TEKST: MARK PIJNAPPELS > FOTOGRAFIE: ERWIN VAN HENSBERGEN
giebel
meer dan
bijvangst
Wanneer de giebel eenmaal een vijver verovert, is het hek vaak van de dam aangezien deze soort zich razendsnel voortplant. Sommige sportvissers zijn hier niet blij mee, maar Rob Amerongen (55) ziet vooral kansen. Met de vaste hengel en een niet-alledaagse witvistechniek vist hij gericht op Carassius gibelio. Aan de Steenvijver in Woudenberg laat hij zien hoe uitdagend de giebelvisserij kan zijn.
>> MATERIAAL
Hengel: vaste hengel van 6 tot 11 meter
Elastiek: 1,6 millimeter
Dobber: 0,3 tot 0,5 g drijfvermogen
Hoofdlijn: 16/00 tot 20/00 nylon
Onderlijn: 10 tot 14/00 nylon, haak maat 18 tot 12.
Vis je met een zachte pellet? Laat dan de haakpunt vrij voor een betere inhaking – ook bij twijfelende vissen.
Het blijkt een schot in de roos. Vrijwel elke keer dat zijn tuigje het water raakt, volgt binnen twintig seconden een aanbeet. “Die actievere aanpak heb ik afgekeken van de visserij op commercials. Giebels reageren sterk op bijvoeren. Houd je ze aan het azen, dan blijven ze ook hangen”, zegt de witvisfanaat tussen de aanbeten door.
OVER EEN ANDERE BOEG
Hoewel er zeker raakvlakken zijn met de traditionele vaste stokvisserij op witvis, benadrukt Rob tenslotte nogmaals dat dit type visserij op specifieke punten om een andere aanpak vraagt. “Dat daagt je uit om het over een andere boeg te gooien. Het mooie is dat er verspreid door heel Nederland tal van dit soort wateren te vinden zijn als waar we nu zitten. Vaak zijn het vijvers in een stad of dorp waar volop giebel zit, maar het kan ook een recreatieplas of soms zelfs een polder zijn. Daar kun je als beginner mooi aan de slag, maar ook de meer ervaren witvisser kan er zichzelf leuk uitdagen. Want hoewel giebel doorgaans goed vangbaar is, kan dit visje ook kieskeurig zijn. Wie dat begrijpt en toepast, zal ontdekken dat zelfs een ‘simpele’ vijver je veel visplezier kan bieden”, sluit hij de sessie tevreden af.
Zelfs op dit vrij troebele water let Rob op de kleur van het voer: “Zorg dat je voerplek matcht met de kleur van de bodem – bijvoorbeeld door wat aarde door het voer te mengen – zodat de vis niet bang is om je stek te gaan azen.”
>> PEILEN
Rob gebruikt zware peilgewichten – van 20 gram tot 1,5 meter diepte, van 30 gram bij dieper water – om behalve de diepte ook de bodemstructuur te kunnen onderzoeken. “Voor het bepalen van de diepte op mijn stek laat ik het gewicht gecontroleerd aan een strakke lijn tot op de bodem zakken. Vervolgens laat ik het gewicht daar ook een keer hard op neerploffen. Is de bodem zacht, dan ‘zuigt’ het gewicht zich vast en moet je het lostrekken. Zo wordt inzichtelijk hoe zacht en dik de sliblaag is. Kennis van de bodemstructuur is belangrijk, want daarop kun je je voerstrategie afstemmen. Is de bodem zacht? Dan zakken harde voerballen weg. In die situatie vormen zachte voerballen of los aas een betere gedekte tafel voor de vis.”
GENETISCHE KOPIEËN
Wanneer we die op de foto laten zetten en kortstondig bewonderen valt direct op dat het bijna een 100% kopie is van de vorige vis. “De giebel staat erom bekend dat veel populaties vrijwel volledig uit vrouwtjes bestaan. Dit komt omdat zij andere vissoorten, zoals karper, gebruiken om de ontwikkeling van hun eitjes te starten. Het DNA van het mannetje wordt bij deze vorm van reproductie niet doorgegeven. De nakomelingen zijn dus genetische kopieën van de moeder,” legt Rob uit terwijl hij de vis voorzichtig terugzet. Dat de vangsten op elkaar lijken deert hem niet. “Het is een mooie vis om te vangen. Bijkomend voordeel is dat dit jaarrond kan. Zelfs in de winterperiode maak je op mooie dagen een goede kans op flink wat actie.”
VARIËREN DOET VANGEN
Ondanks dat je bij deze visserij doorgaans regelmatig beet krijgt, zijn variatie en finesse onder bepaalde omstandigheden essentieel om het verschil te kunnen maken. “Mijn selectie haakaas is inderdaad vrij ruim. Dat lijkt wellicht wat overdreven, maar dit soort details kunnen soms bepalend zijn”, zegt Rob terwijl de maïskorrel plaatsmaakt voor een zachte pellet. Zijn voerstrategie past hij ook aan: geen grondvoer meer, maar bij elke inzet een kleine portie micro pellets.
Variatie in haakaas en voer kan het verschil maken
Met een paar kleine aanpassingen kun je heel gericht op giebel vissen – en dat maakt van deze bijvangst een leuke ‘doelsoort’
Zelfs een sterke karper als bijvangst is dankzij het elastiek geen probleem.
Het juiste elastiek houdt de balans – en de giebel – onder controle
>> LESSEN VOOR BEGINNERS
Een te grote haak schrikt vis af en leidt tot minder aanbeten. Stem de haakmaat af op het formaat van het aas en dat van de vis.
Hoofdlijnen dikker dan 16/00 nylon zijn vaak niet nodig. Gebruik een dunnere onderlijn en een elastiek in de hengeltop voor een natuurlijkere aaspresentatie.
Een te zware dobber maakt subtiele aanbeten minder goed zichtbaar. Kies je dobber dus zo licht mogelijk, maar wel zwaar genoeg voor een stabiele aaspresentatie.
Vertrouw op je voer en voerstrategie. Het draait daarbij namelijk niet om duur of goedkoop voer, maar veel meer om hoeveel en hoe je dit op de stek brengt.
“Ik zoek een plek met wat diepteverschil. Zo kan ik met één dobbertuigje vissen en dit doen met een staande haak (die op de bodem leunt), met de onderlijn plat op de bodem en met het haakaas boven de bodem. En dat zonder de dobber te hoeven verschuiven”, zegt hij terwijl ie de peilgewichten toont. De hengel steekt recht naar voren, op die plek is het ongeveer 1,1 meter diep. “Daar begin ik met een staande haak. Wijs ik de hengel iets naar links – slechts 30 cm met de top – dan is het met een meter ietsje ondieper. Doe ik dat naar rechts, dan loopt het geleidelijk af naar 1,2 meter. Op een afstand van een meter bedraagt het diepteverschil dus zo’n 20 centimeter. Zo kun je spelen met de montage en ontdekken welke aaspresentatie het meest productief is.”
ELASTIEK IN BALANS
Bij de eerstvolgende inzet na de giebel van zojuist moet Rob wat langer wachten op een teken van leven. Na een poosje schiet de dobber dan toch onder en is het weer raak. De vis komt in eerste instantie gemakkelijk richting het landingsnet, maar vlak onder de kant duikt deze plotsklaps fel weg. Rob blijft rustig en drilt beheerst verder. “Het elastiek vangt de klappen mooi op. Een 1,6 mm versie biedt genoeg demping en zorgt voor een goed contact met de vis. Zou je een veel dikker elastiek pakken, dan is de balans zoek en ga je meer giebels lossen”, adviseert hij terwijl de vis in het net glijdt.
Met een pole cup op de top brengt Rob het voer geruisloos en tot op de centimeter nauwkeurig op de stek.
‘Giebels zijn geschikt voor beginners en uitdagend voor experts’
Van een afstandje steekt het silhouet van een typische witvisser – viskist, vaste hengel en dobbertuigjes – af tegen de felle ochtendzon. Maar in dit geval bedriegt de schijn, zien we als we Rob begroeten en de details van zijn hybride aanpak direct in het oog springen. “Mijn materiaal en manier van vissen op dit water lijkt meer op de commercial visserij dan op het traditionele witvissen”, bevestigt de Leusdenaar. “Met deze aanpak kun je op dit soort vijvers – waar veel giebel aanwezig is – uitstekend uit de voeten”, blikt hij vol vertrouwen vooruit op de sessie van vandaag.
KNABBELAARS
Het eerste teken van leven volgt al na vijf minuten. “De dobber bewoog heel even, ze zitten al op de stek”, zegt Rob. Even later dipt de antenne onder water en zet hij vliegensvlug de haak. De eerste giebel van zo’n 30 centimeter is een feit. “Mooi visje, hè?! Wist je dat giebels echte knabbelaars zijn? Zeker als het water nog koud is laten ze het haakaas vaak snel weer los. Het is dus zaak om scherp te vissen en snel te reageren wanneer de dobber ook maar even onderduikt. Vandaag zal ik ook regelmatig mis slaan, maar dat hoort erbij. Later in het voorjaar en in de zomer zijn de aanbeten veel overtuigender en heb je minder missers.”
DIEPTEVERSCHIL
Rob kent de Steenvijver (VISpas HSV Ons Genoegen Woudenberg) als zijn broekzak, maar toch start hij de sessie met grondig peilwerk.
Wanneer de giebel eenmaal een vijver verovert, is het hek vaak van de dam aangezien deze soort zich razendsnel voortplant. Sommige sportvissers zijn hier niet blij mee, maar Rob Amerongen (55) ziet vooral kansen. Met de vaste hengel en een niet-alledaagse witvistechniek vist hij gericht op Carassius gibelio. Aan de Steenvijver in Woudenberg laat hij zien hoe uitdagend de giebelvisserij kan zijn.
meer dan bijvangst
TEKST: MARK PIJNAPPELS
FOTOGRAFIE: ERWIN VAN HENSBERGEN
giebel
>> MATERIAAL
Hengel: vaste hengel van 6 tot 11 meter
Elastiek: 1,6 millimeter
Dobber: 0,3 tot 0,5 g drijfvermogen
Hoofdlijn: 16/00 tot 20/00 nylon
Onderlijn: 10 tot 14/00 nylon, haak maat 18 tot 12.
Vis je met een zachte pellet? Laat dan de haakpunt vrij voor een betere inhaking – ook bij twijfelende vissen.
Het blijkt een schot in de roos. Vrijwel elke keer dat zijn tuigje het water raakt, volgt binnen twintig seconden een aanbeet. “Die actievere aanpak heb ik afgekeken van de visserij op commercials. Giebels reageren sterk op bijvoeren. Houd je ze aan het azen, dan blijven ze ook hangen”, zegt de witvisfanaat tussen de aanbeten door.
OVER EEN ANDERE BOEG
Hoewel er zeker raakvlakken zijn met de traditionele vaste stokvisserij op witvis, benadrukt Rob tenslotte nogmaals dat dit type visserij op specifieke punten om een andere aanpak vraagt. “Dat daagt je uit om het over een andere boeg te gooien. Het mooie is dat er verspreid door heel Nederland tal van dit soort wateren te vinden zijn als waar we nu zitten. Vaak zijn het vijvers in een stad of dorp waar volop giebel zit, maar het kan ook een recreatieplas of soms zelfs een polder zijn. Daar kun je als beginner mooi aan de slag, maar ook de meer ervaren witvisser kan er zichzelf leuk uitdagen. Want hoewel giebel doorgaans goed vangbaar is, kan dit visje ook kieskeurig zijn. Wie dat begrijpt en toepast, zal ontdekken dat zelfs een ‘simpele’ vijver je veel visplezier kan bieden”, sluit hij de sessie tevreden af.
Zelfs op dit vrij troebele water let Rob op de kleur van het voer: “Zorg dat je voerplek matcht met de kleur van de bodem – bijvoorbeeld door wat aarde door het voer te mengen – zodat de vis niet bang is om je stek te gaan azen.”
>> PEILEN
Rob gebruikt zware peilgewichten – van 20 gram tot 1,5 meter diepte, van 30 gram bij dieper water – om behalve de diepte ook de bodemstructuur te kunnen onderzoeken. “Voor het bepalen van de diepte op mijn stek laat ik het gewicht gecontroleerd aan een strakke lijn tot op de bodem zakken. Vervolgens laat ik het gewicht daar ook een keer hard op neerploffen. Is de bodem zacht, dan ‘zuigt’ het gewicht zich vast en moet je het lostrekken. Zo wordt inzichtelijk hoe zacht en dik de sliblaag is. Kennis van de bodemstructuur is belangrijk, want daarop kun je je voerstrategie afstemmen. Is de bodem zacht? Dan zakken harde voerballen weg. In die situatie vormen zachte voerballen of los aas een betere gedekte tafel voor de vis.”
GENETISCHE KOPIEËN
Wanneer we die op de foto laten zetten en kortstondig bewonderen valt direct op dat het bijna een 100% kopie is van de vorige vis. “De giebel staat erom bekend dat veel populaties vrijwel volledig uit vrouwtjes bestaan. Dit komt omdat zij andere vissoorten, zoals karper, gebruiken om de ontwikkeling van hun eitjes te starten. Het DNA van het mannetje wordt bij deze vorm van reproductie niet doorgegeven. De nakomelingen zijn dus genetische kopieën van de moeder,” legt Rob uit terwijl hij de vis voorzichtig terugzet. Dat de vangsten op elkaar lijken deert hem niet. “Het is een mooie vis om te vangen. Bijkomend voordeel is dat dit jaarrond kan. Zelfs in de winterperiode maak je op mooie dagen een goede kans op flink wat actie.”
VARIËREN DOET VANGEN
Ondanks dat je bij deze visserij doorgaans regelmatig beet krijgt, zijn variatie en finesse onder bepaalde omstandigheden essentieel om het verschil te kunnen maken. “Mijn selectie haakaas is inderdaad vrij ruim. Dat lijkt wellicht wat overdreven, maar dit soort details kunnen soms bepalend zijn”, zegt Rob terwijl de maïskorrel plaatsmaakt voor een zachte pellet. Zijn voerstrategie past hij ook aan: geen grondvoer meer, maar bij elke inzet een kleine portie micro pellets.
Variatie in haakaas en voer kan het verschil maken
Met een paar kleine aanpassingen kun je heel gericht op giebel vissen – en dat maakt van deze bijvangst een leuke ‘doelsoort’
Zelfs een sterke karper als bijvangst is dankzij het elastiek geen probleem.
Het juiste elastiek houdt de balans – en de giebel – onder controle
>> LESSEN VOOR BEGINNERS
Een te grote haak schrikt vis af en leidt tot minder aanbeten. Stem de haakmaat af op het formaat van het aas en dat van de vis.
Hoofdlijnen dikker dan 16/00 nylon zijn vaak niet nodig. Gebruik een dunnere onderlijn en een elastiek in de hengeltop voor een natuurlijkere aaspresentatie.
Een te zware dobber maakt subtiele aanbeten minder goed zichtbaar. Kies je dobber dus zo licht mogelijk, maar wel zwaar genoeg voor een stabiele aaspresentatie.
Vertrouw op je voer en voerstrategie. Het draait daarbij namelijk niet om duur of goedkoop voer, maar veel meer om hoeveel en hoe je dit op de stek brengt.
“Ik zoek een plek met wat diepteverschil. Zo kan ik met één dobbertuigje vissen en dit doen met een staande haak (die op de bodem leunt), met de onderlijn plat op de bodem en met het haakaas boven de bodem. En dat zonder de dobber te hoeven verschuiven”, zegt hij terwijl ie de peilgewichten toont. De hengel steekt recht naar voren, op die plek is het ongeveer 1,1 meter diep. “Daar begin ik met een staande haak. Wijs ik de hengel iets naar links – slechts 30 cm met de top – dan is het met een meter ietsje ondieper. Doe ik dat naar rechts, dan loopt het geleidelijk af naar 1,2 meter. Op een afstand van een meter bedraagt het diepteverschil dus zo’n 20 centimeter. Zo kun je spelen met de montage en ontdekken welke aaspresentatie het meest productief is.”
ELASTIEK IN BALANS
Bij de eerstvolgende inzet na de giebel van zojuist moet Rob wat langer wachten op een teken van leven. Na een poosje schiet de dobber dan toch onder en is het weer raak. De vis komt in eerste instantie gemakkelijk richting het landingsnet, maar vlak onder de kant duikt deze plotsklaps fel weg. Rob blijft rustig en drilt beheerst verder. “Het elastiek vangt de klappen mooi op. Een 1,6 mm versie biedt genoeg demping en zorgt voor een goed contact met de vis. Zou je een veel dikker elastiek pakken, dan is de balans zoek en ga je meer giebels lossen”, adviseert hij terwijl de vis in het net glijdt.
Met een pole cup
op de top brengt Rob
het voer geruisloos en tot op de centimeter nauwkeurig op de stek.
Van een afstandje steekt het silhouet van een typische witvisser – viskist, vaste hengel en dobbertuigjes – af tegen de felle ochtendzon. Maar in dit geval bedriegt de schijn, zien we als we Rob begroeten en de details van zijn hybride aanpak direct in het oog springen. “Mijn materiaal en manier van vissen op dit water lijkt meer op de commercial visserij dan op het traditionele witvissen”, bevestigt de Leusdenaar. “Met deze aanpak kun je op dit soort vijvers – waar veel giebel aanwezig is – uitstekend uit de voeten”, blikt hij vol vertrouwen vooruit op de sessie van vandaag.
KNABBELAARS
Het eerste teken van leven volgt al na vijf minuten. “De dobber bewoog heel even, ze zitten al op de stek”, zegt Rob. Even later dipt de antenne onder water en zet hij vliegensvlug de haak. De eerste giebel van zo’n 30 centimeter is een feit. “Mooi visje, hè?! Wist je dat giebels echte knabbelaars zijn? Zeker als het water nog koud is laten ze het haakaas vaak snel weer los. Het is dus zaak om scherp te vissen en snel te reageren wanneer de dobber ook maar even onderduikt. Vandaag zal ik ook regelmatig mis slaan, maar dat hoort erbij. Later in het voorjaar en in de zomer zijn de aanbeten veel overtuigender en heb je minder missers.”
DIEPTEVERSCHIL
Rob kent de Steenvijver (VISpas HSV Ons Genoegen Woudenberg) als zijn broekzak, maar toch start hij de sessie met grondig peilwerk.
‘Giebels zijn geschikt voor beginners en uitdagend voor experts’