WERELD-KAMPIOEN 
FRANK PEENE:

Frank Peene (41) werd in oktober van 2025 voor de vierde keer wereldkampioen kustvissen. Reden genoeg om de Zeeuw op te zoeken op zijn thuisstek bij Westkapelle. Daar blikken we samen terug op zijn individuele wereldtitel én kijken we welke lessen daarvan toepasbaar zijn langs de Nederlandse kust.

TEKST: MARK PIJNAPPELS FOTOGRAFIE: RINALDO LOKERS

x

4

Aan de gevlochten lijn komt een tapse nylon voorslag om de kracht van de worp op te vangen.

VOOR- EN NADELEN GEVLOCHTEN LIJN

Gevlochten lijn heeft in vergelijking met nylon lijn een ruwer oppervlak. In theorie pakt de stroming dit type lijn daarom sneller op, wat als nadeel wordt gezien. “Dat is maar ten dele waar”, nuanceert Peene. “De lijndruk is inderdaad groter, waardoor de montage soms wordt versleept. Maar is dat echt zo erg? Integendeel, als je het mij vraagt. Er zijn vissoorten die juist graag aas pakken dat ietsje beweegt, terwijl andere soorten liever een wat statischer presentatie hebben.” 

In de praktijk laat een gevlochten lijn zich beter op spanning houden dan nylon, zeker bij een blokvormig werpgewicht of een model met veel grip op de bodem. “Nylon is zwaarder, bevat meer rek en heeft de neiging om in bochten te ‘hangen’. Tijdens onze sessies in Portugal, in zones met veel wier, bleek gevlochten lijn een uitkomst. Doordat ik de lijn strak kon afspannen, had ik minder last van wier en groen.” 

Tegelijkertijd waarschuwt Peene ook voor de keerzijde van een lijn zonder rek. “Bijvoorbeeld bij het vissen op geep. Die vis springt tijdens de dril soms uit het water. Vis je met een gevlochten lijn, dan is het risico dat de haak losschiet groter dan wanneer er een nylon lijn op de molen zit gespoeld.”

‘door te experimenteren  en je horizon te verbreden word je een betere visser, wat je ook terug zult zien in je vangsten’

Bescherming
van je vinger is een must bij het
werpen

De Franse tap is het winteraas bij uitstek: deze pier is stevig en ook gemakkelijk te bewaren

BEGINNERSTIP

Peene heeft één belangrijke tip voor beginnende zeevissers: besteed veel aandacht aan hoe je het aas op de haak zet. “Regelmatig zie ik aan zee mensen staan met een pondje prachtige pieren, maar vervolgens gaat het fout als het aas wordt bevestigd. Het op de haak rijgen lukt vaak nog wel, maar wat meestal ontbreekt is fixatie.” Zelf gebruikt hij vrijwel altijd bindelastiek. “Zo blijft het aas stevig op de haak zitten en wordt het er niet of minder snel door kleine visjes, garnalen of krabben af gesnoept.”

ALLES IN DE GATEN
Ondertussen valt het Peene op dat de buren op de stekken naast ons eveneens steeds vaker vis vangen. “Tijdens de eerste drie kwartier net werd ik stiekem toch wel ietwat benauwd”, vertelt hij. “Want om ons heen zag je ook bij helemaal niemand de toppen rammelen. Het zal je als wereldkampioen tijdens een reportage toch niet overkomen dat je geen vis kunt vangen”, lacht hij. Observeren betekent voor Peene niet alleen het water lezen – en daar snel op inspelen – maar ook goed kijken wat de andere wedstrijdvissers om je heen doen. “Daar kun je veel nuttige informatie uit ophalen. Vangen ze vis, of juist niet? Het is sowieso interessant om te zien hoe ze het precies aanpakken, want dan kun je besluiten om zaken over te nemen of juist links te laten liggen. Bij een WK is er dan ook nog de luxe dat bankrunners uit de staf van Team Holland het speelveld in de gaten houden en relevante ontwikkelen doorgeven.”

HORIZON VERBREDEN
Vervolgens is het nog wel een kwestie van wat je met al die informatie doet. “Je moet het wel aandurven om het over een totaal andere boeg te gooien”, zegt Peene. “Je kunt op basis van ervaring, tactiek en techniek best veel dingen zelf beïnvloeden. Dat vergt echter wel wat lef – zeker omdat je in wedstrijdverband maar met één hengel vist. Mijn sterke punt is dat ik heel snel van tactiek durf te wisselen. Het is immers altijd een kwestie van zoeken, aftasten en kijken waar de vis zich ophoudt. Na een paar worpen weet ik vaak al genoeg en is de basis voor mijn aanpak gelegd. Daarna is het een kwestie van verder puzzelen om de details in te vullen.” Als recreant heb je volgens Peene de ‘luxe’ om twee hengels in te kunnen zetten, dus spoort hij kustvissers aan om die ruimte ook zeker te benutten. “Ga experimenteren: vis op verschillende afstanden, probeer diverse onderlijnmontages uit, varieer met aassoorten, et cetera. Door je horizon te verbreden word je een betere visser, wat je vervolgens ook terug zult zien in je vangsten.”

WINTERSE TOPSTEK

De ruim drie kilometer lange Zeedijk bij Westkapelle is een schitterende winterstek, waar je goede kans maakt op wijting en bot. Frank: “Plan je sessie rond laagwater. Op zo’n moment kun je zelfs op 60 meter afstand enorm veel wijting vangen. Door de stevige stroming heb je wel minimaal 150 gram werpgewicht nodig. Bij hoogwater sta je een stuk hoger op de dijk en moet je tientallen meters verder werpen én een lifter op je montage zetten zodat het werpgewicht niet tussen de stenen blijft hangen.” Tussen 1 november en 28 februari is parkeren op de dijk overal gratis. Buiten die periode geldt op sommige delen betaald parkeren, wat duidelijk met borden wordt aangegeven.

WIJTING: PLUKKERS
Wijting is volgens Peene de ideale vissoort om de voordelen van een gevlochten hoofdlijn te demonstreren. “Het zijn echte ‘plukkers’ die aan het haakaas knabbelen. Je ziet dus niet zoals bij de zeebaars een harde aanbeet waarbij je hengeltop direct krom trekt”, zegt de Zeeuw terwijl hij zijn opgebonden haakaas (zie kader ‘Beginnersfout’) voor het eerst inwerpt. Na een wat trage start komen de aanbeten na zo’n drie kwartier op gang en wordt het verschil tussen de twee hengels – nylon tegenover gevlochten lijn – meteen zichtbaar. “Kijk, de top van de ‘gevlochten’ hengel staat al zenuwachtig te trillen,” wijst hij slechts tien seconden na een worp aan. De ‘nylonhengel’, die in hetzelfde gebied ligt, laat pas na een minuut een subtiele, haast onopvallende tik zien. “Laten we eens kijken of er iets aanhangt”, zegt Peene terwijl hij die laatste hengel oppakt. Twee wijtingen en een botje komen boven. Met de gevlochten lijn haalt hij even later drie wijtingen binnen.

ZOEKEN NAAR VIS
Bij de nieuwe ronde met vers aas op de haken van beide hengels volgt precies hetzelfde patroon. Terwijl de zenuwachtige aanbeten van wijting zich snel herhalen, dwalen Peene’s gedachten af naar het WK. “Daar trok soms een soort kleine zeebrasem in grote scholen langs de kust. Die vissen waren niet heel erg standvastig: binnen een kwartier kon zo’n school zich zomaar van honderd naar veertig meter afstand verplaatsen. Lag je montage op de juiste afstand, dan kreeg je vrijwel direct beet. Daarom wierp ik eerst op 100 meter in. Kreeg ik binnen een minuut geen actie, dan haalde ik de montage een meter of twintig binnen. Dat herhaalde ik net zo lang tot ik beet kreeg of opnieuw moest ingooien. Dankzij mijn gevlochten lijn kon ik die subtiele beten toch zien – met nylon zag je evenwel niets op de top.”

Het contrast met de Portugese kust kan bijna niet groter zijn. “Aan de Algarve is het op dit moment een stuk aangenamer dan hier”, glimlacht Frank, terwijl hij zijn handen opent en de motregen demonstratief opvangt. We staan bij de iconische vuurtoren ‘Noorderhoofd’ op de Westkapelse Zeedijk, dit naar aanleiding van zijn recente WK-overwinning in Monte Gordo. Die titel behaalde hij dankzij de concurrentie steeds een stapje voor te blijven door scherp te observeren, vooruit te denken en waar nodig een klein risico te nemen. Zou die aanpak ook langs de Zeeuwse kust zijn vruchten afwerpen?

ALLE WATERLAGEN
Hoewel er zeker overeenkomsten zijn tussen de visserij in Zuid-Europa en die langs de Noordzeekust, waarschuwt Frank voor al te snelle vergelijkingen. Zeker als het gaat om techniek en montages. “De verschillen zijn namelijk aanzienlijk. Aan onze stranden, pieren en dijken vang je doorgaans een beperkt aantal soorten. Nu – aan het begin van de winter – bestaat de vangst voor zo’n 95% uit wijting; de rest is platvis en met wat geluk vang je nog een zeebaarsje. Het is hier simpelweg vrijwel altijd een bodemvisserij; zelfs in de zomerperiode.” Hoe anders is dat in veel Zuid-Europese landen. Peene: “Ten eerste is de soortenrijkdom daar een stuk groter. Je maakt kans op tientallen soorten. En die azen zowel op de bodem, daarboven en soms zelfs aan de oppervlakte. Dat vraagt om veel meer variatie in onderlijnen en een hele andere manier van vissen.”

REKLOZE KOPLOPERS
Juist één van die verschillen bracht een groot voordeel tijdens het wereldkampioenschap. Een opvallende ontwikkeling in Nederland is het toenemende gebruik van een gevlochten hoofdlijn bij het strandvissen. “Dat heeft de afgelopen tien jaar echt een vlucht genomen, terwijl in het buitenland nylon nog steeds de standaard is – vooral in Zuid-Europa”, vertelt Peene. “Met een gevlochten lijn kun je dankzij het ontbreken van rek juist veel directer en verfijnder vissen.” En daarin zit hem precies de paradox: Zuid-Europese vissers staan bekend om hun finesse, maar vissen nog steeds massaal met nylon. “De Spanjaarden zijn ware meesters in het vissen met dunne nylon hoofdlijnen. Die gebruiken zelfs 14/00, en dat aan zee! Je zou verwachten dat zij als eerste op gevlochten materiaal zouden overstappen.” Het is daarom des te mooier dat Peene zijn wereldtitel uitgerekend in het ‘hol van de leeuw’ behaalde: in Zuid-Europa, de bakermat van de absolute wereldtop in het kustvissen.

Nylon (links) was lange tijd de standaard, maar gevlochten lijn (rechts) is bezig aan een opmars in het kustvissen.

Experimenteren – bijvoorbeeld met reepjes vis als (extra) aas – is niet alleen leuk en interessant, maar kan ook verrassende resultaten én vangsten opleveren.

de eerste worp maakt pieter met alleen het  werpgewicht aan de lijn, zodat deze zich strekt en nat wordt – dat voorkomt lijnbreuk en pruiken

WERELD-KAMPIOEN 
FRANK PEENE:

x

4

TEKST: MARK PIJNAPPELS
FOTOGRAFIE: RINALDO LOKERS

Frank Peene (41) werd in oktober van 2025 voor de vierde keer wereldkampioen kustvissen. Reden genoeg om de Zeeuw op te zoeken op zijn thuisstek bij Westkapelle. Daar blikken we samen terug op zijn individuele wereldtitel én kijken we welke lessen daarvan toepasbaar zijn langs de Nederlandse kust.

Aan de gevlochten lijn komt een tapse nylon voorslag om de kracht van de worp op te vangen.

VOOR- EN NADELEN GEVLOCHTEN LIJN

Gevlochten lijn heeft in vergelijking met nylon lijn een ruwer oppervlak. In theorie pakt de stroming dit type lijn daarom sneller op, wat als nadeel wordt gezien. “Dat is maar ten dele waar”, nuanceert Peene. “De lijndruk is inderdaad groter, waardoor de montage soms wordt versleept. Maar is dat echt zo erg? Integendeel, als je het mij vraagt. Er zijn vissoorten die juist graag aas pakken dat ietsje beweegt, terwijl andere soorten liever een wat statischer presentatie hebben.” 

In de praktijk laat een gevlochten lijn zich beter op spanning houden dan nylon, zeker bij een blokvormig werpgewicht of een model met veel grip op de bodem. “Nylon is zwaarder, bevat meer rek en heeft de neiging om in bochten te ‘hangen’. Tijdens onze sessies in Portugal, in zones met veel wier, bleek gevlochten lijn een uitkomst. Doordat ik de lijn strak kon afspannen, had ik minder last van wier en groen.” 

Tegelijkertijd waarschuwt Peene ook voor de keerzijde van een lijn zonder rek. “Bijvoorbeeld bij het vissen op geep. Die vis springt tijdens de dril soms uit het water. Vis je met een gevlochten lijn, dan is het risico dat de haak losschiet groter dan wanneer er een nylon lijn op de molen zit gespoeld.”

‘door te experimenteren  en je horizon te verbreden word je een betere visser, wat je ook terug zult zien in je vangsten’

Bescherming
van je vinger is een must bij het
werpen

ALLES IN DE GATEN
Ondertussen valt het Peene op dat de buren op de stekken naast ons eveneens steeds vaker vis vangen. “Tijdens de eerste drie kwartier net werd ik stiekem toch wel ietwat benauwd”, vertelt hij. “Want om ons heen zag je ook bij helemaal niemand de toppen rammelen. Het zal je als wereldkampioen tijdens een reportage toch niet overkomen dat je geen vis kunt vangen”, lacht hij. Observeren betekent voor Peene niet alleen het water lezen – en daar snel op inspelen – maar ook goed kijken wat de andere wedstrijdvissers om je heen doen. “Daar kun je veel nuttige informatie uit ophalen. Vangen ze vis, of juist niet? Het is sowieso interessant om te zien hoe ze het precies aanpakken, want dan kun je besluiten om zaken over te nemen of juist links te laten liggen. Bij een WK is er dan ook nog de luxe dat bankrunners uit de staf van Team Holland het speelveld in de gaten houden en relevante ontwikkelen doorgeven.”

HORIZON VERBREDEN
Vervolgens is het nog wel een kwestie van wat je met al die informatie doet. “Je moet het wel aandurven om het over een totaal andere boeg te gooien”, zegt Peene. “Je kunt op basis van ervaring, tactiek en techniek best veel dingen zelf beïnvloeden. Dat vergt echter wel wat lef – zeker omdat je in wedstrijdverband maar met één hengel vist. Mijn sterke punt is dat ik heel snel van tactiek durf te wisselen. Het is immers altijd een kwestie van zoeken, aftasten en kijken waar de vis zich ophoudt. Na een paar worpen weet ik vaak al genoeg en is de basis voor mijn aanpak gelegd. Daarna is het een kwestie van verder puzzelen om de details in te vullen.” Als recreant heb je volgens Peene de ‘luxe’ om twee hengels in te kunnen zetten, dus spoort hij kustvissers aan om die ruimte ook zeker te benutten. “Ga experimenteren: vis op verschillende afstanden, probeer diverse onderlijnmontages uit, varieer met aassoorten, et cetera. Door je horizon te verbreden word je een betere visser, wat je vervolgens ook terug zult zien in je vangsten.”

WINTERSE TOPSTEK

De ruim drie kilometer lange Zeedijk bij Westkapelle is een schitterende winterstek, waar je goede kans maakt op wijting en bot. Frank: “Plan je sessie rond laagwater. Op zo’n moment kun je zelfs op 60 meter afstand enorm veel wijting vangen. Door de stevige stroming heb je wel minimaal 150 gram werpgewicht nodig. Bij hoogwater sta je een stuk hoger op de dijk en moet je tientallen meters verder werpen én een lifter op je montage zetten zodat het werpgewicht niet tussen de stenen blijft hangen.” Tussen 1 november en 28 februari is parkeren op de dijk overal gratis. Buiten die periode geldt op sommige delen betaald parkeren, wat duidelijk met borden wordt aangegeven.

De Franse
tap is het winteraas bij uitstek: deze pier is stevig en ook gemakkelijk te bewaren

BEGINNERSTIP

Peene heeft één belangrijke tip voor beginnende zeevissers: besteed veel aandacht aan hoe je het aas op de haak zet. “Regelmatig zie ik aan zee mensen staan met een pondje prachtige pieren, maar vervolgens gaat het fout als het aas wordt bevestigd. Het op de haak rijgen lukt vaak nog wel, maar wat meestal ontbreekt is fixatie.” Zelf gebruikt hij vrijwel altijd bindelastiek. “Zo blijft het aas stevig op de haak zitten en wordt het er niet of minder snel door kleine visjes, garnalen of krabben af gesnoept.”

WIJTING: PLUKKERS
Wijting is volgens Peene de ideale vissoort om de voordelen van een gevlochten hoofdlijn te demonstreren. “Het zijn echte ‘plukkers’ die aan het haakaas knabbelen. Je ziet dus niet zoals bij de zeebaars een harde aanbeet waarbij je hengeltop direct krom trekt”, zegt de Zeeuw terwijl hij zijn opgebonden haakaas (zie kader ‘Beginnersfout’) voor het eerst inwerpt. Na een wat trage start komen de aanbeten na zo’n drie kwartier op gang en wordt het verschil tussen de twee hengels – nylon tegenover gevlochten lijn – meteen zichtbaar. “Kijk, de top van de ‘gevlochten’ hengel staat al zenuwachtig te trillen,” wijst hij slechts tien seconden na een worp aan. De ‘nylonhengel’, die in hetzelfde gebied ligt, laat pas na een minuut een subtiele, haast onopvallende tik zien. “Laten we eens kijken of er iets aanhangt”, zegt Peene terwijl hij die laatste hengel oppakt. Twee wijtingen en een botje komen boven. Met de gevlochten lijn haalt hij even later drie wijtingen binnen.

ZOEKEN NAAR VIS
Bij de nieuwe ronde met vers aas op de haken van beide hengels volgt precies hetzelfde patroon. Terwijl de zenuwachtige aanbeten van wijting zich snel herhalen, dwalen Peene’s gedachten af naar het WK. “Daar trok soms een soort kleine zeebrasem in grote scholen langs de kust. Die vissen waren niet heel erg standvastig: binnen een kwartier kon zo’n school zich zomaar van honderd naar veertig meter afstand verplaatsen. Lag je montage op de juiste afstand, dan kreeg je vrijwel direct beet. Daarom wierp ik eerst op 100 meter in. Kreeg ik binnen een minuut geen actie, dan haalde ik de montage een meter of twintig binnen. Dat herhaalde ik net zo lang tot ik beet kreeg of opnieuw moest ingooien. Dankzij mijn gevlochten lijn kon ik die subtiele beten toch zien – met nylon zag je evenwel niets op de top.”

Nylon (boven) was lange tijd de standaard, maar gevlochten lijn (onder) is bezig aan een opmars in het kustvissen.

Experimenteren – bijvoorbeeld met reepjes vis als (extra) aas – is niet alleen leuk en interessant, maar kan ook verrassende resultaten én vangsten opleveren.

Het contrast met de Portugese kust kan bijna niet groter zijn. “Aan de Algarve is het op dit moment een stuk aangenamer dan hier”, glimlacht Frank, terwijl hij zijn handen opent en de motregen demonstratief opvangt. We staan bij de iconische vuurtoren ‘Noorderhoofd’ op de Westkapelse Zeedijk, dit naar aanleiding van zijn recente WK-overwinning in Monte Gordo. Die titel behaalde hij dankzij de concurrentie steeds een stapje voor te blijven door scherp te observeren, vooruit te denken en waar nodig een klein risico te nemen. Zou die aanpak ook langs de Zeeuwse kust zijn vruchten afwerpen?

ALLE WATERLAGEN
Hoewel er zeker overeenkomsten zijn tussen de visserij in Zuid-Europa en die langs de Noordzeekust, waarschuwt Frank voor al te snelle vergelijkingen. Zeker als het gaat om techniek en montages. “De verschillen zijn namelijk aanzienlijk. Aan onze stranden, pieren en dijken vang je doorgaans een beperkt aantal soorten. Nu – aan het begin van de winter – bestaat de vangst voor zo’n 95% uit wijting; de rest is platvis en met wat geluk vang je nog een zeebaarsje. Het is hier simpelweg vrijwel altijd een bodemvisserij; zelfs in de zomerperiode.” Hoe anders is dat in veel Zuid-Europese landen. Peene: “Ten eerste is de soortenrijkdom daar een stuk groter. Je maakt kans op tientallen soorten. En die azen zowel op de bodem, daarboven en soms zelfs aan de oppervlakte. Dat vraagt om veel meer variatie in onderlijnen en een hele andere manier van vissen.”

REKLOZE KOPLOPERS
Juist één van die verschillen bracht een groot voordeel tijdens het wereldkampioenschap. Een opvallende ontwikkeling in Nederland is het toenemende gebruik van een gevlochten hoofdlijn bij het strandvissen. “Dat heeft de afgelopen tien jaar echt een vlucht genomen, terwijl in het buitenland nylon nog steeds de standaard is – vooral in Zuid-Europa”, vertelt Peene. “Met een gevlochten lijn kun je dankzij het ontbreken van rek juist veel directer en verfijnder vissen.” En daarin zit hem precies de paradox: Zuid-Europese vissers staan bekend om hun finesse, maar vissen nog steeds massaal met nylon. “De Spanjaarden zijn ware meesters in het vissen met dunne nylon hoofdlijnen. Die gebruiken zelfs 14/00, en dat aan zee! Je zou verwachten dat zij als eerste op gevlochten materiaal zouden overstappen.” Het is daarom des te mooier dat Peene zijn wereldtitel uitgerekend in het ‘hol van de leeuw’ behaalde: in Zuid-Europa, de bakermat van de absolute wereldtop in het kustvissen.

Sportvisserij Nederland

Hét VISblad online magazine
Volledig scherm