In Spraakwater spreekt iemand – van BN’ers tot politici en van sportvissers tot wetenschappers – zich uit over thema’s rond vis en sportvisserij. Deze maand is dat Olaf Langendorff  bestuurslid van HSV Naarden-Bussum.

LOBBYEN VOOR VIS
MÉT OOG VOOR ‘BREDERE’ NATUUR

spraakwater

VANUIT EEN NIEUWE ROL 


Doe je het goed voor de vis, dan heeft dit meestal ook positieve effecten voor de bredere natuur’

Met hun kennis én afhankelijkheid van vis en water zijn hengelsportverenigingen belangrijke gesprekspartners voor gemeentes, waterschappen, natuurorganisaties en andere partijen. Hoe bewaak je in al die contacten de belangen van je leden? Olaf Langendorff (60) heeft hier als bestuurslid van HSV Naarden-Bussum de nodige ervaring mee. “Alles begint met het besef dat je als hengelsportvereniging onderdeel bent van een groter geheel.”
TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE:SANDER BOER

 “Ik rijd net een groep van zestien Schotse Hooglanders voorbij”, klinkt het enthousiast zodra Langendorff zijn telefoon opneemt. In de natuur is de geboren Bussumer hoorbaar in zijn element. “Het zaadje is ooit geplant door mijn vader. Die trok in zijn vrije tijd graag de natuur in en nam mij heel vaak mee. Daar leerde hij me van alles, bijvoorbeeld over vogels en over de ringslangen waarvan het hier in ‘t Gooi destijds wemelde. Zo ontstond mijn fascinatie voor alles wat leeft.”

AL 43 JAAR LID
De sportvisser in Langendorff ontwaakte toen hij het leven ónder de waterspiegel in en rond zijn woonplaats ontdekte. “Ik begon met de vaste hengel op voorntjes te vissen, later kwam daar brasem bij. Zo rond mijn achttiende ontdekte ik de werphengel en verschoof mijn aandacht naar andere vissoorten. Sindsdien vis ik het hele jaar door met allerlei technieken volgens een vaste ‘kalender’ op diverse soorten.” Sportvissen is voor hem onlosmakelijk verbonden met HSV Naarden-Bussum. “Ik ben hier altijd in de buurt blijven wonen en al zo’n 43 jaar lid.”

ECOLOGISCHE KENNIS
Al net zolang doet hij allerlei ‘groen’ vrijwilligerswerk – van het inventariseren van reptielen, amfibieën en vlinders tot het beheer van sloten en poelen met bedreigde salamanders. “Voor mijn opleiding aan de voormalige bosbouwschool in Schaarsbergen-Velp (nu Hogeschool Van Hall Larenstein, red.) werkte ik onder andere in het Spandersbos. In het kader van ‘natuur-technisch bosbeheer’ vormden we het productiebos daar om tot een natuurlijker bos met meer boomsoorten”, vertelt Langendorff die sinds drie jaar werkzaam is als boswachter bij het Goois Natuurreservaat.

KENNIS EN NETWERK
Toen HSV Naarden-Bussum in 2006 besloot dat er een visstandbeheercommissie en beheerplan voor het verenigingswater moesten komen, schoot hij te hulp. “Met mijn achtergrond in natuurbeheer en ecologie kon ik veel bijdragen aan de plannen. Niet alleen qua kennis, maar ook met mijn opgebouwde natuurnetwerk in de regio. Het meest urgente probleem was het toenmalige rücksichtsloze rietbeheer door het waterschap. Dat werd mijn eerste ‘dossier’.” Later kwam daar het steigerbeheer bij en toen Langendorff zo’n zeven jaar geleden toetrad tot het bestuur werden het visstand- en steigerbeheer zijn officiële taak.

SCHURENDE BELANGEN
Die twee onderwerpen zijn volgens hem een mooi voorbeeld van het belang van goed overleg met externe partijen. “Neem onze steigers”, schetst Langendorff. “Een deel daarvan ligt op gemeentegrond, de rest valt onder Monumentenzorg. Ik zit dus met twee partijen om de tafel. Voor het rietbeheer moeten we schakelen met het waterschap. Dat vraagt bijzondere aandacht. Want terwijl zij zich namelijk puur om de doorstroming en peilbeheer van het water bekommeren, zien wij riet als de huiskamer van de vis. 

Bij dat soort schurende belangen moet je met elkaar in gesprek om samen tot een zekere symbiose te komen.”

VEEL MINDER VISSTERFTE
Dat is precies wat er gebeurde. “Waar het waterschap voorheen eens per jaar zonder enig overleg alle rietoevers rigoureus liet maaien, bellen ze ons nu eerst op om te overleggen. Het resultaat is dat er nu beter wordt gemaaid, waardoor er minder tot geen vissterfte meer optreedt. Kort op de bal blijven zitten is wel belangrijk, want het kan zomaar zijn dat het maaien de volgende keer door een andere aannemer wordt uitgevoerd. Ook die partij moet dan weer vanuit het waterschap de juiste instructies krijgen: niet alles weghalen en niet alles tegelijk doen. Zo waken we dus continu over de vis en zijn leefomgeving.”

SPECIFIEKE KENNIS DELEN
Met hun specifieke kennis van vis en water hebben hengelsportverenigingen volgens Langendorff iets in handen waar het gemeentes, waterschappen en zelfs andere natuurpartijen vaak aan ontbreekt. “Maar om draagvlak te krijgen voor de door jou gewenste maatregelen, is het wel zaak dat je die kennis onderbouwt met concreet – liefst wetenschappelijk – bewijs. De resultaten van het visserijkundig onderzoek dat de Sportvisunie vorig jaar in het verenigingswater bij Naarden-Vesting uitvoerde, hebben we dan ook gedeeld met de gemeente, het waterschap, Monumentenbeheer en natuurpartijen. Zo zien ze dat we een serieuze gesprekspartner zijn die bijdraagt aan ecologische kennis. Tegelijkertijd groeit het besef dat als je het goed doet voor de vis, je het dan meestal ook goed doet voor de natuur in bredere zin.”

BELANGEN RESPECTEREN
Goed contact met lokale partijen is volgens Langendorff ook andersom van belang. “Feit is dat je als vereniging gebonden bent aan wetten en regels én afhankelijk bent van andere stakeholders met hun eigen (natuur)belangen. Dat speelveld moet je snappen en respecteren. Neem een in het water gevallen boom of dichtgroeiend water. Het waterschap zal fors willen ingrijpen. Als vereniging wil je wellicht minder rigoureus aan de slag omdat waterplanten ook goed zijn voor de vis. Terwijl een natuurorganisatie met het oog op de bredere natuurwaarde wellicht helemaal niets wil doen. Op zo’n moment moet je als hengelsportvereniging wat meebewegen om te komen tot een oplossing die ieders belangen respecteert.”

AMBASSADEURS
“Alles begint met het besef dat je als hengelsportvereniging onderdeel bent van een groter geheel”, vat Langendorff samen. “Als je het hele speelveld overziet en respectvol communiceert, creëer je eerder draagvlak voor beleid en beheer dat het belang van je leden dient. Daarom is het belangrijk dat je geschikte mensen afvaardigt naar overleggen met andere partijen. Toegewijde leden met natuurkennis die verder gaat dan alleen vis – denk aan een vogelkenner, ecoloog of (voormalig) waterschapmedewerker – kunnen bijvoorbeeld uitstekende ambassadeurs zijn voor je vereniging.”

LOBBYEN VOOR VIS
MÉT OOG VOOR ‘BREDERE’ NATUUR

spraakwater

In Spraakwater spreekt iemand – van BN’ers tot politici en van sportvissers tot wetenschappers – zich uit over thema’s rond vis en sportvisserij. Deze maand is dat Olaf Langendorff  bestuurslid van HSV Naarden-Bussum.


Doe je het goed voor de vis, dan heeft dit meestal ook positieve effecten voor de bredere natuur’

Met hun kennis én afhankelijkheid van vis en water zijn hengelsportverenigingen belangrijke gesprekspartners voor gemeentes, waterschappen, natuurorganisaties en andere partijen. Hoe bewaak je in al die contacten de belangen van je leden? Olaf Langendorff (60) heeft hier als bestuurslid van HSV Naarden-Bussum de nodige ervaring mee. “Alles begint met het besef dat je als hengelsportvereniging onderdeel bent van een groter geheel.”
TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE:SANDER BOER

 “Ik rijd net een groep van zestien Schotse Hooglanders voorbij”, klinkt het enthousiast zodra Langendorff zijn telefoon opneemt. In de natuur is de geboren Bussumer hoorbaar in zijn element. “Het zaadje is ooit geplant door mijn vader. Die trok in zijn vrije tijd graag de natuur in en nam mij heel vaak mee. Daar leerde hij me van alles, bijvoorbeeld over vogels en over de ringslangen waarvan het hier in ‘t Gooi destijds wemelde. Zo ontstond mijn fascinatie voor alles wat leeft.”

AL 43 JAAR LID
De sportvisser in Langendorff ontwaakte toen hij het leven ónder de waterspiegel in en rond zijn woonplaats ontdekte. “Ik begon met de vaste hengel op voorntjes te vissen, later kwam daar brasem bij. Zo rond mijn achttiende ontdekte ik de werphengel en verschoof mijn aandacht naar andere vissoorten. Sindsdien vis ik het hele jaar door met allerlei technieken volgens een vaste ‘kalender’ op diverse soorten.” Sportvissen is voor hem onlosmakelijk verbonden met HSV Naarden-Bussum. “Ik ben hier altijd in de buurt blijven wonen en al zo’n 43 jaar lid.”

ECOLOGISCHE KENNIS
Al net zolang doet hij allerlei ‘groen’ vrijwilligerswerk – van het inventariseren van reptielen, amfibieën en vlinders tot het beheer van sloten en poelen met bedreigde salamanders. “Voor mijn opleiding aan de voormalige bosbouwschool in Schaarsbergen-Velp (nu Hogeschool Van Hall Larenstein, red.) werkte ik onder andere in het Spandersbos. In het kader van ‘natuur-technisch bosbeheer’ vormden we het productiebos daar om tot een natuurlijker bos met meer boomsoorten”, vertelt Langendorff die sinds drie jaar werkzaam is als boswachter bij het Goois Natuurreservaat.

KENNIS EN NETWERK
Toen HSV Naarden-Bussum in 2006 besloot dat er een visstandbeheercommissie en beheerplan voor het verenigingswater moesten komen, schoot hij te hulp. “Met mijn achtergrond in natuurbeheer en ecologie kon ik veel bijdragen aan de plannen. Niet alleen qua kennis, maar ook met mijn opgebouwde natuurnetwerk in de regio. Het meest urgente probleem was het toenmalige rücksichtsloze rietbeheer door het waterschap. Dat werd mijn eerste ‘dossier’.” Later kwam daar het steigerbeheer bij en toen Langendorff zo’n zeven jaar geleden toetrad tot het bestuur werden het visstand- en steigerbeheer zijn officiële taak.

SCHURENDE BELANGEN
Die twee onderwerpen zijn volgens hem een mooi voorbeeld van het belang van goed overleg met externe partijen. “Neem onze steigers”, schetst Langendorff. “Een deel daarvan ligt op gemeentegrond, de rest valt onder Monumentenzorg. Ik zit dus met twee partijen om de tafel. Voor het rietbeheer moeten we schakelen met het waterschap. Dat vraagt bijzondere aandacht. Want terwijl zij zich namelijk puur om de doorstroming en peilbeheer van het water bekommeren, zien wij riet als de huiskamer van de vis. 

Bij dat soort schurende belangen moet je met elkaar in gesprek om samen tot een zekere symbiose te komen.”

VEEL MINDER VISSTERFTE
Dat is precies wat er gebeurde. “Waar het waterschap voorheen eens per jaar zonder enig overleg alle rietoevers rigoureus liet maaien, bellen ze ons nu eerst op om te overleggen. Het resultaat is dat er nu beter wordt gemaaid, waardoor er minder tot geen vissterfte meer optreedt. Kort op de bal blijven zitten is wel belangrijk, want het kan zomaar zijn dat het maaien de volgende keer door een andere aannemer wordt uitgevoerd. Ook die partij moet dan weer vanuit het waterschap de juiste instructies krijgen: niet alles weghalen en niet alles tegelijk doen. Zo waken we dus continu over de vis en zijn leefomgeving.”

SPECIFIEKE KENNIS DELEN
Met hun specifieke kennis van vis en water hebben hengelsportverenigingen volgens Langendorff iets in handen waar het gemeentes, waterschappen en zelfs andere natuurpartijen vaak aan ontbreekt. “Maar om draagvlak te krijgen voor de door jou gewenste maatregelen, is het wel zaak dat je die kennis onderbouwt met concreet – liefst wetenschappelijk – bewijs. De resultaten van het visserijkundig onderzoek dat de Sportvisunie vorig jaar in het verenigingswater bij Naarden-Vesting uitvoerde, hebben we dan ook gedeeld met de gemeente, het waterschap, Monumentenbeheer en natuurpartijen. Zo zien ze dat we een serieuze gesprekspartner zijn die bijdraagt aan ecologische kennis. Tegelijkertijd groeit het besef dat als je het goed doet voor de vis, je het dan meestal ook goed doet voor de natuur in bredere zin.”

BELANGEN RESPECTEREN
Goed contact met lokale partijen is volgens Langendorff ook andersom van belang. “Feit is dat je als vereniging gebonden bent aan wetten en regels én afhankelijk bent van andere stakeholders met hun eigen (natuur)belangen. Dat speelveld moet je snappen en respecteren. Neem een in het water gevallen boom of dichtgroeiend water. Het waterschap zal fors willen ingrijpen. Als vereniging wil je wellicht minder rigoureus aan de slag omdat waterplanten ook goed zijn voor de vis. Terwijl een natuurorganisatie met het oog op de bredere natuurwaarde wellicht helemaal niets wil doen. Op zo’n moment moet je als hengelsportvereniging wat meebewegen om te komen tot een oplossing die ieders belangen respecteert.”

AMBASSADEURS
“Alles begint met het besef dat je als hengelsportvereniging onderdeel bent van een groter geheel”, vat Langendorff samen. “Als je het hele speelveld overziet en respectvol communiceert, creëer je eerder draagvlak voor beleid en beheer dat het belang van je leden dient. Daarom is het belangrijk dat je geschikte mensen afvaardigt naar overleggen met andere partijen. Toegewijde leden met natuurkennis die verder gaat dan alleen vis – denk aan een vogelkenner, ecoloog of (voormalig) waterschapmedewerker – kunnen bijvoorbeeld uitstekende ambassadeurs zijn voor je vereniging.”

Sportvisunie

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm