
VISSEN NA(AST) TOPSPORT


foto: Stephan Tellier

INDRUKWEKKENDE SCHAATSCARRIÈRE
Hein Otterspeer heeft jarenlang naam gemaakt in de wereldtop van het schaatsen. Naast acht zilveren en bronzen plakken op een afstandskampioenschap won hij zes wereldbekerraces plus een zilveren medaille op een WK Sprint (2015). Twee keer eindigde hij als tweede op een Europees kampioenschap (2021, 2023) en vier keer won hij een NK Sprint (2015, 2019, 2021, 2023).
Met zijn keuze om te stoppen als actieve prof neemt Hein zeker nog geen afscheid van het schaatsen op topniveau. Sinds kort coacht hij – samen met een andere, ervaren coach – een commercieel schaatsteam. “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, maar de druk van het zelf moeten presteren is weg in deze rol”, aldus Hein. “Bovendien biedt dit ook de ruimte om weer vaker te gaan vissen.”
‘als ik gedurende het schaatsseizoen viste,
was dat echt puur voor de ontspanning’
VISCUS APPGROEP
“Ja, hangen!”, onderbreekt Hein zichzelf terwijl zijn hengel hoepeltje krom gaat. Pal naast de kade heeft een fraaie baars zijn shadje gegrepen. Gerben, Dennis en Sant Jan snellen toe en even later poseert het voltallige ‘team’ met de eerste vangst van de dag. Grote kans dat deze foto later opduikt in De Viscus. Dat is de gezamenlijke Whatsapp-groep van het vissende viertal waar ze onder meer bijzondere vangsten delen en afspreken om samen te gaan vissen. “Gerben en Dennis (die al eerder stopten als actieve profs, red.) vissen al jaren veel met zijn tweeën en Sant Jan stapte regelmatig bij Gerben in de boot toen ik nog professioneel schaatste”, verklaart Hein zodra de baars weer zwemt. “Hopelijk kunnen we weer wat vaker met zijn vieren op pad nu ik prof-schaatser af ben.” Knipogend: “Dan komen we vanzelf ook op de beste stekken terecht.”
EINDE TIJDPERK
Bij een brug verderop in het dorp – waar Dennis de tweede baars van de dag vangt en vervolgens afzwaait wegens andere verplichtingen – vertelt Hein meer over zijn keuze om te stoppen met professioneel schaatsen. “Het was een combinatie van zaken waardoor ik de knoop doorhakte. Vooral het besef dat ik mijn piek had gehad en blessures die steeds vaker opspeelden. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Dat punt was voor mij gekomen. Vijftien jaar schaatsen op topniveau is simpelweg genoeg. Ik ben alleen maar blij en trots op alles wat ik heb bereikt in mijn carrière (zie kader). Het is eerlijk gezegd ook wel een verademing om niet meer dagelijks naar Thialf toe te moeten. Nu heb ik aanzienlijk meer tijd voor familie, vrienden én om te vissen.”
NOG ALTIJD COMPETITIEF
“Zullen we nog een laatste poging wagen bij die grote brug?”, vraagt Gerben als het weer even stil is qua vangsten. Hein en Sant Jan weten niet meer precies welke plek hij bedoelt, maar stemmen in en laten zich gidsen door hun vismaat. “Ja!”, klinkt het na een kwartiertje pielen in het smalle water tussen de kant en de brugpijler. Met Hein en Sant Jan aan zijn zijde tilt Gerben de ‘brugbaars’ voor de lens van de fotograaf. Het geduld van Sant Jan lijkt op zodra de vis zijn vrijheid weer heeft, maar in blessuretijd maakt Hein nog een worp of vijf bij een boothuis. “Tja, resultaatgericht en competitief zal ik waarschijnlijk altijd blijven”, klinkt het even later als ze teruglopen naar de auto’s. “Gelukkig kan ik die eigenschap ook prima in het sportvissen kwijt.”
VOLLEDIGE TOEWIJDING
Als kersverse prof verhuisde Otterspeer al snel naar Heerenveen – het hart van professioneel schaatsend Nederland en met name bekend van stadion Thialf. “Topsport is werkelijk alles doen én laten om tot je maximale fysieke prestatie te komen”, verklaart Hein. “Als schaatsprof ben je van mei tot en met september zes dagen per week aan het trainen. Alleen op woensdagmiddag en zondag ben je vrij. Het wedstrijdseizoen – dat loopt van oktober tot en met maart – is een aaneenschakeling van presteren en herstellen. In april heb je vakantie en vervolgens begin je weer keihard te trainen voor het nieuwe seizoen. Jarenlang nam dit schema me volledig in beslag. Als ik viste, was het echt puur voor de ontspanning. Doodazen op snoek vond ik het mooist, en doe ik nog steeds heel graag: lekker zitten en wachten.”
VISSEN MET COLLEGA-PROFS
“Hier wordt het ’m niet, hè?”, zegt Hein tegen Gerben als de teller na een half uur nog steeds op nul staat. De mannen zitten al snel in de auto en twintig minuten later struinen ze langs een smal kanaaltje in een pittoresk polderdorpje. Gerben en Dennis zijn niet zomaar vismaten, legt Hein uit. “We hebben elkaar leren kennen in Heerenveen, waar zij ook op topniveau trainden: Dennis als bobsleeër en Gerben als schaatser. Bij Lotto-Jumbo was ik bijna drie jaar teamgenoot van Gerben. Dennis ging net als ik naar de Olympische Winterspelen in Beijing van 2022 en liep naast me tijdens de openingsceremonie en de sluiting. De ontdekking dat we alle drie graag vissen, versterkte onze band. Gerben deed dat in die tijd actiever en wakkerde daarmee bij mij het vuurtje weer aan. Op een jaarlijks trainingskamp in Italië had hij vaak een paar hengels bij zich. Zo ving ik daar aan de kust mijn allereerste zeebaars.”
“Zo, dat was me een bui hè?! En daar verderop komt de volgende alweer aan”, vat Hein het weerbeeld op deze onstuimige dag kort samen. Aan een kanaal vlakbij Grou trekt hij de kraag van zijn jas iets omhoog, zijn zoontje Sant Jan (9) klampt zich aan hem vast – de aandacht van de fotograaf en verslaggever is even wennen voor hem. “Dat zijn onze vismaten Gerben en Dennis”, wijst Hein naar het duo dat iets verderop staat te vissen. “Zij hebben hier onlangs nog goed gevangen, vandaar de keuze voor deze stek. Sant Jan en ik volgen eigenlijk altijd hun plan als we samen op pad gaan. Zij zijn van ons vieren verreweg het fanatiekst.”
TWEEDE PASSIE OP ÉÉN
Hein pakt zijn hengel erbij – een kort, licht roofvisstokje – en monteert een shadje aan de fluorocarbon onderlijn die aan het eind van de gevlochten hoofdlijn zit. Sant Jan volgt zijn voorbeeld. Terwijl vader en zoon even later geconcentreerd staan te vissen, schetst Hein hoe het sportvissen voor hem begon. “Gedurende mijn jeugd in Ouderkerk aan den IJssel viste ik zo’n beetje wekelijks. Op snoek in de polder en op paling in de Hollandsche IJssel. Schaatsen, mijn tweede passie, deed ik vanaf mijn dertiende steeds serieuzer. Op den duur werd ik zelfs gevraagd voor de regionale selectie en op mijn twintigste tekende ik mijn eerste profcontract. Toen slokte het schaatsen zoveel tijd op dat sportvissen op een veel lager pitje kwam te staan.”


VISSEN NA(AST) TOPSPORT

foto: Stephan Tellier

INDRUKWEKKENDE SCHAATSCARRIÈRE
Hein Otterspeer heeft jarenlang naam gemaakt in de wereldtop van het schaatsen. Naast acht zilveren en bronzen plakken op een afstandskampioenschap won hij zes wereldbekerraces plus een zilveren medaille op een WK Sprint (2015). Twee keer eindigde hij als tweede op een Europees kampioenschap (2021, 2023) en vier keer won hij een NK Sprint (2015, 2019, 2021, 2023).
Met zijn keuze om te stoppen als actieve prof neemt Hein zeker nog geen afscheid van het schaatsen op topniveau. Sinds kort coacht hij – samen met een andere, ervaren coach – een commercieel schaatsteam. “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, maar de druk van het zelf moeten presteren is weg in deze rol”, aldus Hein. “Bovendien biedt dit ook de ruimte om weer vaker te gaan vissen.”
‘als ik gedurende het schaatsseizoen viste,
was dat echt puur voor de ontspanning’
VISCUS APPGROEP
“Ja, hangen!”, onderbreekt Hein zichzelf terwijl zijn hengel hoepeltje krom gaat. Pal naast de kade heeft een fraaie baars zijn shadje gegrepen. Gerben, Dennis en Sant Jan snellen toe en even later poseert het voltallige ‘team’ met de eerste vangst van de dag. Grote kans dat deze foto later opduikt in De Viscus. Dat is de gezamenlijke Whatsapp-groep van het vissende viertal waar ze onder meer bijzondere vangsten delen en afspreken om samen te gaan vissen. “Gerben en Dennis (die al eerder stopten als actieve profs, red.) vissen al jaren veel met zijn tweeën en Sant Jan stapte regelmatig bij Gerben in de boot toen ik nog professioneel schaatste”, verklaart Hein zodra de baars weer zwemt. “Hopelijk kunnen we weer wat vaker met zijn vieren op pad nu ik prof-schaatser af ben.” Knipogend: “Dan komen we vanzelf ook op de beste stekken terecht.”
EINDE TIJDPERK
Bij een brug verderop in het dorp – waar Dennis de tweede baars van de dag vangt en vervolgens afzwaait wegens andere verplichtingen – vertelt Hein meer over zijn keuze om te stoppen met professioneel schaatsen. “Het was een combinatie van zaken waardoor ik de knoop doorhakte. Vooral het besef dat ik mijn piek had gehad en blessures die steeds vaker opspeelden. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Dat punt was voor mij gekomen. Vijftien jaar schaatsen op topniveau is simpelweg genoeg. Ik ben alleen maar blij en trots op alles wat ik heb bereikt in mijn carrière (zie kader). Het is eerlijk gezegd ook wel een verademing om niet meer dagelijks naar Thialf toe te moeten. Nu heb ik aanzienlijk meer tijd voor familie, vrienden én om te vissen.”
NOG ALTIJD COMPETITIEF
“Zullen we nog een laatste poging wagen bij die grote brug?”, vraagt Gerben als het weer even stil is qua vangsten. Hein en Sant Jan weten niet meer precies welke plek hij bedoelt, maar stemmen in en laten zich gidsen door hun vismaat. “Ja!”, klinkt het na een kwartiertje pielen in het smalle water tussen de kant en de brugpijler. Met Hein en Sant Jan aan zijn zijde tilt Gerben de ‘brugbaars’ voor de lens van de fotograaf. Het geduld van Sant Jan lijkt op zodra de vis zijn vrijheid weer heeft, maar in blessuretijd maakt Hein nog een worp of vijf bij een boothuis. “Tja, resultaatgericht en competitief zal ik waarschijnlijk altijd blijven”, klinkt het even later als ze teruglopen naar de auto’s. “Gelukkig kan ik die eigenschap ook prima in het sportvissen kwijt.”
VOLLEDIGE TOEWIJDING
Als kersverse prof verhuisde Otterspeer al snel naar Heerenveen – het hart van professioneel schaatsend Nederland en met name bekend van stadion Thialf. “Topsport is werkelijk alles doen én laten om tot je maximale fysieke prestatie te komen”, verklaart Hein. “Als schaatsprof ben je van mei tot en met september zes dagen per week aan het trainen. Alleen op woensdagmiddag en zondag ben je vrij. Het wedstrijdseizoen – dat loopt van oktober tot en met maart – is een aaneenschakeling van presteren en herstellen. In april heb je vakantie en vervolgens begin je weer keihard te trainen voor het nieuwe seizoen. Jarenlang nam dit schema me volledig in beslag. Als ik viste, was het echt puur voor de ontspanning. Doodazen op snoek vond ik het mooist, en doe ik nog steeds heel graag: lekker zitten en wachten.”
VISSEN MET COLLEGA-PROFS
“Hier wordt het ’m niet, hè?”, zegt Hein tegen Gerben als de teller na een half uur nog steeds op nul staat. De mannen zitten al snel in de auto en twintig minuten later struinen ze langs een smal kanaaltje in een pittoresk polderdorpje. Gerben en Dennis zijn niet zomaar vismaten, legt Hein uit. “We hebben elkaar leren kennen in Heerenveen, waar zij ook op topniveau trainden: Dennis als bobsleeër en Gerben als schaatser. Bij Lotto-Jumbo was ik bijna drie jaar teamgenoot van Gerben. Dennis ging net als ik naar de Olympische Winterspelen in Beijing van 2022 en liep naast me tijdens de openingsceremonie en de sluiting. De ontdekking dat we alle drie graag vissen, versterkte onze band. Gerben deed dat in die tijd actiever en wakkerde daarmee bij mij het vuurtje weer aan. Op een jaarlijks trainingskamp in Italië had hij vaak een paar hengels bij zich. Zo ving ik daar aan de kust mijn allereerste zeebaars.”
“Zo, dat was me een bui hè?! En daar verderop komt de volgende alweer aan”, vat Hein het weerbeeld op deze onstuimige dag kort samen. Aan een kanaal vlakbij Grou trekt hij de kraag van zijn jas iets omhoog, zijn zoontje Sant Jan (9) klampt zich aan hem vast – de aandacht van de fotograaf en verslaggever is even wennen voor hem. “Dat zijn onze vismaten Gerben en Dennis”, wijst Hein naar het duo dat iets verderop staat te vissen. “Zij hebben hier onlangs nog goed gevangen, vandaar de keuze voor deze stek. Sant Jan en ik volgen eigenlijk altijd hun plan als we samen op pad gaan. Zij zijn van ons vieren verreweg het fanatiekst.”
TWEEDE PASSIE OP ÉÉN
Hein pakt zijn hengel erbij – een kort, licht roofvisstokje – en monteert een shadje aan de fluorocarbon onderlijn die aan het eind van de gevlochten hoofdlijn zit. Sant Jan volgt zijn voorbeeld. Terwijl vader en zoon even later geconcentreerd staan te vissen, schetst Hein hoe het sportvissen voor hem begon. “Gedurende mijn jeugd in Ouderkerk aan den IJssel viste ik zo’n beetje wekelijks. Op snoek in de polder en op paling in de Hollandsche IJssel. Schaatsen, mijn tweede passie, deed ik vanaf mijn dertiende steeds serieuzer. Op den duur werd ik zelfs gevraagd voor de regionale selectie en op mijn twintigste tekende ik mijn eerste profcontract. Toen slokte het schaatsen zoveel tijd op dat sportvissen op een veel lager pitje kwam te staan.”