TEKST: ARNO VAN ’T HOOG
BEELD: JANNY BOSMAN
De opmars van de meerval
is vooral te danken aan de komst van exotische grondels en rivierkreeften, zo ontdekten Duitse onderzoekers onlangs. Naarmate de watertemperatuur de komende jaren verder stijgt, kan de meerval volgens hen nog meer terrein veroveren.
BIJVANGST
GRONDELS & KREEFTEN: KRACHTVOER MEERVAL
De opmars van de meerval – ook buiten de grote rivieren – lijkt voorlopig niet te stuiten. De trend dat Silurus glanis steeds algemener wordt zien we niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Duitse onderzoekers wilden weten wat hier achter zit. Want dat de meerval het zo goed doet, is eigenlijk verrassend. Het succes van visetende rovers wordt bepaald door de aanwezigheid van prooivissen. En in de meeste Europese wateren zijn veel vissoorten schaarser geworden. Net als in Nederland zijn de aantallen voorn, brasem en baars laatste tientallen jaren geleidelijk gedaald. Minder prooi, zou dus ook minder meervallen betekenen.
OPWARMING WATER
In twaalf rivieren en evenveel meren in het zuidwesten van Duitsland gingen de onderzoekers op zoek naar een verklaring. In die regio kwam meerval altijd al in kleine aantallen voor, maar de meervalvangsten van sportvissers zijn de laatste jaren gestaag toegenomen. Om te beginnen werden de vangstgegevens door de jaren heen geanalyseerd. Daarbij is bijvoorbeeld in de Bodensee een duidelijke toename te zien, die gelijk oploopt met de stijging van de watertemperatuur. In 1962 bedroeg die daar gemiddeld 10,5°C, dat is nu 14°C. Deze opwarming heeft de groei en voortplanting van de meerval waarschijnlijk een boost gegeven.
EXOTEN OP HET MENU
Opwarming vertelt echter niet het hele verhaal, zo laat de maaginhoud van 573 meervallen zien. De onderzoekers troffen 22 verschillende vissoorten en vijf soorten rivierkreeft aan (waarvan de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft de meest voorkomende prooi is). Wat prooivis betreft is er een verschil tussen meren en rivieren te zien. In meren eten meervallen vooral baars, blankvoorn en zeelt. Soms ook een aalscholver, boilies of sardientjes met een elastiekje erom. In rivieren heeft de meerval een duidelijke voorkeur voor zwartbekgrondels. Deze exoten hebben de Rijn en het binnenwater sinds 2005 in rap tempo veroverd.
KEERZIJDE OPMARS
De onderzoekers concluderen dat vooral de komst van exotische grondels de meervalstand heeft geholpen; nog meer dan de opwarming van het water. Exotische rivierkreeften spelen een kleinere rol: die bevatten minder energie en zijn lastiger te verteren. De komende jaren zal de meerval nog meer terrein veroveren, zo verwachten de onderzoekers. Opwarmend water door klimaatverandering is gunstig voor zowel exotische grondels, als voor de meerval. Die opmars heeft ook een keerzijde, vooral in wateren waar wordt geprobeerd om zeldzame trekvissen te laten terugkeren. Meerval leert snel en zoekt bijvoorbeeld stuwen en vistrappen op om zalm te vangen.
GRONDELS & KREEFTEN: KRACHTVOER MEERVAL
TEKST: ARNO VAN ’T HOOG
BEELD: JANNY BOSMAN
De opmars
van de meerval
is vooral te danken aan de
komst van exotische grondels en rivierkreeften, zo ontdekten Duitse onderzoekers onlangs. Naarmate de watertemperatuur de komende jaren verder stijgt, kan de meerval volgens hen nog meer terrein veroveren.
BIJVANGST
De opmars van de meerval – ook buiten de grote rivieren – lijkt voorlopig niet te stuiten. De trend dat Silurus glanis steeds algemener wordt zien we niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Duitse onderzoekers wilden weten wat hier achter zit. Want dat de meerval het zo goed doet, is eigenlijk verrassend. Het succes van visetende rovers wordt bepaald door de aanwezigheid van prooivissen. En in de meeste Europese wateren zijn veel vissoorten schaarser geworden. Net als in Nederland zijn de aantallen voorn, brasem en baars laatste tientallen jaren geleidelijk gedaald. Minder prooi, zou dus ook minder meervallen betekenen.
OPWARMING WATER
In twaalf rivieren en evenveel meren in het zuidwesten van Duitsland gingen de onderzoekers op zoek naar een verklaring. In die regio kwam meerval altijd al in kleine aantallen voor, maar de meervalvangsten van sportvissers zijn de laatste jaren gestaag toegenomen. Om te beginnen werden de vangstgegevens door de jaren heen geanalyseerd. Daarbij is bijvoorbeeld in de Bodensee een duidelijke toename te zien, die gelijk oploopt met de stijging van de watertemperatuur. In 1962 bedroeg die daar gemiddeld 10,5°C, dat is nu 14°C. Deze opwarming heeft de groei en voortplanting van de meerval waarschijnlijk een boost gegeven.
EXOTEN OP HET MENU
Opwarming vertelt echter niet het hele verhaal, zo laat de maaginhoud van 573 meervallen zien. De onderzoekers troffen 22 verschillende vissoorten en vijf soorten rivierkreeft aan (waarvan de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft de meest voorkomende prooi is). Wat prooivis betreft is er een verschil tussen meren en rivieren te zien. In meren eten meervallen vooral baars, blankvoorn en zeelt. Soms ook een aalscholver, boilies of sardientjes met een elastiekje erom. In rivieren heeft de meerval een duidelijke voorkeur voor zwartbekgrondels. Deze exoten hebben de Rijn en het binnenwater sinds 2005 in rap tempo veroverd.
KEERZIJDE OPMARS
De onderzoekers concluderen dat vooral de komst van exotische grondels de meervalstand heeft geholpen; nog meer dan de opwarming van het water. Exotische rivierkreeften spelen een kleinere rol: die bevatten minder energie en zijn lastiger te verteren. De komende jaren zal de meerval nog meer terrein veroveren, zo verwachten de onderzoekers. Opwarmend water door klimaatverandering is gunstig voor zowel exotische grondels, als voor de meerval. Die opmars heeft ook een keerzijde, vooral in wateren waar wordt geprobeerd om zeldzame trekvissen te laten terugkeren. Meerval leert snel en zoekt bijvoorbeeld stuwen en vistrappen op om zalm te vangen.