VISblad TV is hét You­Tube-visprogramma van de Sportvisunie en bedoeld om sportvissers te enthou­siasmeren, ­inspireren en kennis te laten ­maken met nieuwe ­vis­technieken en mooie viswateren in heel ­Nederland.

TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE: ERWIN VAN HENSBERGEN

Feedervissen aan de rivieren vraagt in de winter soms om een nét iets andere aanpak dan in de rest van het jaar. Welke punten maken precies het verschil? Specialist Harry Marskamp (66) geeft in dit artikel tien praktische tips voor meer én sneller succes.

Voor de rivieren

WINTERSE FEEDERTIPS

bonus-
tip

Neem zeker in de winter ook altijd verschillende soorten imitatie-aas mee naar de waterkant. De felle kleuren en sterke geur van dit soort kunstaas maken op taaie dagen soms nét het verschil. Aangezien dit type aas meestal van ‘gummi’ is gemaakt, gaat dit bovendien ook lekker lang – meerdere vangsten – mee op de haak.

WARME HANDEN, VRIJE VINGERS
Koude handen zijn niet alleen lastig bij het leggen van knopen, maar drukken ook het visplezier en verminderen je concentratie – waardoor (subtiele) aanbeten je vaker ontgaan. Neopreen handschoenen kunnen uitkomst bieden. Tip: kies deze niet te klein, want knellende kleding remt juist de doorbloeding. Kies bij voorkeur voor handschoenen waarvan de duim en wijsvinger vrij blijven, zodat je nog tot fijngevoelige handelingen in staat bent.

9

CASTERS EN DODE MADEN

Casters zijn torenhoog favoriet als haakaas voor de winter. In koud water heef de witvis waarschijnlijk liever een hapklaar snackje dan een friemelende made of worm. Daarom rijgt Harry in de wintermaanden ook regelmatig dode maden op zijn haak (en voegt hij deze toe aan het voer in de korf). Een bijkomend voordeel van dode maden is dat ze relatief taai zijn en dus goed op de haak blijven zitten; ook als de vis er aan ‘plukt’.

8

PLAKKERIG &
‘KRUIDIG’ VOER
Waar het voer in de zomer vrij droog mag zijn (zodat het gemakkelijk loskomt uit de korf), is in de winter een plakkerige substantie beter – zeker als het water flink stroomt. Zo lok je de vis namelijk nog gerichter naar je stek toe. Om de boel lekker te laten plakken voeg je per twee kilo voer een ruime eetlepel maïzena toe. Voor extra geur voeg je het dubbele aan gemalen hennep, koriander of een ander ingrediënt met een kruidige geur toe. Maak het voer een dag van tevoren thuis al klaar, zodat zelfs de kleinste voerdeeltjes voldoende tijd hebben om zich vol te zuigen met water.

3

VERDER ACHTER DE KORF
Bij het feedervissen op de rivier is het een vaststaand gegeven dat de stroming het voer uit je korf zal meenemen. Dat is op zich geen probleem, zolang je haakaas maar in (of in de buurt van) het voerspoor ligt. Vallen de aanbeten weg? Dan ligt de vis mogelijk verder achter je haakaas, bij het uitgespoelde voer. Geef in dat geval met tussenpozen van één tot twee minuten steeds een beetje lijn (zo’n 20 centimeter per keer), totdat je weer aanbeten krijgt. Wil je precies weten hoe ver je achter de korf vist? Markeer dan met een watervaste stift het stukje lijn boven je molen voordat je lijn gaat geven. De afstand tussen deze markering en je molen is de extra afstand tussen je haakaas en de korf.

6

FLINTERDUNNE TOPJES
Kies voor feederhengels met een verwisselbare top zodat je in alle omstandigheden de juiste top (qua gevoeligheid) kunt monteren. Harry’s advies is om ’s winters altijd flinterdunne topjes te gebruiken – helemaal als je in ondiep water vist en er weinig wind staat. Zeker in de winterperiode is heel subtiel vissen cruciaal omdat de vis in dit jaargetijde maar mondjesmaat en vaak voorzichtig aast. Aangezien de standaard feedertopjes wat Harry betreft meestal veel te stug zijn voor de winter, pakt hij vaak een ander topje dan oorspronkelijk bij de hengel is geleverd. Gebruik je een topje van een ander merk en past dit net niet in jouw hengel? Slijp dan de onderkant voorzichtig iets bij met een stukje schuurpapier.

5

ZOEKEN MET KLEINE KORFJES
Feedervissers brengen met behulp van een grote korf vaak eerst flink wat voer op hun stek, om daarna pas te gaan vissen. In de winter laat Harry deze stap meestal achterwege en ‘test’ hij direct vanaf de eerste worp met een beaasde haak of er überhaupt vis in de buurt is. Heeft hij na een kwartier nog geen aanbeet gehad, dan werpt-ie in op een andere plek – net zo lang tot er wél actie komt. Door relatief kleine en lichte korfjes (15 tot 30 gram) te gebruiken voorkom je dat je te veel voer brengt. Het risico van ‘overvoeren’ is ’s winters extra groot omdat de vis dan sneller verzadigd raakt.

7

KANT-EN-KLARE (RESERVE) VOORSLAG
Met koude handen is het leggen van knopen best een uitdaging. Daarom zorgt Harry dat hij reserve voorslagen (in verschillende diameters en lengtes) klaar heeft liggen. Aan de waterkant volstaat dan één knoop om de voorslag met de hoofdlijn te verbinden. De korf zit vlot in de speld en de onderlijn is met een simpele lus-in-lus-verbinding te bevestigen – klaar ben je. Dit is praktisch als de vis bijvoorbeeld voorzichtig aast. Dan monteer je in een handomdraai een kortere voorslag, van hooguit twee meter (als je met een lichte korf vist biedt dat voldoende demping). Dit zorgt voor minder rek,  waardoor de aanbeten nóg beter doorkomen.

MINIMALE WEERSTAND
Juist in de wintermaanden – wanneer de vis vaak voorzichtig aast – is het belangrijk om ook de meest subtiele aanbeten te kunnen waarnemen. Kies daarom standaard voor een feedermontage die niet of nauwelijks weerstand geeft. Die bestaat uit een 6/00 gevlochten hoofdlijn, waar via een Palomarknoop een 25/00 nylon voorslag aan bevestigd zit. Op die voorslag zit een tonwartel met speld waar de voerkorf in komt te hangen. Tussen de tonwartel en de knoop naar de onderlijn zit een minuscuul kraaltje dat dient als stoppertje en ter bescherming van de knoop. Via een lus-in-lus-verbinding bevestig je de onderlijn aan de voorslag. Gebruik je lijnen van goede kwaliteit en leg je sterke knopen, dan kun je met deze montage zeer gevoelig vissen.

4
1
1

BEWEZEN STEK
Succesvol feedervissen aan de rivier begint altijd met het kiezen van een stek waar je vis kunt verwachten. In de winter luistert dit nog nauwer, want de vis schoolt nu meer samen en zwemt minder. Ben je nog niet zo goed bekend aan de rivier of het deel van de rivier dat je op het oog hebt? Probeer dan eerst wat stekkennis te vergaren bij andere feedervissers, een hengelsportzaak, of -vereniging in de omgeving. Mik liefst ook op een stek met een schone bodem waar je voerkorf vrij over het zand kan rollen – dit zodat je geen of maar heel weinig materiaal verspeelt.

2

DICHTBIJ & ONDIEP
Flink wat feedervissers werpen hun korf standaard – uit routine of omdat ze écht denken dat alleen ver uit de kant vis zwemt – tientallen meters ver weg. Daarmee slaan ze letterlijk kansen over. Want de vis zit namelijk vaak veel dichterbij en ondieper dan je denkt; ook in de winter. Schroom dus niet om een ondiepe stek,  bijvoorbeeld halverwege het kribvak, eens de kans te geven. Zeker als je met twee hengels vist of als het opvallend lang stil blijft op de plek waar je de sessie begon. Een voordeel van ondiepe stekken is dat er nauwelijks stroming staat, zodat je relatief licht en dus gevoeliger kunt vissen. Dat vist erg prettig en betekent ook meer sport!

WINTERSE FEEDERTIPS

Voor de rivieren

TEKST: BARD BORGER > FOTOGRAFIE: ERWIN VAN HENSBERGEN

Feedervissen aan de rivieren vraagt in de winter soms om een nét iets andere aanpak dan in de rest van het jaar. Welke punten maken precies het verschil? Specialist Harry Marskamp (66) geeft in dit artikel tien praktische tips voor meer én sneller succes.

VISblad TV is hét You­Tube-visprogramma van de Sportvisunie en bedoeld om sportvissers te enthou­siasmeren, ­inspireren en kennis te laten ­maken met nieuwe ­vis­technieken en mooie viswateren in heel ­Nederland.

bonustip

Neem zeker in de winter ook altijd verschillende soorten imitatie-aas mee naar de waterkant. De felle kleuren en sterke geur van dit soort kunstaas maken op taaie dagen soms nét het verschil. Aangezien dit type aas meestal van ‘gummi’ is gemaakt, gaat dit bovendien ook lekker lang – meerdere vangsten – mee op de haak.

WARME HANDEN, VRIJE VINGERS
Koude handen zijn niet alleen lastig bij het leggen van knopen, maar drukken ook het visplezier en verminderen je concentratie – waardoor (subtiele) aanbeten je vaker ontgaan. Neopreen handschoenen kunnen uitkomst bieden. Tip: kies deze niet te klein, want knellende kleding remt juist de doorbloeding. Kies bij voorkeur voor handschoenen waarvan de duim en wijsvinger vrij blijven, zodat je nog tot fijngevoelige handelingen in staat bent.

9

CASTERS
EN DODE MADEN
Casters zijn torenhoog favoriet als haakaas voor de winter. In koud water heef de witvis waarschijnlijk liever een hapklaar snackje dan een friemelende made of worm. Daarom rijgt Harry in de wintermaanden ook regelmatig dode maden op zijn haak (en voegt hij deze toe aan het voer in de korf). Een bijkomend voordeel van dode maden is dat ze relatief taai zijn en dus goed op de haak blijven zitten; ook als de vis er aan ‘plukt’.

8

PLAKKERIG &
‘KRUIDIG’ VOER
Waar het voer in de zomer vrij droog mag zijn (zodat het gemakkelijk loskomt uit de korf), is in de winter een plakkerige substantie beter – zeker als het water flink stroomt. Zo lok je de vis namelijk nog gerichter naar je stek toe. Om de boel lekker te laten plakken voeg je per twee kilo voer een ruime eetlepel maïzena toe. Voor extra geur voeg je het dubbele aan gemalen hennep, koriander of een ander ingrediënt met een kruidige geur toe. Maak het voer een dag van tevoren thuis al klaar, zodat zelfs de kleinste voerdeeltjes voldoende tijd hebben om zich vol te zuigen met water.

6

FLINTERDUNNE TOPJES
Kies voor feederhengels met een verwisselbare top zodat je in alle omstandigheden de juiste top (qua gevoeligheid) kunt monteren. Harry’s advies is om ’s winters altijd flinterdunne topjes te gebruiken – helemaal als je in ondiep water vist en er weinig wind staat. Zeker in de winterperiode is heel subtiel vissen cruciaal omdat de vis in dit jaargetijde maar mondjesmaat en vaak voorzichtig aast. Aangezien de standaard feedertopjes wat Harry betreft meestal veel te stug zijn voor de winter, pakt hij vaak een ander topje dan oorspronkelijk bij de hengel is geleverd. Gebruik je een topje van een ander merk en past dit net niet in jouw hengel? Slijp dan de onderkant voorzichtig iets bij met een stukje schuurpapier.

5

ZOEKEN MET KLEINE KORFJES
Feedervissers brengen met behulp van een grote korf vaak eerst flink wat voer op hun stek, om daarna pas te gaan vissen. In de winter laat Harry deze stap meestal achterwege en ‘test’ hij direct vanaf de eerste worp met een beaasde haak of er überhaupt vis in de buurt is. Heeft hij na een kwartier nog geen aanbeet gehad, dan werpt-ie in op een andere plek – net zo lang tot er wél actie komt. Door relatief kleine en lichte korfjes (15 tot 30 gram) te gebruiken voorkom je dat je te veel voer brengt. Het risico van ‘overvoeren’ is ’s winters extra groot omdat de vis dan sneller verzadigd raakt.

7

KANT-EN-KLARE (RESERVE) VOORSLAG
Met koude handen is het leggen van knopen best een uitdaging. Daarom zorgt Harry dat hij reserve voorslagen (in verschillende diameters en lengtes) klaar heeft liggen. Aan de waterkant volstaat dan één knoop om de voorslag met de hoofdlijn te verbinden. De korf zit vlot in de speld en de onderlijn is met een simpele lus-in-lus-verbinding te bevestigen – klaar ben je. Dit is praktisch als de vis bijvoorbeeld voorzichtig aast. Dan monteer je in een handomdraai een kortere voorslag, van hooguit twee meter (als je met een lichte korf vist biedt dat voldoende demping). Dit zorgt voor minder rek,  waardoor de aanbeten nóg beter doorkomen.

MINIMALE WEERSTAND
Juist in de wintermaanden – wanneer de vis vaak voorzichtig aast – is het belangrijk om ook de meest subtiele aanbeten te kunnen waarnemen. Kies daarom standaard voor een feedermontage die niet of nauwelijks weerstand geeft. Die bestaat uit een 6/00 gevlochten hoofdlijn, waar via een Palomarknoop een 25/00 nylon voorslag aan bevestigd zit. Op die voorslag zit een tonwartel met speld waar de voerkorf in komt te hangen. Tussen de tonwartel en de knoop naar de onderlijn zit een minuscuul kraaltje dat dient als stoppertje en ter bescherming van de knoop. Via een lus-in-lus-verbinding bevestig je de onderlijn aan de voorslag. Gebruik je lijnen van goede kwaliteit en leg je sterke knopen, dan kun je met deze montage zeer gevoelig vissen.

4
3

VERDER ACHTER DE KORF
Bij het feedervissen op de rivier is het een vaststaand gegeven dat de stroming het voer uit je korf zal meenemen. Dat is op zich geen probleem, zolang je haakaas maar in (of in de buurt van) het voerspoor ligt. Vallen de aanbeten weg? Dan ligt de vis mogelijk verder achter je haakaas, bij het uitgespoelde voer. Geef in dat geval met tussenpozen van één tot twee minuten steeds een beetje lijn (zo’n 20 centimeter per keer), totdat je weer aanbeten krijgt. Wil je precies weten hoe ver je achter de korf vist? Markeer dan met een watervaste stift het stukje lijn boven je molen voordat je lijn gaat geven. De afstand tussen deze markering en je molen is de extra afstand tussen je haakaas en de korf.

2

DICHTBIJ & ONDIEP
Flink wat feedervissers werpen hun korf standaard – uit routine of omdat ze écht denken dat alleen ver uit de kant vis zwemt – tientallen meters ver weg. Daarmee slaan ze letterlijk kansen over. Want de vis zit namelijk vaak veel dichterbij en ondieper dan je denkt; ook in de winter. Schroom dus niet om een ondiepe stek,  bijvoorbeeld halverwege het kribvak, eens de kans te geven. Zeker als je met twee hengels vist of als het opvallend lang stil blijft op de plek waar je de sessie begon. Een voordeel van ondiepe stekken is dat er nauwelijks stroming staat, zodat je relatief licht en dus gevoeliger kunt vissen. Dat vist erg prettig en betekent ook meer sport!

1

BEWEZEN STEK
Succesvol feedervissen aan de rivier begint altijd met het kiezen van een stek waar je vis kunt verwachten. In de winter luistert dit nog nauwer, want de vis schoolt nu meer samen en zwemt minder. Ben je nog niet zo goed bekend aan de rivier of het deel van de rivier dat je op het oog hebt? Probeer dan eerst wat stekkennis te vergaren bij andere feedervissers, een hengelsportzaak, of -vereniging in de omgeving. Mik liefst ook op een stek met een schone bodem waar je voerkorf vrij over het zand kan rollen – dit zodat je geen of maar heel weinig materiaal verspeelt.

Sportvisserij Nederland

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm