KARPERKWEEK
EN -UITZET
door: bard borger
Karper staat bekend als een sterke vissoort, maar zonder regelmatige uitzettingen nemen de aantallen zo af dat gerichte visserij minder interessant wordt. Welk beleid hanteert de Sportvisunie ten aanzien van karperuitzet? En hoe profiteert de sportvisser daarvan? Hét VISblad dook met twee kenners in de materie.
De afgelopen winter zijn op ruim zestig locaties zo’n 6.500 karpers uitgezet door de Sportvisunie en hengelsportverenigingen.
Eind 2025 en begin 2026 is verspreid door Nederland – met name op grote, openbare wateren zoals meren, rivieren en kanalen – zo'n 13.000 kilo karper uitgezet. Dit betreft zowel spiegel- als schubkarpers. Deze vissen zijn afkomstig van zes verschillende kwekers, zodat er flink wat variatie zit in de aanvulling op de huidige karperbestanden. Ook de komende winter (2026-2027) wordt verspreid door het land weer een vergelijkbare hoeveelheid karper uitgezet.
Die uitzet – elk jaar ruim 13.000 kilo – vindt met name plaats in open water zoals kanalen, de grote rivieren en de Randmeren. Waar nodig werken we samen met de visrechthebbende van het water, vaak een lokale hengelsportvereniging. Die partij draagt doorgaans ook bij aan de financiering en levert vrijwilligers om te helpen bij de uitzet. Zo werkt de Sportvisunie aan het behoud van grote, gezonde en gevarieerde karperbestanden in het hele land.”
MET BELEID UITZETTEN
De Sportvisunie ziet er volgens Den Haan ook op toe dat karperuitzet met beleid gebeurt. “Alleen de visrechthebbende van een water – meestal een hengelsportvereniging of de Sportvisunie – heeft volgens de wet het recht om ter plaatse vis uit te zetten. Maar binnen de huurovereenkomst voor een water zijn die visrechthebbende en de waterbeheerder(s) samen verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Omdat karper een bodemwoelende vis is die het water bij grotere aantallen troebeler maakt, willen waterschappen dat karperuitzet in hun beheergebied altijd volgens een plan gebeurt. Daarvoor heeft de Sportvisunie in 2016 samen met Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen de Richtlijn Uitzet Karper (RUK) opgesteld. Met dit kader is te berekenen hoeveel vis (in kilo’s) in een water kan overleven. Door met een visstandbemonstering te achterhalen hoeveel vis ergens al zwemt, kun je vervolgens een meerjarig uitzetplan voor karper opstellen.”
NEDERLAND KARPERLAND
Dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt, blijkt volgens Den Haan uit tal van feiten en cijfers. “Het gegeven dat tegenwoordig bijna overal karper zwemt, is op zichzelf al een succes te noemen. Daardoor kunnen we immers garanderen dat elke karpervisser in Nederland een goede kans heeft om een karper te vangen. Jarenlange vangstregistraties van karpervissers uit heel Nederland bevestigen dat ook. Op plekken waar de vangsten op den duur weer afnemen, worden meestal nieuwe uitzettingen geïnitieerd. Zeker in open water zijn grote karpers al lang geen uitzondering meer. Daar maak je zomaar kans op vissen van veertig pond, met uitschieters tot dertig kilo. Zelfs internationaal staat Nederland inmiddels bekend als een uitstekend karperland. Steeds meer fanatieke karpervissers uit het buitenland komen speciaal voor deze vis naar ons land toe.”
>> VRUCHTEN PLUKKEN
In het Noord-
Willemskanaal zijn in
2016 als proef gezenderde karpers uitgezet, waarna uit metingen bleek dat deze vissen redelijk in de buurt van hun uitzetplek
bleven.
Dat regelmatige karperuitzet zijn vruchten afwerpt, kan fanatiek karpervisser Erwin Oosterhoff (58) onderschrijven. De geboren Groninger vist al bijna 45 jaar fanatiek op karper. Dat doet hij op openbare wateren zoals grote scheepvaartkanalen, zandwinplassen en meren, maar af en toe ook op ook een afgesloten putje. Zodoende heeft hij een brede kijk op de karperbestanden in de provincie Groningen en omgeving.
Karpervissen in de vroege jaren ’80 was volgens Erwin een kwestie van pionieren. “Vrijwel nergens aan de waterkant kwam je (veel) andere karpervissers tegen en kennis van karperbestanden was er nauwelijks. Natuurlijk hoorde je weleens dat ergens een mooie vis was gevangen, maar meer informatie had je niet. Toen ik op de grote kanalen steeds beter en ook grotere vissen begon te vangen, besloot ik het eens te proberen op het Zuidlaardermeer. Daar ving ik meteen drie twintigponders; een unicum in die tijd. Ook dat water had ik lange tijd vrijwel voor mezelf. Pas toen boilies rond 1985 bij een breder publiek bekend werden, nam het karpervissen in ons land echt een hoge vlucht.”
5.000 KILO IN VIJF JAAR
Erwin vertelt dat in de jaren ’80 op allerlei plekken in Groningen al karper werd uitgezet. Dat merkte hij ook in zijn visserij. “Van een uitzetting met schubkarper op de Hunze, ving ik op het Zuidlaardermeer in de jaren ’90 heel wat vissen terug.” Rond het jaar 2000 volgde een nieuwe, grotere uitzetting die was geïnitieerd door Roelof Schut en de toenmalige federatie Sportvisserij Groningen-Drenthe. “Daarbij werd verspreid door de provincie in vijf jaar tijd zo’n 5.000 kilo karper uitgezet; vrijwel uitsluitend spiegelkarper. Aan het bijbehorende plan voor de grote kanalen zoals het Eemskanaal, Winschoterdiep en Noord-Willemskanaal heb ik destijds ook nog meegewerkt.”
EZENDERDE KARPERS
Op verzoek van de toenmalige Karper Studiegroep Nederland (tegenwoordig
De Karper Sportvisserij Nederland) volgde in 2016 een proefuitzetting van gezenderde vissen in het Noord-Willemskanaal. Erwin: “De waterschappen en diverse natuurbeschermingsorganisaties wilden daarmee uitzoeken of karperuitzet wel verantwoord was. Toen bleek dat de karpers redelijk in de buurt van hun uitzetplek bleven, kreeg het project groen licht. Het initiële plan was om vanaf 2018 gedurende twintig jaar in allerlei wateren steeds duizenden kilo’s per keer los te laten – een mix van spiegelkarpers en ‘schubs’ van sterke rassen die goed groeien. Helaas tekenden de waterschappen in 2022 toch weer protest aan: door de afgenomen eutrofiëring zou de draagkracht van wateren niet meer groot genoeg zijn voor uitzet. Veel karpervissers – ik ook – hebben daar hun bedenkingen bij, maar het project dreigt nu helaas een vroege dood te sterven.”
ERANDERDE VANGSTEN
Het effect van alle uitzettingen tot dusverre is volgens Erwin substantieel. “In het open water van de provincie Groningen is nu 50 tot 75% van de gevangen karpers direct te herleiden tot een eerdere uitzetting. In de meeste wateren zwemt een mix van oude spiegelkarpers – vaak vissen van 30 tot 50 pond – en exemplaren van recentere uitzettingen. Dat zijn stuk voor stuk prachtige vissen. Vroeger was zo’n 5% van mijn vangsten een spiegelkarper, maar sinds de uitzetting in 2000 is dat aandeel flink groter geworden. Die toegenomen afwisseling is leuk. In het algemeen zat in het Groningse open water vóór het jaar 2000 duidelijk meer, maar wel kleinere karper dan nu het geval is. In de jaren negentig ving ik op het boezemwater regelmatig zo’n tien tot vijftien karpers per nacht. En van mijn eerste tweehonderd karpers die ik op het Zuidlaardermeer ving, was geen enkele vis zwaarder dan 15 kilo. Ik vang tegenwoordig minder vissen, maar het gemiddelde gewicht daarvan ligt wel beduidend hoger.”
‘UITZETTEN BLIJFT NODIG’
Over het nut van karperuitzet bestaat voor Erwin geen enkele discussie. “Karpers leven in open water gemiddeld zo’n 25 jaar en planten zich in ons land nauwelijks voort – al is de natuurlijke aanwas door natuurherstelmaatregelen wel iets verbeterd. Zonder uitzet zullen de karperbestanden dus onvermijdelijk weer gaan inzakken; zowel in de Groningse wateren als elders in het land. Niet alleen mijn vangsten, maar ook die van andere karpervissers laten al tientallen jaren zien dat sportvissers merkbaar profiteren van de regelmatige uitzettingen. Daarbij hoeft het echt niet altijd om grote aantallen te gaan. Wij karpervissers vinden de vissen wel, als er maar karper zwemt.”
Iedere spiegelkarper die wordt uitgezet gaat met de linkerflank op de foto. Dit zodat de ontwikkeling van de vis (bijvoorbeeld groei en verspreiding) kan worden gevolgd aan de hand van terugmeldingen door karpervissers.
Over dat laatste punt bestond flink wat discussie. Spiegelkarpers waren tot dan toe vooral een bijproduct geweest van de vijverkweek met schubkarpers. Ook was lang niet iedereen fan van de dikbuikige ‘spiegels’ die in sommige andere landen veel werden gevangen.”
SPIEGELKARPER POPULAIR
Met zijn verrassende kleuren en schubbenpatronen kreeg de spiegelkarper toch steeds meer waardering van de Nederlandse karpervisser. En dus zat de kweek en uitzet van dit ras ook in ons land al gauw in de lift. Den Haan: “Op initiatief van De Karper Sportvisserij
Nederland – een groep fanatieke karpervissers – werden rond 2000 verspreid door het land diverse spiegelkarperprojecten (SKP’s) opgestart om meer vissen van dit ras in het Nederlandse water te krijgen. Die uitgezette ‘spiegeltjes’ zijn meestal drie jaar oud, hooguit 50 centimeter lang en zo’n twee kilo zwaar. Vissen die wél al leuke sport geven, maar niet meer gevoelig zijn voor predatie. Omdat het gen van een schubkarper veel sterker is dan dat van zijn neefje met minder schubben, waren die SKP’s van grote waarde – om niet te zeggen cruciaal. Want zonder regelmatige en grootschalige uitzet sterft spiegelkarper in onze wateren dus nog sneller uit. Veel SKP’s zijn dan ook nog steeds actief.”
OOK KLEINERE KARPER
Naast karperuitzet in open water raakte ook de uitzet van kleinere karper in vijvers steeds meer in zwang. “Met de betere kwaliteit van materiaal in het algemeen, maar zeker ook door de komst van elastiek kwam karper ook voor vaste stokvissers als sportvis binnen bereik”, aldus Den Haan. Door de komst van de methodfeeder – waarmee je ook relatief licht op karper kunt vissen – is de vraag naar karperuitzet in kleinschalig water de laatste jaren verder gestegen. “Ook vanwege aalscholverpredatie worden in visvijvers tegenwoordig steeds meer karpers uitgezet in plaats van brasems en blankvoorns.”
BEHOUD KARPERBESTANDEN
Toen de OVB en de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties (NVVS) in 2006 samengingen, werd de landelijke coördinatie van karperkweek en -uitzet bijna uitsluitend een sportviskwestie. Den Haan: “Het kweken van karper gebeurt inmiddels alleen nog door commerciële kwekers, maar de Sportvisunie financiert en faciliteert nog wel karperuitzet.
SPIEGELKARPERS TERUGMELDEN
Vang jij een spiegelkarper en wil je graag een steentje bijdragen aan nóg mooiere karperbestanden in Nederland? Maak dan een goede foto van de zijkant van de vis en upload die met behulp van de webapp van de Matching Community (skp.karperbeheer.nl). Samen met wat extra informatie – zoals de lengte en het gewicht van de vis – help je zo om het effect van spiegelkarperuitzettingen aan te tonen.
Cees den Haan, Teamleider Realisatie en Beheer bij de Sportvisunie
“Karpervissen vinden wij nu normaal, maar ooit keken mensen heel anders naar karper. Net als in veel andere landen was dit ook in Nederland lange tijd vooral een consumptievis”, vertelt Cees den Haan, Teamleider Advies, Realisatie & Beheer bij de Sportvisunie. “Uit historische geschriften blijkt dat monniken de vis in de middeleeuwen voor de voedselvoorziening gingen kweken rondom kastelen. Of dat ook verklaart hoe de soort hier terechtkwam, is de vraag. Sommige bronnen suggereren dat de eerste karpers al rond de elfde eeuw via de Donau en Rijn op eigen kracht ‘ons’ stroomgebied van de Rijn bereikten – vergelijkbaar met de route die de roofblei nam aan het eind van de twintigste eeuw.”
‘OOGST’ EN BIJVANGST
Hoe het ook zij, mensen kregen volgens Den Haan al snel door dat karper op eigen kracht slechts beperkt in onze wateren standhoudt. “De vis plant zich hier wel voort, alleen is het water vaak te koud voor het karperbroed om te overleven. Ook in ons land vindt daarom al eeuwen karperkweek en -uitzet plaats. De in 1952 opgerichte Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) kweekte in opdracht van de overheid op grote schaal karper, onder meer in een gigantische kwekerij in Lelystad. Dat was destijds een van de modernste kwekerijen ter wereld. De OVB zette primair karper uit in open water als latere ‘oogst’ voor de beroepsvisserij. Dat ook sportvissers van die uitzettingen profiteerden, was letterlijk bijvangst. Karpervissen was nog lang niet zo populair in het Nederland van de jaren ’50 en ’60.”
IDEALE UITZETKARPER
Met de stijgende welvaart in de jaren die volgden, raakte karper steeds minder in trek als consumptievis. Daardoor verschoof de focus van de karperkweek en -uitzet veel meer naar de hengelsport. Den Haan: “In navolging van Frankrijk en Engeland nam het karpervissen in de jaren ’80 ook in ons land een geweldige vlucht. Binnen de OVB ontstond zo ook een ander beeld van ‘de ideale uitzetkarper’. Het moest niet langer alleen een vis zijn die goed overleeft en snel op gewicht komt, maar die ook mooie sport oplevert én fraai is voor het oog.
karperkweek
en -uitzet
door: bard borger
Karper staat bekend als een sterke vissoort, maar zonder regelmatige uitzettingen nemen de aantallen zo af dat gerichte visserij minder interessant wordt. Welk beleid hanteert de Sportvisunie ten aanzien van karperuitzet? En hoe profiteert de sportvisser daarvan? Hét VISblad dook met twee kenners in de materie.
>> VRUCHTEN PLUKKEN
In het Noord-
Willemskanaal zijn in
2016 als proef gezenderde karpers uitgezet, waarna uit metingen bleek dat deze vissen redelijk in de buurt van hun uitzetplek
bleven.
Dat regelmatige karperuitzet zijn vruchten afwerpt, kan fanatiek karpervisser Erwin Oosterhoff (58) onderschrijven. De geboren Groninger vist al bijna 45 jaar fanatiek op karper. Dat doet hij op openbare wateren zoals grote scheepvaartkanalen, zandwinplassen en meren, maar af en toe ook op ook een afgesloten putje. Zodoende heeft hij een brede kijk op de karperbestanden in de provincie Groningen en omgeving.
Karpervissen in de vroege jaren ’80 was volgens Erwin een kwestie van pionieren. “Vrijwel nergens aan de waterkant kwam je (veel) andere karpervissers tegen en kennis van karperbestanden was er nauwelijks. Natuurlijk hoorde je weleens dat ergens een mooie vis was gevangen, maar meer informatie had je niet. Toen ik op de grote kanalen steeds beter en ook grotere vissen begon te vangen, besloot ik het eens te proberen op het Zuidlaardermeer. Daar ving ik meteen drie twintigponders; een unicum in die tijd. Ook dat water had ik lange tijd vrijwel voor mezelf. Pas toen boilies rond 1985 bij een breder publiek bekend werden, nam het karpervissen in ons land echt een hoge vlucht.”
5.000 KILO IN VIJF JAAR
Erwin vertelt dat in de jaren ’80 op allerlei plekken in Groningen al karper werd uitgezet. Dat merkte hij ook in zijn visserij. “Van een uitzetting met schubkarper op de Hunze, ving ik op het Zuidlaardermeer in de jaren ’90 heel wat vissen terug.” Rond het jaar 2000 volgde een nieuwe, grotere uitzetting die was geïnitieerd door Roelof Schut en de toenmalige federatie Sportvisserij Groningen-Drenthe. “Daarbij werd verspreid door de provincie in vijf jaar tijd zo’n 5.000 kilo karper uitgezet; vrijwel uitsluitend spiegelkarper. Aan het bijbehorende plan voor de grote kanalen zoals het Eemskanaal, Winschoterdiep en Noord-Willemskanaal heb ik destijds ook nog meegewerkt.”
EZENDERDE KARPERS
Op verzoek van de toenmalige Karper Studiegroep Nederland (tegenwoordig
De Karper Sportvisserij Nederland) volgde in 2016 een proefuitzetting van gezenderde vissen in het Noord-Willemskanaal. Erwin: “De waterschappen en diverse natuurbeschermingsorganisaties wilden daarmee uitzoeken of karperuitzet wel verantwoord was. Toen bleek dat de karpers redelijk in de buurt van hun uitzetplek bleven, kreeg het project groen licht. Het initiële plan was om vanaf 2018 gedurende twintig jaar in allerlei wateren steeds duizenden kilo’s per keer los te laten – een mix van spiegelkarpers en ‘schubs’ van sterke rassen die goed groeien. Helaas tekenden de waterschappen in 2022 toch weer protest aan: door de afgenomen eutrofiëring zou de draagkracht van wateren niet meer groot genoeg zijn voor uitzet. Veel karpervissers – ik ook – hebben daar hun bedenkingen bij, maar het project dreigt nu helaas een vroege dood te sterven.”
ERANDERDE VANGSTEN
Het effect van alle uitzettingen tot dusverre is volgens Erwin substantieel. “In het open water van de provincie Groningen is nu 50 tot 75% van de gevangen karpers direct te herleiden tot een eerdere uitzetting. In de meeste wateren zwemt een mix van oude spiegelkarpers – vaak vissen van 30 tot 50 pond – en exemplaren van recentere uitzettingen. Dat zijn stuk voor stuk prachtige vissen. Vroeger was zo’n 5% van mijn vangsten een spiegelkarper, maar sinds de uitzetting in 2000 is dat aandeel flink groter geworden. Die toegenomen afwisseling is leuk. In het algemeen zat in het Groningse open water vóór het jaar 2000 duidelijk meer, maar wel kleinere karper dan nu het geval is. In de jaren negentig ving ik op het boezemwater regelmatig zo’n tien tot vijftien karpers per nacht. En van mijn eerste tweehonderd karpers die ik op het Zuidlaardermeer ving, was geen enkele vis zwaarder dan 15 kilo. Ik vang tegenwoordig minder vissen, maar het gemiddelde gewicht daarvan ligt wel beduidend hoger.”
‘UITZETTEN BLIJFT NODIG’
Over het nut van karperuitzet bestaat voor Erwin geen enkele discussie. “Karpers leven in open water gemiddeld zo’n 25 jaar en planten zich in ons land nauwelijks voort – al is de natuurlijke aanwas door natuurherstelmaatregelen wel iets verbeterd. Zonder uitzet zullen de karperbestanden dus onvermijdelijk weer gaan inzakken; zowel in de Groningse wateren als elders in het land. Niet alleen mijn vangsten, maar ook die van andere karpervissers laten al tientallen jaren zien dat sportvissers merkbaar profiteren van de regelmatige uitzettingen. Daarbij hoeft het echt niet altijd om grote aantallen te gaan. Wij karpervissers vinden de vissen wel, als er maar karper zwemt.”
De afgelopen winter zijn op ruim zestig locaties zo’n 6.500 karpers uitgezet door de Sportvisunie en hengelsportverenigingen.
Eind 2025 en begin 2026 is verspreid door Nederland – met name op grote, openbare wateren zoals meren, rivieren en kanalen – zo'n 13.000 kilo karper uitgezet. Dit betreft zowel spiegel- als schubkarpers. Deze vissen zijn afkomstig van zes verschillende kwekers, zodat er flink wat variatie zit in de aanvulling op de huidige karperbestanden. Ook de komende winter (2026-2027) wordt verspreid door het land weer een vergelijkbare hoeveelheid karper uitgezet.
Die uitzet – elk jaar ruim 13.000 kilo – vindt met name plaats in open water zoals kanalen, de grote rivieren en de Randmeren. Waar nodig werken we samen met de visrechthebbende van het water, vaak een lokale hengelsportvereniging. Die partij draagt doorgaans ook bij aan de financiering en levert vrijwilligers om te helpen bij de uitzet. Zo werkt de Sportvisunie aan het behoud van grote, gezonde en gevarieerde karperbestanden in het hele land.”
MET BELEID UITZETTEN
De Sportvisunie ziet er volgens Den Haan ook op toe dat karperuitzet met beleid gebeurt. “Alleen de visrechthebbende van een water – meestal een hengelsportvereniging of de Sportvisunie – heeft volgens de wet het recht om ter plaatse vis uit te zetten. Maar binnen de huurovereenkomst voor een water zijn die visrechthebbende en de waterbeheerder(s) samen verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Omdat karper een bodemwoelende vis is die het water bij grotere aantallen troebeler maakt, willen waterschappen dat karperuitzet in hun beheergebied altijd volgens een plan gebeurt. Daarvoor heeft de Sportvisunie in 2016 samen met Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen de Richtlijn Uitzet Karper (RUK) opgesteld. Met dit kader is te berekenen hoeveel vis (in kilo’s) in een water kan overleven. Door met een visstandbemonstering te achterhalen hoeveel vis ergens al zwemt, kun je vervolgens een meerjarig uitzetplan voor karper opstellen.”
NEDERLAND KARPERLAND
Dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt, blijkt volgens Den Haan uit tal van feiten en cijfers. “Het gegeven dat tegenwoordig bijna overal karper zwemt, is op zichzelf al een succes te noemen. Daardoor kunnen we immers garanderen dat elke karpervisser in Nederland een goede kans heeft om een karper te vangen. Jarenlange vangstregistraties van karpervissers uit heel Nederland bevestigen dat ook. Op plekken waar de vangsten op den duur weer afnemen, worden meestal nieuwe uitzettingen geïnitieerd. Zeker in open water zijn grote karpers al lang geen uitzondering meer. Daar maak je zomaar kans op vissen van veertig pond, met uitschieters tot dertig kilo. Zelfs internationaal staat Nederland inmiddels bekend als een uitstekend karperland. Steeds meer fanatieke karpervissers uit het buitenland komen speciaal voor deze vis naar ons land toe.”
Iedere spiegelkarper die wordt uitgezet gaat met de linkerflank op de foto. Dit zodat de ontwikkeling van de vis (bijvoorbeeld groei en verspreiding) kan worden gevolgd aan de hand van terugmeldingen door karpervissers.
Over dat laatste punt bestond flink wat discussie. Spiegelkarpers waren tot dan toe vooral een bijproduct geweest van de vijverkweek met schubkarpers. Ook was lang niet iedereen fan van de dikbuikige ‘spiegels’ die in sommige andere landen veel werden gevangen.”
SPIEGELKARPER POPULAIR
Met zijn verrassende kleuren en schubbenpatronen kreeg de spiegelkarper toch steeds meer waardering van de Nederlandse karpervisser. En dus zat de kweek en uitzet van dit ras ook in ons land al gauw in de lift. Den Haan: “Op initiatief van De Karper Sportvisserij
Nederland – een groep fanatieke karpervissers – werden rond 2000 verspreid door het land diverse spiegelkarperprojecten (SKP’s) opgestart om meer vissen van dit ras in het Nederlandse water te krijgen. Die uitgezette ‘spiegeltjes’ zijn meestal drie jaar oud, hooguit 50 centimeter lang en zo’n twee kilo zwaar. Vissen die wél al leuke sport geven, maar niet meer gevoelig zijn voor predatie. Omdat het gen van een schubkarper veel sterker is dan dat van zijn neefje met minder schubben, waren die SKP’s van grote waarde – om niet te zeggen cruciaal. Want zonder regelmatige en grootschalige uitzet sterft spiegelkarper in onze wateren dus nog sneller uit. Veel SKP’s zijn dan ook nog steeds actief.”
OOK KLEINERE KARPER
Naast karperuitzet in open water raakte ook de uitzet van kleinere karper in vijvers steeds meer in zwang. “Met de betere kwaliteit van materiaal in het algemeen, maar zeker ook door de komst van elastiek kwam karper ook voor vaste stokvissers als sportvis binnen bereik”, aldus Den Haan. Door de komst van de methodfeeder – waarmee je ook relatief licht op karper kunt vissen – is de vraag naar karperuitzet in kleinschalig water de laatste jaren verder gestegen. “Ook vanwege aalscholverpredatie worden in visvijvers tegenwoordig steeds meer karpers uitgezet in plaats van brasems en blankvoorns.”
BEHOUD KARPERBESTANDEN
Toen de OVB en de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties (NVVS) in 2006 samengingen, werd de landelijke coördinatie van karperkweek en -uitzet bijna uitsluitend een sportviskwestie. Den Haan: “Het kweken van karper gebeurt inmiddels alleen nog door commerciële kwekers, maar de Sportvisunie financiert en faciliteert nog wel karperuitzet.
SPIEGELKARPERS TERUGMELDEN
Vang jij een spiegelkarper en wil je graag een steentje bijdragen aan nóg mooiere karperbestanden in Nederland? Maak dan een goede foto van de zijkant van de vis en upload die met behulp van de webapp van de Matching Community (skp.karperbeheer.nl). Samen met wat extra informatie – zoals de lengte en het gewicht van de vis – help je zo om het effect van spiegelkarperuitzettingen aan te tonen.
Cees den Haan, Teamleider Realisatie en Beheer bij de Sportvisunie
“Karpervissen vinden wij nu normaal, maar ooit keken mensen heel anders naar karper. Net als in veel andere landen was dit ook in Nederland lange tijd vooral een consumptievis”, vertelt Cees den Haan, Teamleider Advies, Realisatie & Beheer bij de Sportvisunie. “Uit historische geschriften blijkt dat monniken de vis in de middeleeuwen voor de voedselvoorziening gingen kweken rondom kastelen. Of dat ook verklaart hoe de soort hier terechtkwam, is de vraag. Sommige bronnen suggereren dat de eerste karpers al rond de elfde eeuw via de Donau en Rijn op eigen kracht ‘ons’ stroomgebied van de Rijn bereikten – vergelijkbaar met de route die de roofblei nam aan het eind van de twintigste eeuw.”
‘OOGST’ EN BIJVANGST
Hoe het ook zij, mensen kregen volgens Den Haan al snel door dat karper op eigen kracht slechts beperkt in onze wateren standhoudt. “De vis plant zich hier wel voort, alleen is het water vaak te koud voor het karperbroed om te overleven. Ook in ons land vindt daarom al eeuwen karperkweek en -uitzet plaats. De in 1952 opgerichte Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) kweekte in opdracht van de overheid op grote schaal karper, onder meer in een gigantische kwekerij in Lelystad. Dat was destijds een van de modernste kwekerijen ter wereld. De OVB zette primair karper uit in open water als latere ‘oogst’ voor de beroepsvisserij. Dat ook sportvissers van die uitzettingen profiteerden, was letterlijk bijvangst. Karpervissen was nog lang niet zo populair in het Nederland van de jaren ’50 en ’60.”
IDEALE UITZETKARPER
Met de stijgende welvaart in de jaren die volgden, raakte karper steeds minder in trek als consumptievis. Daardoor verschoof de focus van de karperkweek en -uitzet veel meer naar de hengelsport. Den Haan: “In navolging van Frankrijk en Engeland nam het karpervissen in de jaren ’80 ook in ons land een geweldige vlucht. Binnen de OVB ontstond zo ook een ander beeld van ‘de ideale uitzetkarper’. Het moest niet langer alleen een vis zijn die goed overleeft en snel op gewicht komt, maar die ook mooie sport oplevert én fraai is voor het oog.