wist je dat?

zuurstofdaling rivieren voorspeld

Het zuurstofgehalte in rivieren wereldwijd zal de komende decennia aanzienlijk gaan dalen als het gevolg van klimaatverandering. Dit aangezien warm water minder goed zuurstof kan vasthouden. Hierdoor krijgen zoetwaterecosystemen te maken met langere periodes van extreem lage zuurstofgehaltes (dit fenomeen wordt hypoxie genoemd). De gevolgen hiervan voor het leven in het water kunnen zeer ernstig zijn. Zit er te weinig opgeloste zuurstof in het water, dan wordt de stofwisseling van de vis verstoord omdat in de cellen van lichaamsweefsels een tekort aan zuurstof optreedt. Deze kritieke situatie kan leiden tot ademnood, stress, groeistoornissen en uiteindelijk ook tot massale vissterfte.

MEER ZUURSTOFSTRESS
Uit het door wetenschappers met machine learning ontworpen model voor een toekomstscenario – dat is gebaseerd op de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen – komt een onheilspellend vooruitzicht. De verwachting is dat het aantal dagen met zuurstofstress (wat neerkomt op minder dan 5 milligram zuurstof per liter water) tussen 2020 en 2100 zal toenemen met ruim twintig dagen per decennium. Zeker met extreme warmte tijdens een hittegolf kan het zuurstofgehalte in het water plotseling fors dalen. Dit aantal van ruim twintig dagen is een stijging van maar liefst zeventig procent vergeleken met de periode tussen 1980 en 2019. Dit effect wordt voor een groot deel veroorzaakt door stijgende watertemperaturen, als gevolg van klimaatverandering. 

ERNSTIGE GEVOLGEN
De drastische daling van de opgeloste zuurstofconcentraties in rivieren kan ernstige gevolgen hebben voor waterdieren, waaronder vissen. Zo zal de kans op vissterfte toenemen (bij minder dan 3 milligram zuurstof per liter leggen de meeste vissoorten het loodje), maar er treden ook andere effecten op. Daarbij zullen de gevolgen per regio en soort verschillen. Zo zijn vissen in koude en gematigde streken doorgaans gevoeliger voor schommelingen in de zuurstofconcentratie dan hun soortgenoten in tropische streken. En waar karpers bijvoorbeeld relatief lage zuurstofniveaus goed kunnen verdragen, komen ‘gevoelige’ soorten als forel en zalm echter al snel in de problemen. Dit creëert een selectiedruk die de soortensamenstelling fundamenteel kan veranderen. Om de effecten van dalende zuurstofgehaltes in hun volle omvang te kunnen beoordelen, moet volgens de wetenschappers verder onderzoek worden gedaan naar het aanpassingsvermogen van zoetwatervissen.

Klimaatverandering heeft zowel boven als onder water impact. Zo waarschuwen wetenschappers al lange tijd voor een daling van het zuurstofgehalte in het water als gevolg van stijgende temperaturen. Onlangs is er voor het eerst op wereldwijde schaal gekeken naar hoe dit proces zich in rivieren ontwikkelt. De resultaten van die studie zijn niet hoopgevend en hebben ook grote gevolgen voor vissen.
TEKST: REDACTIE > BEELD: JANNY BOSMAN

zuurstofdaling rivieren voorspeld

wist je dat?

Het zuurstofgehalte in rivieren wereldwijd zal de komende decennia aanzienlijk gaan dalen als het gevolg van klimaatverandering. Dit aangezien warm water minder goed zuurstof kan vasthouden. Hierdoor krijgen zoetwaterecosystemen te maken met langere periodes van extreem lage zuurstofgehaltes (dit fenomeen wordt hypoxie genoemd). De gevolgen hiervan voor het leven in het water kunnen zeer ernstig zijn. Zit er te weinig opgeloste zuurstof in het water, dan wordt de stofwisseling van de vis verstoord omdat in de cellen van lichaamsweefsels een tekort aan zuurstof optreedt. Deze kritieke situatie kan leiden tot ademnood, stress, groeistoornissen en uiteindelijk ook tot massale vissterfte.

MEER ZUURSTOFSTRESS
Uit het door wetenschappers met machine learning ontworpen model voor een toekomstscenario – dat is gebaseerd op de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen – komt een onheilspellend vooruitzicht. De verwachting is dat het aantal dagen met zuurstofstress (wat neerkomt op minder dan 5 milligram zuurstof per liter water) tussen 2020 en 2100 zal toenemen met ruim twintig dagen per decennium. Zeker met extreme warmte tijdens een hittegolf kan het zuurstofgehalte in het water plotseling fors dalen. Dit aantal van ruim twintig dagen is een stijging van maar liefst zeventig procent vergeleken met de periode tussen 1980 en 2019. Dit effect wordt voor een groot deel veroorzaakt door stijgende watertemperaturen, als gevolg van klimaatverandering. 

ERNSTIGE GEVOLGEN
De drastische daling van de opgeloste zuurstofconcentraties in rivieren kan ernstige gevolgen hebben voor waterdieren, waaronder vissen. Zo zal de kans op vissterfte toenemen (bij minder dan 3 milligram zuurstof per liter leggen de meeste vissoorten het loodje), maar er treden ook andere effecten op. Daarbij zullen de gevolgen per regio en soort verschillen. Zo zijn vissen in koude en gematigde streken doorgaans gevoeliger voor schommelingen in de zuurstofconcentratie dan hun soortgenoten in tropische streken. En waar karpers bijvoorbeeld relatief lage zuurstofniveaus goed kunnen verdragen, komen ‘gevoelige’ soorten als forel en zalm echter al snel in de problemen. Dit creëert een selectiedruk die de soortensamenstelling fundamenteel kan veranderen. Om de effecten van dalende zuurstofgehaltes in hun volle omvang te kunnen beoordelen, moet volgens de wetenschappers verder onderzoek worden gedaan naar het aanpassingsvermogen van zoetwatervissen.

Klimaatverandering heeft zowel boven als onder water impact. Zo waarschuwen wetenschappers al lange tijd voor een daling van het zuurstofgehalte in het water als gevolg van stijgende temperaturen. Onlangs is er voor het eerst op wereldwijde schaal gekeken naar hoe dit proces zich in rivieren ontwikkelt. De resultaten van die studie zijn niet hoopgevend en hebben ook grote gevolgen voor vissen.
TEKST: REDACTIE > BEELD: JANNY BOSMAN

Sportvisunie

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm