exemplaren biedt de staartwortel stevig
houvast.

De agressiviteit waarmee roofblei jaagt en vecht, vraagt volgens specialist Michel Dekker ook om aandacht bij het landen en hanteren van deze soort. “Zorg er om te beginnen voor dat je roofblei altijd goed uitdrilt. Neem ook altijd een landingsnet mee om de vis mee te scheppen en veilig in te kunnen onthaken. Het type net is ook van belang: kies uitsluitend voor een ruim, maar ondiep net dat volledig van rubber is gemaakt – bij voorkeur met grove mazen. Hierin kunnen de vinnen van de vis niet snel beschadigen en raakt het kunstaas zelden verstrikt.”

LOS IN HET WATER
Hoewel Michel zijn net altijd bij zich heeft, bekijkt hij telkens per situatie hoe de landing aan te pakken. “Als ik prima bij de vis kan – bijvoorbeeld vanuit de boot of als ik wadend vis – en het kunstaas keurig voor in de bek zit, tik ik de haak vaak in het water los met een tang. Dan heeft de vis meteen zijn vrijheid terug. Kleine roofbleien (tot zo’n zestig centimeter) kun je prima achter de kop vastpakken, bij grotere exemplaren werkt de staartlanding beter. Grijp de vis daarvoor vast bij de staartwortel, ondersteun hem met je andere hand onder de buik en til hem dan pas uit het water.”

NOOIT KIEUWGREEP
Roofblei ziet er misschien stoer uit, maar is volgens Michel in de praktijk toch een ietwat fragiele vis. “De kieuwen zijn bijvoorbeeld uitgesproken kwetsbaar en raken door het zachte vlees relatief snel beschadigd. Pak roofblei daarom absoluut nooit in de kieuwgreep en leg de vis alleen als het moet op een natte, zachte ondergrond – bij voorkeur een ruime onthaakmat. Houd je eventuele fotosessie kort, ondersteun de vis bij het terugzetten en wacht altijd tot hij uit zichzelf weer krachtig wegzwemt.”

>> roofblei

Een werkhandschoen is handig om de meerval in zijn bek vast te kunnen pakken

Wie het weleens met een meerval aan de stok heeft gehad, weet dat deze roofvis hard knokt en lang weerwerk biedt. Fanatiek meervalvisser Han Peper neemt daarom altijd ruim de tijd voor het drillen van zijn favoriete roofvis. “Of een meerval klaar is om te worden geland, kun je testen door hem een tikje op zijn kop te geven – of even met je flippers aan te raken als je vanuit de bellyboat vist. Reageert de vis daar niet meer op, dan kun je hem rustig vastpakken en onthaken met behulp van een stevige tang”, verzekert Han.

HANDSCHOEN NODIG
Hij pakt de meerval altijd vast bij de onderkaak. Daarvoor gebruikt Han een handschoen om zijn hand te beschermen – de werkhandschoenen die je in de bouwmarkt kunt kopen zijn hiervoor geschikt. “Een meerval heeft in zijn bek duizenden piepkleine, naar achteren gerichte tandjes die aanvoelen als een soort rasp”, legt hij uit. “Grijp je een meerval daar vast met je blote handen, dan heb je al snel de nodige wondjes of zelfs mogelijk een infectie te pakken.”

IN HET WATER ‘METEN’
Als verstokt bellyboatvisser onthaakt Han meerval vrijwel altijd in het water. “De vis meten doe ik zelden, want ik vis puur voor de beleving en de sport. Wil ik toch weten hoe lang de vis ongeveer is, dan vaar ik er iets mee naar achteren zodat hij gestrekt in het water komt te liggen. Vervolgens leg ik er mijn hengel – die precies twee meter lang is – als ‘meetstok’ naast.” Voor wat beeldmateriaal als herinnering aan een grote vis filmt Han soms de dril en landing met een cameraatje dat via een stang aan de bellyboat bevestigd zit. “Zo hoef ik geen losse foto’s te maken.”

DEKZEIL BOUWMARKT
Vis jij wél vanaf de kant op meerval? “Schuif de vis dan op een nat dekzeiltje van de bouwmarkt, en draai hem een kwartslag zodat hij half op zijn flank komt te liggen. Dan zul je zien dat ie een stuk rustiger wordt. Ga voor een foto in kleermakerszit bij de kop van de vis zitten en til hem daar iets op. Houd de fotosessie altijd zo kort mogelijk, zodat de vis snel weer terug kan. Ondersteun de vis en laat hem vervolgens langzaam weg zwemmen.”

>> meerval

Pak je een
snoekbaars vast bij
de staart of in de kieuwgreep, ondersteun de vis dan met je andere hand ter hoogte
van de buik

Met zijn ruwe schubben is snoekbaars over het algemeen goed te hanteren. Specialist Birger Domeyer pakt exemplaren tot een centimeter of zestig het liefst vast met de nekgreep. “Daarbij grijp je de vis van bovenaf met één hand in zijn nek en til je hem uit het water of het landingsnet. Snoekbaars spant dan vaak in een reflex zijn lichaam aan, waarbij de kieuwdeksels open gaan staan”, aldus Birger. “Zo kun je de vis eenvoudig overpakken in de kieuwgreep (zie uitleg bij kader snoek, red.). Snoekbaarzen groter dan pakweg zestig centimeter pak je het beste direct vast met de kieuwgreep. Daarbij is het belangrijk dat je de vis met je andere hand ter hoogte van de buik ondersteunt.”

LINKS- OF RECHTSHANDIG
Als het mogelijk is om een snoekbaars met de nekgreep vast te pakken, heeft dat wat Birger betreft de voorkeur boven de kieuwgreep. “Bij de nekgreep blijft je hand altijd uit de buurt van het kunstaas en de kieuwbogen van de vis – ook bij snoekbaars zijn die relatief scherp”, legt hij uit. Met welke hand je de nek- of kieuwgreep toepast, hangt er vooral vanaf of je links- or rechtshandig bent. “Als rechtshandige kun je de kieuw- en nekgreep het best met links aanleren, want dan blijft je sterkste en motorisch meest verfijnde hand vrij voor het onthaken van de vis. Voor linkshandigen geldt dit natuurlijk precies andersom.”

STAARTGREEP LASTIG
Het vastpakken van een snoekbaars met de staartgreep om de vis te onthaken raadt Birger door de bank genomen af. “Zalmvissers doen dit vaak wel, maar voor snoekbaars is het een relatief lastige techniek. Het geeft net te weinig grip en de vis ligt vaak ook niet helemaal recht. Als je deze greep toch toepast, bijvoorbeeld bij het terugzetten van de vis, ondersteun hem dan ook altijd ter hoogte van de buik. En wees altijd alert dat zelfs een uitgedrilde snoekbaars plotseling alsnog flink kan gaan bewegen en klapperen.”

>> SNOEKbaars

De kieuwgreep
kun je behalve voor
het onthaken ook prima gebruiken om te poseren voor een
snelle foto

Snoek is door zijn gladde, haast ‘slangachtige’ lijf en bek vol met scherpe tanden vaak lastig te hanteren als je er (nog) niet bekend mee bent. Fanatiek roofvisser Hendry Vis pakt kleinere exemplaren meestal vast met de nekgreep (zie kader snoekbaars), bij grotere vissen doet hij dit met de kieuwgreep. “Daarbij schuif je vier vingers voorzichtig langs de binnenkant van de kieuwdeksel – dus niet tussen de vlijmscherpe kieuwbogen! – richting de ‘kin’ van de snoek en maak je vervolgens een vuist. Zo opent de snoek automatisch zijn bek en kun je het kunstaas meteen mooi verwijderen. Til je de vis uit het water, bijvoorbeeld voor een snelle foto, houd hem dan dicht bij de grond (bijvoorbeeld door te hurken) en ondersteun het lichaam ook altijd goed met je andere hand.”

PRAKTIJKTIPS
Hendry benadrukt dat het toepassen van de kieuwgreep oefening en oplettendheid vereist. “Vind je het spannend om dit te doen? Laat dan iemand met ervaring meekijken. Check bij het landen altijd eerst goed waar de haken zitten en wacht tot de snoek in de juiste positie ligt. Grijp je de vis met rechts vast, dan moet zijn rechterflank naar jou toe wijzen – en vice versa. Zorg ook altijd dat je meteen je hand kunt wegzwaaien als de snoek gaat kopschudden.” Is een handlanding geen optie, bijvoorbeeld omdat de haken aan de buitenkant van de bek zitten? “Gebruik dan een groot, knooploos schepnet met kleine mazen en een rubber coating. Dit voorkomt schade aan de huid en slijmlaag van de vis. Onthaak de snoek bij voorkeur terwijl je hem in het water houdt en gebruik anders altijd een ruime, natgemaakte onthaakmat.”

MET BELEID TERUG
Vlot onthaken is altijd belangrijk, maar zeker in de zomer is dit essentieel. “In warm water raakt snoek relatief snel ‘buiten adem’. Tikt de watertemperatuur 22°C aan, dan vis ik ook even niet meer op snoek. Verder heb ik mijn onthaakgereedschap continu binnen handbereik zodat alles snel gaat en de vis vrijwel meteen weer kan zwemmen. Zit de haak diep? Dan verwijder ik die via de kieuwdeksel of knip ik hem los met een stevige tang om geen tijd te verspillen”, vertelt Hendry. “Bij het terugzetten pak ik de vis bij de staartwortel en voel ik of hij zichzelf stabiel en rechtop kan houden. Ondertussen beweeg ik hem rustig in de lengterichting heen en weer, zodat er vers water door de kieuwen stroomt. Pas zodra ik voel dat de vis op krachten is en weg wil zwemmen, laat ik de snoek gaan.”

>> SNOEK

Door de vis in het water te onthaken kan deze daarna vlotter weer terug

>> BAARS

Kleine baars is doorgaans gemakkelijk te hanteren, maar hoe ga je om met een groter exemplaar? Fanatiek baarsvisser Willem Romeijn gebruikt voor het landen van deze roofvis vrijwel altijd zijn landingsnet – zeker bij écht grote baarzen die hij niet wil verspelen. “Vis je vanaf hoge kades, dan is een landingsnet helemaal onmisbaar. Want het aan de lijn optillen van grote baarzen is uit den boze. Kies voor een net met rubberen mazen, want daar blijft baars minder snel achter haken met zijn stekels en kieuwdeksels. De enige uitzondering op het gebruik van een landingsnet is wanneer ik met kunstaas vis waar dreggen aan zitten. Dan land ik baars altijd met de hand om te voorkomen dat de dreggen verstrikt raken in het net.”

ALTIJD ONDERSTEUNEN
Als Willem een baars met de hand landt, pakt hij kleine tot middelgrote exemplaren in de bek vast bij de onderlip. “Daarbij duw je je duim iets in de bek en houd je je wijsvinger onder de onderkaak ter ondersteuning”, legt hij uit. “Vaak schudt de baars direct een paar keer met zijn kop als je dit doet. Laat hem even ‘uitrazen’ en til hem daarna pas uit het water – of onthaak hem meteen in het water. Betreft het een grote baars (vanaf ongeveer 35 centimeter), ondersteun die dan ook altijd bij de buik. Laat de vis nooit met zijn volle gewicht aan de bek hangen! Let er ook op dat de bek geen ‘knikje’ maakt.”

SNEL WEER TERUG
Voor het onthaken van grote baarzen vanuit de bellyboat of bij het wadend vissen houdt Willem de vis meestal vast bij de bek – zoals eerder beschreven – en laat hij het lijf in het water hangen zodat dit de vis ondersteunt. “Met een tangetje is het kunstaas dan vaak in een handomdraai verwijderd.” Op de kant of in de boot komt de vis steevast op een zachte en natte ondergrond te liggen; bij voorkeur een onthaakmat. Willem: “Zet baarzen altijd snel weer netjes terug en bewaar ze zeker niet in een schepnet. Dan kan de zwemblaas uitzetten en heeft de vis mogelijk veel moeite om weer op diepte te komen.”

Sportvisunie

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm