TEKST: redactie > BEELD: shutterstock, jannie bosman

Bij visonderzoek aan de
Noordzeekant van de Haringvlietsluizen zijn de afgelopen jaren meerdere karpers gevangen. Dit roept vragen op over de overlevingskansen van karper in zout water. En de vraag of deze vissen terugkeren naar het zoete Haringvliet?
Bij wijze van proef voorzagen onderzoekers vorig jaar vier exemplaren van een zender.

BIJVANGST

 Sinds het Kierbesluit in 2018 in werking trad, blijft een sluis van de Haringvlietdam vrijwel altijd open. Dit zodat trekvissen vanuit de Noordzee het Haringvliet en de achterliggende rivieren kunnen bereiken. In theorie kan ook zoetwatervis die aan de ‘verkeerde’ kant belandt via deze doorgang terugkeren naar het binnenwater. Of dat ook gebeurt, is de hoofdvraag van een meerjarig onderzoek waarin snoekbaars centraal staat. Daarin speelt karper sinds begin vorig jaar een bijrol.

VERBLIJF IN ZEE
Nadat aan de Noordzeekant van de Haringvlietdam meerdere karpers waren aangetroffen, besloten onderzoekers in februari 2025 om vier vissen te zenderen. In de weken daarna detecteerden ontvangers in zee de vier karpers regelmatig. Later doken twee van hen weer op in het zoete water van het Haringvliet. Deze vissen overleefden een verblijf van minimaal drie weken in de Noordzee én keerden op eigen kracht terug naar het zoete deel van het estuarium. Van de andere twee karpers bleef er één tot begin april in beeld, op enkele kilometers van de sluizen.

ZOUTTOLERANTIE
De twee karpers die op zee bleven zijn waarschijnlijk niet meer in leven. Naar de doodsoorzaak van deze zilte karpers blijft het echter ­gissen. Dit kan predatie door een zeehond zijn, maar het hoge zoutgehalte kan ook een oorzaak zijn. Al is de karper wel een vissoort met een hoge zouttolerantie: zeker wanneer de zoet-zoutovergang geleidelijk ­verloopt kan Cyprinus carpio zich goed handhaven. Dat doet de vis door zijn osmoregulatie aan te passen. Dit houdt in dat de waterhuishouding en zoutconcentraties in de lichaamsvloeistoffen op een constant peil worden gehouden, ongeacht de omgeving waarin de karper verblijft. Bij hogere zoutgehalten in het water nemen de groei en fysiologische ­prestaties wel duidelijk af.
|
ZENDERTRACKING
De karpers die aan de zeekant zijn aangetroffen, ­blijken vaak relatief klein. Een deel van deze vissen betreft dan ook recentelijk uitgezette karpers. Deze jonge vissen raken vermoedelijk sneller gedesoriënteerd en worden bij een hoge afvoer door de sterke stroming eerder ‘uitgespoeld’. Daarom is de Sportvisunie van plan om bij een spiegelkarperuitzetting dit najaar in Willemstad 25 karpers van een zender te voorzien. Dit om een beter inzicht te krijgen in de bewegingen van karper binnen het Haringvliet, hun verblijfspatronen én te onderzoeken of karpers die uitspoelen naar zee via de Haringvlietdam weer ­terugkeren naar het binnenwater.

 Sinds het Kierbesluit in 2018 in werking trad, blijft een sluis van de Haringvlietdam vrijwel altijd open. Dit zodat trekvissen vanuit de Noordzee het Haringvliet en de achterliggende rivieren kunnen bereiken. In theorie kan ook zoetwatervis die aan de ‘verkeerde’ kant belandt via deze doorgang terugkeren naar het binnenwater. Of dat ook gebeurt, is de hoofdvraag van een meerjarig onderzoek waarin snoekbaars centraal staat. Daarin speelt karper sinds begin vorig jaar een bijrol.

VERBLIJF IN ZEE
Nadat aan de Noordzeekant van de Haringvlietdam meerdere karpers waren aangetroffen, besloten onderzoekers in februari 2025 om vier vissen te zenderen. In de weken daarna detecteerden ontvangers in zee de vier karpers regelmatig. Later doken twee van hen weer op in het zoete water van het Haringvliet. Deze vissen overleefden een verblijf van minimaal drie weken in de Noordzee én keerden op eigen kracht terug naar het zoete deel van het estuarium. Van de andere twee karpers bleef er één tot begin april in beeld, op enkele kilometers van de sluizen.

ZOUTTOLERANTIE
De twee karpers die op zee bleven zijn waarschijnlijk niet meer in leven. Naar de doodsoorzaak van deze zilte karpers blijft het echter ­gissen. Dit kan predatie door een zeehond zijn, maar het hoge zoutgehalte kan ook een oorzaak zijn. Al is de karper wel een vissoort met een hoge zouttolerantie: zeker wanneer de zoet-zoutovergang geleidelijk ­verloopt kan Cyprinus carpio zich goed handhaven. Dat doet de vis door zijn osmoregulatie aan te passen. Dit houdt in dat de waterhuishouding en zoutconcentraties in de lichaamsvloeistoffen op een constant peil worden gehouden, ongeacht de omgeving waarin de karper verblijft. Bij hogere zoutgehalten in het water nemen de groei en fysiologische ­prestaties wel duidelijk af.
|
ZENDERTRACKING
De karpers die aan de zeekant zijn aangetroffen, ­blijken vaak relatief klein. Een deel van deze vissen betreft dan ook recentelijk uitgezette karpers. Deze jonge vissen raken vermoedelijk sneller gedesoriënteerd en worden bij een hoge afvoer door de sterke stroming eerder ‘uitgespoeld’. Daarom is de Sportvisunie van plan om bij een spiegelkarperuitzetting dit najaar in Willemstad 25 karpers van een zender te voorzien. Dit om een beter inzicht te krijgen in de bewegingen van karper binnen het Haringvliet, hun verblijfspatronen én te onderzoeken of karpers die uitspoelen naar zee via de Haringvlietdam weer ­terugkeren naar het binnenwater.

Sportvisunie

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm