wist je dat?
MeeLUISTEREN
met vissen
Riffen in de Waddenzee trekken vissen aan, maar uitzoeken wat er precies rondom deze structuren leeft kost flink wat moeite. Mogelijk dat een nieuwe methode met geluidsmetingen daarbij kan helpen. Want veel vissen – maar ook krabben, schelpdieren en zeehonden – maken subtiele geluiden. Die proberen wetenschappers af te luisteren.
TEKST: ARNO VAN ’T HOOG > BEELD: JANNY BOSMAN
Onderzoekers hebben verschillende manieren om de visstand in kaart te brengen. Je kunt vissen bijvoorbeeld vangen met netten, hengels of ze filmen met onderwatercamera’s. Toch kost dat soort onderzoek veel geld en moeite. Zoals in de Waddenzee, waar het bij eb en vloed hard stroomt. Vissen en duiken in turbulent en troebel water is een fikse opgave. Vandaar dat Maryann Watson – promovendus van de Universiteit Groningen en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) – is gaan experimenteren met een nieuwe methode: luisteren naar onderwatergeluiden.
ONDERWATERMICROFOONS
Samen met collega-onderzoekers heeft Watson experimenten gedaan met onderwatermicrofoons in een stevig frame dat op de bodem werd verankerd, zo’n twee tot vijf meter onder het oppervlak. Er werden twee gebieden vergeleken: oesterriffen en kale zandbodems. De microfoons namen dag en nacht geluiden op, waarna deze twee weken later werden opgevist om de opnames te beluisteren. De onderzoekers hoorden het geklots van golven, geruis van de regen en de motoren van schepen. Na deze ‘ruis’ te hebben weggefilterd zijn op de opnames allerlei subtiele geluiden te horen. Geklik, geklop, geschraap en gegrom afkomstig van vissen, krabben, garnalen, schelpen en andere dieren die in de Waddenzee leven.
FOERAGEER- EN SCHUILPLEK
Daarbij valt direct op dat op de oesterriffen veel meer biologisch geluid te horen is dan op een kale zandvlakte. Uit monitoring met visnetten was al eerder duidelijk geworden dat er rond riffen veel meer vis en veel meer verschillende diersoorten leven. Dit laat zien dat harde structuren aantrekkelijke foerageer- en schuilplekken zijn. Dat merkten de onderzoekers ook toen ze de microfoons in de buurt van een kunstmatig rif (gemaakt van afgedankt perenhout dat verankerd zit op een betonnen voet) plaatsten – die zijn als proef een paar jaar geleden in de Waddenzee afgezonken. Ook in die omgeving is veel meer onderwatergeluid te horen vergeleken met plekken zonder harde structuren.
AKOESTISCHE VINGERAFDRUK
Welke geluiden afkomstig zijn van welke vissen (of andere zeedieren) kan Watson nog niet precies zeggen. Daarvoor is meer onderzoek nodig, want het is de eerste keer dat dit soort opnames zijn gemaakt in de Waddenzee. Het gegrom en gesnuif van de gewone zeehond werd wel duidelijk herkend. Deze viseter is veel vaker te horen in de buurt van riffen dan boven open zandvlaktes – wat erop wijst dat zeehonden rond de riffen waarschijnlijk meer prooien kunnen vinden. Uiteindelijk willen de onderzoekers toewerken naar een akoestische vingerafdruk: een herkenbaar ‘geluidslandschap’ van bijvoorbeeld een oesterrif en de diersoorten die daar leven. Door geluiden te monitoren kun je in de toekomst geleidelijke veranderingen opmerken, bijvoorbeeld als dieren verdwijnen door klimaatopwarming of toenemende herrie van menselijke activiteit.
MeeLUISTEREN
met vissen
wist je dat?
Riffen in de Waddenzee trekken vissen aan, maar uitzoeken wat er precies rondom deze structuren leeft kost flink wat moeite. Mogelijk dat een nieuwe methode met geluidsmetingen daarbij kan helpen. Want veel vissen – maar ook krabben, schelpdieren en zeehonden – maken subtiele geluiden. Die proberen wetenschappers af te luisteren.
TEKST: ARNO VAN ’T HOOG > BEELD: JANNY BOSMAN
Onderzoekers hebben verschillende manieren om de visstand in kaart te brengen. Je kunt vissen bijvoorbeeld vangen met netten, hengels of ze filmen met onderwatercamera’s. Toch kost dat soort onderzoek veel geld en moeite. Zoals in de Waddenzee, waar het bij eb en vloed hard stroomt. Vissen en duiken in turbulent en troebel water is een fikse opgave. Vandaar dat Maryann Watson – promovendus van de Universiteit Groningen en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) – is gaan experimenteren met een nieuwe methode: luisteren naar onderwatergeluiden.
ONDERWATERMICROFOONS
Samen met collega-onderzoekers heeft Watson experimenten gedaan met onderwatermicrofoons in een stevig frame dat op de bodem werd verankerd, zo’n twee tot vijf meter onder het oppervlak. Er werden twee gebieden vergeleken: oesterriffen en kale zandbodems. De microfoons namen dag en nacht geluiden op, waarna deze twee weken later werden opgevist om de opnames te beluisteren. De onderzoekers hoorden het geklots van golven, geruis van de regen en de motoren van schepen. Na deze ‘ruis’ te hebben weggefilterd zijn op de opnames allerlei subtiele geluiden te horen. Geklik, geklop, geschraap en gegrom afkomstig van vissen, krabben, garnalen, schelpen en andere dieren die in de Waddenzee leven.
FOERAGEER- EN SCHUILPLEK
Daarbij valt direct op dat op de oesterriffen veel meer biologisch geluid te horen is dan op een kale zandvlakte. Uit monitoring met visnetten was al eerder duidelijk geworden dat er rond riffen veel meer vis en veel meer verschillende diersoorten leven. Dit laat zien dat harde structuren aantrekkelijke foerageer- en schuilplekken zijn. Dat merkten de onderzoekers ook toen ze de microfoons in de buurt van een kunstmatig rif (gemaakt van afgedankt perenhout dat verankerd zit op een betonnen voet) plaatsten – die zijn als proef een paar jaar geleden in de Waddenzee afgezonken. Ook in die omgeving is veel meer onderwatergeluid te horen vergeleken met plekken zonder harde structuren.
AKOESTISCHE VINGERAFDRUK
Welke geluiden afkomstig zijn van welke vissen (of andere zeedieren) kan Watson nog niet precies zeggen. Daarvoor is meer onderzoek nodig, want het is de eerste keer dat dit soort opnames zijn gemaakt in de Waddenzee. Het gegrom en gesnuif van de gewone zeehond werd wel duidelijk herkend. Deze viseter is veel vaker te horen in de buurt van riffen dan boven open zandvlaktes – wat erop wijst dat zeehonden rond de riffen waarschijnlijk meer prooien kunnen vinden. Uiteindelijk willen de onderzoekers toewerken naar een akoestische vingerafdruk: een herkenbaar ‘geluidslandschap’ van bijvoorbeeld een oesterrif en de diersoorten die daar leven. Door geluiden te monitoren kun je in de toekomst geleidelijke veranderingen opmerken, bijvoorbeeld als dieren verdwijnen door klimaatopwarming of toenemende herrie van menselijke activiteit.